Is dit het einde van het Tunesische succesverhaal?

In Tunesië zijn gisteren zeker 22 doden gevallen bij een aanslag. Mannen openden het vuur op toeristen in de rij voor een museum. De premier noemt het een laffe aanval op de economie.

Politieagenten op de stoep, vlakbij het museum waar een aanslag werd gepleegd. Foto Reuters

Honderden toeristen waren gisteren naar het Bardo Museum in het centrum van de Tunesische hoofdstad gekomen. Het grootste en belangrijkste museum van Tunesië is gevestigd in een paleis uit de vijftiende eeuw, en bezit een van de grootste collecties Romeinse mozaïeken ter wereld. Terwijl de bezoekers uit de bus stapten en in de rij gingen staan, openden gewapende mannen in militaire uniformen het vuur.

In de chaos die volgde, zochten veel toeristen een veilig heenkomen in het museum. Maar de aanvallers, die gewapend waren met automatische geweren en granaten, gingen ook het museum binnen, en gijzelden daar een groot aantal bezoekers. Er volgden enkele angstige uren. Terwijl legerhelikopters boven het museum cirkelden, bestormden commando’s van een anti-terreureenheid het museum. In het vuurgevecht dat volgde kwamen twee aanvallers om het leven. Lokale media meldden dat er mogelijk sprake is van een derde dader.

Op een persconferentie na de aanslag verklaarde de Tunesische premier Habib Essid dat er zeker 22 doden zijn gevallen, onder wie 17 toeristen uit Polen, Duitsland, Spanje en Italië, en twee Tunesiërs. Het is de dodelijkste terreuraanslag in Tunesië sinds 2002, toen 21 doden vielen bij een een bomaanslag van Al-Qaeda op een synagoge op het eiland Djerba. „Dit is een laffe aanval die gericht is tegen de economie van Tunesië”, zei Essid.

De aanslag is een zware klap voor Tunesië, dat geldt als het enige succesverhaal van de Arabische Lente. Andere landen in de regio kampen met hardnekkige autoritaire reflexen (Egypte) of zakken weg in oorlog en wetteloosheid (Syrië, Irak, Libië, Jemen), maar Tunesië heeft het autoritaire regime van president Ben Ali plaatsgemaakt voor democratie op basis van compromissen.

De toerismesector wordt bedreigd

De aanslag dreigt het succesverhaal bruut te verstoren. De nieuwe coalitie van seculieren en moslimfundamentalisten, die vorige maand aantrad, staat voor grote problemen. Terrorisme is een reëel gevaar, dat gevoed wordt door de burgeroorlog in buurland Libië. En de verouderde economie moet grondig hervormd worden om banen te creëren voor de enorme hoeveelheid werklozen.

De aanslag dreigt de crisis in de toerismesector, die 12 procent van het bbp vormt, verder te vergroten. Door sociale onrust sinds de val van Ben Ali was het aantal toeristen sterk teruggelopen.

De identiteit van de daders is nog niet vastgesteld. Een woordvoerder van het minister van Binnenlandse Zaken zei dat het waarschijnlijk Tunesiërs zijn. De aanslag was gisteren nog niet opgeëist, maar veel Tunesiërs vermoeden dat de Islamitische Staat (IS) verantwoordelijk is.

Tunesië is hofleverancier van buitenlandse strijders die zich aansluiten bij IS. De afgelopen jaren zijn naar schatting 3.000 Tunesiërs afgereisd naar Syrië. De enorme werkloosheid en uitzichtloosheid in Tunesië vormt een vruchtbare voedingsbodem voor radicaal islamitische groepen. De meeste krijgen eerst training in Libië, waar talloze terroristische groepen actief zijn. Sinds kort heeft ook IS zijn werkterrein uitgebreid naar Libië.

Ook Tunesië kampt met terroristisch geweld, maar dat bleef grotendeels beperkt tot het grensgebied met Algerije. Wel voerden anti-terreureenheden af en toe operaties uit tegen vermeende terroristen in Tunis. Vorige maand werden 30 mensen opgepakt die „spectaculaire” aanslagen zouden voorbereiden op „cruciale instellingen”, waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Sommigen waren teruggekeerd uit Syrië.

In een video, die in december online werd gezet, waarschuwen drie Tunesische IS-strijders dat Tunesiërs niet veilig zouden zijn „zolang Tunesië niet geregeerd wordt door de islam”.

    • Toon Beemsterboer