Kent Frankrijk twee maten bij kritiek op joden en moslims?

Omstreden Frans cabaretier

Hij werd gisteren veroordeeld voor ‘goedpraten van terrorisme’ en vandaag hoort Dieudonné of hij schuldig is aan antisemitisme. Maakt hij cabaret of zaait hij haat?

Het was de dagen na de aanslagen in Parijs een hachelijke paradox: terwijl honderdduizenden de straat op gingen om na het bloedbad bij Charlie Hebdo de vrijheid van meningsuiting te vieren, opende justitie zeker 54 zaken tegen mensen die die vrijheid iets al te ruim hadden genomen. Cabaretier Dieudonné M’bala M’bala was een van hen. Met zijn veroordeling, gisteren, wegens het ‘goedpraten van terrorisme’, toont Frankrijk opnieuw dat toch niet alles gezegd mag worden.

Dieudonné kreeg twee maanden voorwaardelijk omdat hij op 11 januari, de dag van de ‘republikeinse mars’ met de alomtegenwoordige slogan ‘Je suis Charlie’, op Facebook de tekst ‘Ik voel me Charlie Coulibaly’ plaatste. Hij was niet alleen solidair met het massale volksprotest, dat hij in hetzelfde bericht ‘magisch’ noemde, maar leek ook begrip te tonen voor Amedy Coulibaly, de man die een politieagente en vier Joodse gijzelaars had vermoord. Sinds een vorig jaar aangescherpte terreurwet staat op ‘apologie’ van terrorisme op internet maximaal zeven jaar celstraf.

Graag was Dieudonné zelf ook de straat op gegaan, zei hij tijdens de zitting, maar hij voelde zich „buitengesloten” en „behandeld als terrorist” toen de autoriteiten geen uitsluitsel konden geven over zijn veiligheid tijdens de mars. „Natuurlijk veroordeel ik zonder enige terughoudendheid en zonder enige dubbelzinnigheid de aanslagen”, zei de bij jongeren in probleemwijken razend populaire komiek.

De rechters namen geen genoegen met die uitleg. De procureur, die een boete had geëist van 30.000 euro, liet zwaar wegen dat Dieudonné in het verleden al eens veroordeeld is voor antisemitisme en het aanzetten tot haat. Dat hij van de drie in januari actieve terroristen juist degene koos die het op Joden gemunt had, is een context „die hij niet had kunnen negeren”. Sinds Dieudonné in 2008 Holocaustontkenner Robert Faurisson op het podium uitnodigde, is hij voor Justitie niet meer een onschuldige komiek, maar een activist, legde advocaat Emmanuel Pierrat uit aan onderzoekssite Mediapart.

Maar jongeren in de banlieue vinden dat Frankrijk met twee maten meet. Waarom mag Charlie Hebdo met Mohammed-cartoons de islam bespotten, terwijl Dieudonné gepakt wordt als hij over Joden begint?

De verklaring is vooral historisch. Sinds de revolutie van 1789 bestaat in Frankrijk diepgewortelde achterdocht jegens de kerk als instituut. Maar terwijl het is toegestaan een religie als zodanig te bespotten of te kritiseren, maakt wetgeving uit de negentiende eeuw het strafbaar om aan te zetten tot haat richting personen of groepen op grond van hun geloofsovertuiging. „Wie het geloof van moslims bespot, is niet tegen moslims”, zo vatte politicus en jurist Christian Bataille de Franse logica samen in een recente documentaire.

Vandaag zou Dieudonné van een andere rechter horen of hij ook schuldig is in een zaak die de Joodse radiopresentator Patrick Cohen heeft aangespannen. „Als ik hem hoor spreken, zeg ik, de gaskamers... jammer”, zei hij in 2014 bij een optreden.