Maakt een museumbezoek hooligans minder vernielzuchtig?

Italiaanse burgemeesters menen dat een bezoek aan een museum de vernielzucht van voetbalfans beteugelt. Is dat te optimistisch?

Feyenoordfans bij de Barcaccia-fontein op de Piazza di Spagna in Rome. Foto AP Photo/Gregorio Borgia

Kunst doet wonderen. Zeker. Vraag is wel: wat voor wonderen? De burgemeesters van Rome en Florence geloven dat vernielzucht van voetbalfans is te beteugelen met museumbezoek. Daarom hebben ze besloten bezoekende fans in de volgende ronde van de Europa League, een Europees clubtoernooi, gratis toegang te verstrekken tot hun stedelijke musea. Fans hoeven bij de kassa slechts hun kaartje voor de wedstrijd te tonen.

Dit besluit kwam vorige week in de nasleep van de discussie over de vernielingen die Feyenoordfans hadden aangericht in het centrum van Rome. De burgemeester van Rome: „Een wedstrijd moet worden voorafgegaan door een bewustwording van de schoonheid van de stad die de fans ontvangt.” Die van Florence: „Cultuur kan bijdragen aan de vorming van echte waarden.”

Deze optimistische kijk op de beschavende werking van kunst is populair onder beleidsmakers. Ook in Nederland. Minister Jet Bussemaker (PvdA, Cultuur) heeft zeven miljoen euro van de cultuurbegroting opzijgezet voor een nieuw programma ter stimulering van kunst die een „maatschappelijk impact” heeft. Naam: The Art of Impact. Denk aan toneelgezelschappen die een voorstelling maken over hun vrijwillige verblijf in een psychiatrische inrichting. Of ‘betoverde’ muziekinstrumenten voor mensen met een verstandelijke handicap.

Het verwachte effect is hoog. „Kunst” meldt de site van het programma: „kan oplossingen bieden voor onoplosbare problemen”.

Dat is niet niks. Een illusie? Ja, zegt de WRR, de wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid. In een recent verschenen rapport waarschuwt de WRR voor overspannen verwachtingen van de maatschappelijke effecten van kunst. Sterker, wie overheidsteun voor kunst met deze effecten legitimeert, komt van de koude kermis thuis. Hij garandeert teleurstelling en verkleint daardoor juist het draagvlak voor kunstsubsidie.

De WRR zegt beleefd wat Martin van Amerongen (1941-2002) graag in één zin vatte, telkens als de hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer werd gevraagd of hij met zijn enthousiasmerende artikelen over muziek de wereld verbeterde. Met een vriendelijk ogende minachting zei hij: „Dokter Mengele huilde bij het horen van Schumanns Träumerei. Tot zover de beschavende werking van de kunst.”

Wat is kunst dan wel? Amerongen deelde de mening van de Rietveldstudent die onlangs rondliep op een bijeenkomst over kunst, politiek en cultuurbeleid. Op haar linnen tasje had zij geschreven: „Kunst is kunst”.