In ’t stadion van Yankees wordt nu ook gevoetbald

Ruim 43.000 fans steunden hun nieuwe club, New York City F.C., in hun eerste thuiswedstrijd ooit. Wordt ‘soccer’ echt een hit?

De eerste thuiswedstrijd van New York City FC in Yankee Stadium, afgelopen zondag. New York City won het duel tegen New England Revolution met 2-0. Foto Seth Wenig/AP

Het moet flink wennen zijn voor de suppoosten van Yankee Stadium: een nagenoeg uitverkocht stadion, maar vrijwel geen fan die het zwart-witte embleem van de New York Yankees voert. Vandaag is het vermaarde honkbalstadion in The Bronx lichtblauw gekleurd – naar het tenue van de nieuwe voetbalclub New York City F.C., die hier zijn thuiswedstrijden speelt totdat het elders in de stad een eigen stadion heeft. Welcome to the Club, staat op joekels van lichtbakken in het stadion geschreven.

New York City F.C. is voor 80 procent eigendom van de City Football Group, waartoe ook Manchester City behoort, en voor 20 procent van Yankee Global Enterprises. De club heeft traditie noch verleden, behalve het 1-1 gelijkspel vorige week tegen een andere nieuwe club, Orlando City SC, waar de Braziliaanse ster Kaka speelt. Beide clubs debuteerden daarmee in de hoogste Amerikaanse competitie, de Major League Soccer (MLS), zonder ooit gepromoveerd te zijn.

Als op het grote scherm de 33-jarige sterspeler David Villa, overgekomen van Atletico Madrid, wordt getoond, gaan de New York City-fans los. Want fans heeft de club al. Zoals de advocaat Pete Canty, die met zijn 3-jarige zoon Howie met de metro uit Brooklyn is gekomen. „Ik wilde al veel langer een New Yorkse club steunen. De New York Red Bulls voelden gewoon niet goed: die spelen in New Jersey en hebben een merk in hun naam. Toen NYCFC kwam, heb ik meteen een seizoenkaart gekocht.”

In Europa steunt Canty de Engelse club Fulham, „vooral vanwege de Amerikaanse spelers”, geeft hij toe – onder meer Brian McBride en Clint Dempsey speelden er jarenlang. Fulham degradeerde vorig jaar, iets dat in de MLS niet mogelijk is [zie kader]. „Dergelijk drama mist de MLS,” zegt Canty. „Maar zo hebben de clubs tenminste meer kans om te overleven. Als voetbalfan hoop ik dat de MLS een succes wordt.”

Het is immers al eerder misgegaan met het Amerikaanse clubvoetbal. Zo ging de in 1968 opgerichte North American Soccer League, waarin wereldsterren als Pele, Beckenbauer en Cruijff speelden, in 1984 failliet. George Quraishi, hoofdredacteur van het Amerikaanse voetbalblad Howler Magazine, weet er alles van. „Mijn vader speelde in die competitie voor de Tampa Bay Rowdies, vaak voor 35.000 man”, vertelt hij in een telefoongesprek. „Maar er was landelijk niet genoeg belangstelling om de gigantische salarissen van die tijd te rechtvaardigen.”

Dat zal de MLS niet gebeuren, vermoedt Quraishi. Allereerst omdat de sport populair is. „Er zijn al decennia miljoenen voetbalfans in de VS en elke vier jaar, na het WK, neemt het aantal bekeerlingen toe.” Daar komt bij dat de MLS geleerd heeft van het verleden. „De competitie groeit langzaam en voorzichtig en verliest nooit het kostenplaatje uit het oog.”

Quraishi denkt zelfs dat het MLS-model geen slecht voorbeeld is voor Europese competities. „In Spanje incasseren Barcelona en Real Madrid meer dan de helft van alle tv-inkomsten. Dat lijkt geweldig voor die twee clubs, maar zo heb je op een zeker moment geen tegenstand in je competitie meer – en wat is een club zonder competitie?”

De in 1992 opgerichte Engelse Premier League, waarin de clubs net als in de VS delen in inkomsten uit tv-rechten en sponsorcontracten, is volgens Quraishi al een stap richting het Amerikaanse model. „Hopelijk zien we een conversie: dat de MLS met het aantrekken van Europese topspelers op het veld meer op de Europese competities gaat lijken.”

Zo ver lijkt het in Yankee Stadium nog niet: het spel is vaak slordig en gehaast. Maar daar waar het tactisch en technisch soms wat minder is, wordt dit met inzet en enthousiasme goedgemaakt – zowel binnen als buiten de lijnen. De fans steunen hun nieuwe team onvoorwaardelijk. Als de fans van de New England Revolution treiterend „We love you Lampard, we do” inzetten – een verwijzing naar de Engelse ster Paul Lampard die zijn komst naar New York uitstelde om het seizoen bij Manchester City af te maken – zetten de New Yorkers het op een luid fluiten. Niet veel later rondt uitgerekend Villa een zelf opgezette een-twee prachtig af. Het stadion viert de eerste thuistreffer ooit alsof zojuist de Champions League is binnengehaald.

Villa heeft er zin in. Een wippertje hier, een hakje daar. „Olé!” brult het publiek. Een moeilijke volley in een vol strafschopgebied wordt net geen doelpunt. Tien minuten voor tijd zet de Spanjaard nog eenmaal aan. Zijn voorzet vanaf links is niet te missen voor de mee gespurte Patrick Mullins. De stadionspeaker roept: „Doelpunt voor New York City F.C., gescoord door Patrick…” Het is de bedoeling dat het stadion ’s mans achternaam scandeert. Maar het blijft stil. Het valt ook niet mee om in de eerste wedstrijd al alle spelers te kennen.