Eendagspoliticus

Waar kennen we Hilbrand Nawijn ook weer van? Pim Fortuyn had in zijn De puinhopen van acht jaar Paars gepleit voor een minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. Nawijn werd die eerste minister. Hij splitste zich als ‘lid Nawijn’ van de LPF af en richtte tevergeefs de Partij voor Nederland op. En in Zoetermeer de Lijst Hilbrand Nawijn, een collegepartij die nu zes zetels heeft.

Het patroon is: hij richt een partij op, raakt in opspraak – als minister zei hij voorstander van de doodstraf te zijn, hij liet zich op de drempel van Fortuyns Rotterdamse huis met Vlaams Blok-leider Filip Dewinter betrappen – en hij treedt af of heft zijn partij weer op. Waarom doet een mens zichzelf dat aan?

„Het kriebelt”, antwoordt hij als ik hem er in Zoetermeer naar vraag. „Ik zoek spanning.” Gisteren probeerde Nawijn voor weer een nieuwe partij, Lokaal Nederland, een zetel te bemachtigen in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Hij had eigen geld gestoken in een campagne in de dorpen rond Zoetermeer. Verkiezingsprogramma geschreven, kandidaten gezocht, zichzelf laten fotograferen met een nieuwe blauwe bril, foldermateriaal laten maken en zaterdag op zaterdag geflyerd op marktpleinen.

„Alles met Pim Fortuyn in het achterhoofd”, zegt hij. Nog altijd? Hij citeert uit De verweesde samenleving. „De overheid moet streven naar moderniteit, voor en door de burgers.”

Nawijns studeerkamer is een Fortuyn-mausoleum. Er staat een borstbeeld van de leider. Er hangt een collage van gedroogde bloemen en brieven van rouwende Nederlanders. In de boekenkast staat het complete werk van Fortuyn en zijn laatste agenda. „Ik heb hem”, zegt Nawijn, „spijtig genoeg maar één keer ontmoet, in de pauze van een voorstelling in de Anton Philipszaal in Den Haag.”

Als minister pleitte hij voor een generaal pardon voor 6.000 asielzoekers die langer dan vijf jaar in Nederland waren. Dat had Fortuyn vlak voor zijn dood ook gedaan. „Toen ik dat in de ministerraad voorstelde, keken Henk Kamp en Joop Wijn me verbijsterd aan. ‘Daar kan geen sprake van zijn’, zeiden ze.” Hij zet een Haagse stem op. Hij moest zijn plan weer intrekken.

Later op de avond in het Provinciehuis zegt hij dat hij „als interim-manager” de Provinciale Staten wil opheffen. Daar heeft hij vier tot acht jaar voor nodig. De eerste uitslagen druppelen binnen, 1,6 procent voor Nawijn. Hij heeft 1,8 procent nodig. Zijn vrouw Connie belt. „Het gaat goed hoor”, zegt hij. Zou ze al klaar staan om de scherven op te rapen? „Ze staat altijd achter me”, antwoordt hij. „Ze vindt het alleen niet leuk als ik kritisch word benaderd.”

De ene zetel wordt om kwart over elf een halve zetel. In Rotterdam, een ‘kerngemeente’ volgens Nawijn, is maar 1.643 keer op Lokaal Nederland gestemd. Om vijf voor half een is er nog een kwart zetel over. „Ik ben pessimistisch gestemd”, zegt Nawijn. En een kwartier later: „Ik trek me terug uit Lokaal Nederland.”

Ik kijk hem verbaasd aan. Hoe kunt u zichzelf als politicus nog serieus nemen als u na een nederlaag meteen vertrekt? „Ik ben 66 jaar. Mijn vrouw werkt nog als apothekersassistente”, zegt hij. „We moeten ons bezighouden.”