Nu zijn er echt geen grote partijen meer

Na het sluiten van de stembussen gisteravond begon meteen het puzzelen, met de voorlopige uitslagen. Een ding sprong er vast uit: alles wordt lastiger in Den Haag.

Roemer proost met familie tijdens de verkiezingsavond van de SP. Foto ANP / Remko de Waal

Politiek in Den Haag wordt een kwestie van kwartetten. Wie de komende jaren ook de Tweede Kamerverkiezingen wint, tot 2020 zijn er in de Eerste Kamer minimaal vier partijen nodig om een meerderheid te vormen.

Dat valt af te leiden uit de voorlopige uitslagen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten die gisteren plaats hadden. De exitpolls en de eerste tellingen van de uitslagen per provincies wijzen op een verdere politieke versplintering. Die komt tot uitdrukking in de samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer, die op 26 mei door de 570 nieuwe Statenleden van de 12 provincies wordt gekozen.

De regeringscoalitie van VVD en PvdA verliest grond, naar het zich laat aanzien. De twee zouden samen nog maar 20 van de 75 zetels in de Eerste Kamer overhouden – nu zijn dat er nog 30. VVD en CDA concurreerden gisteravond in de exit polls om de positie van grootste partij, met ongeveer 16 procent van de stemmen – goed voor 12 zetels. Maar echt grote partijen zijn er eigenlijk niet meer in het politieke landschap. Ook het CDA keert bij lange na niet terug naar zijn oude omvang. In 2007 waren de christen-democraten nog de grootste in de senaat met 25 procent van de stemmen. SP en D66 komen nu uit op zo’n 10 zetels, PVV en PvdA schommelen rond de 8. Een doorbraak van lokale partijen lijkt uit te blijven: wel lichte procentuele winst, maar niet genoeg voor meer dan 1 senaatszetel.

Opmerkelijk is dat de SP de PvdA net als bij de Europese verkiezingen vorig jaar voorbij is. Ook opvallend: de PVV lijkt als enige oppositiepartij te verliezen, zo’n twee zetels. Sommige peilers voorspelden dat de partij van Geert Wilders de grootste zou worden, maar sinds 2011 heeft de PVV alleen nog verkiezingen verloren.

De politiek-symbolische betekenis van de verkiezingen is relatief: met een opkomst van 49 procent (volgens een peiling van Ipsos) en een verdere versplintering van het politieke landschap is er geen sprake van een duidelijk referendum over het draagvlak voor het kabinet Rutte-II. Bovendien stemden de kiezers in eerste instantie voor de provincies – de uitslagen per provincie waren bij het ter perse gaan van deze krant nog niet beschikbaar.

Maar de praktische gevolgen van de deze verkiezingen tekenen zich al af, vooral in de senaat. Sinds eind 2013 konden de regeringspartijen rekenen op de vaste gedogers D66, ChristenUnie en SGP om zich van een meerderheid in de Eerste Kamer te verzekeren.

Nu komen de vijf partijen samen volgens de voorlopige berekeningen uit op 35 van de 75 zetels. Dat komt door het verlies van de regeringspartijen. De gedoogpartijen winnen juist. D66 heeft zelfs zicht op een verdubbeling van 5 naar 10 zetels. CDA (prognose op 12 zetels) en GroenLinks (5) willen geen vaste afspraken maken met de coalitie om het regeringsbeleid te steunen.

Verschillende ministers lieten opnieuw blijken dat VVD en PvdA niet van plan zijn het voortbestaan van het kabinet ter discussie te stellen. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) sprak van een „teleurstellende uitslag” maar wil „niet opgeven”. Vicepremier Asscher (PvdA) onderstreepte dat het nodig zal zijn „nog harder ons best te doen in de Eerste Kamer.” Ook na de komende Tweede Kamerverkiezingen kan waarschijnlijk geen combinatie van minder dan vier partijen op een meerderheid rekenen. Asscher sprak van een „enorme fragmentatie in de politiek.”

De SP, die campagne voerde om met het kabinet „af te rekenen”, incasseerde de gunstige vooruitzichten opgetogen. Een „historische avond” was het volgens partijleider Emile Roemer: „We zijn definitief de grootste op links”. Maar het beroep op de SP om mee te helpen om meerderheden te vormen zal ook toenemen. „Adel verplicht”, zei Asscher gisteren. Hij riep de partij op mee te praten over de begrotingen. VVD-fractieleider in de Tweede Kamer Halbe Zijlstra riep het CDA op tot meer samenwerking. „Er is geen partij meer die kan zeggen: wij doen niet mee.”