Een film met schaapjes die je echt kunt tellen

Shaun het Schaap: De Film is één van de films die deze week draait tijdens het Holland Animation Film Festival in Utrecht. Een film zonder computeranimaties, maar ouderwets met stop-motion. En dat kost veel tijd.

Beeld uit Shaun het Schaap: de Film

De vitrine waarin een van hun vier Oscarbeeldjes staat, lijkt uit de lokale Ikea te komen, merchandising van hun in 180 landen uitgezonden animatieserie Shaun het Schaap ligt uitgestald als de prijzen van een buurttombola; bij animatiestudio Aardman hebben ze duidelijk andere prioriteiten dan pronken met succes.

Uit niets blijkt dat de studio die animator en producent Peter Lord in 1972 oprichtte met collega David Sproxton, al decennialang de ene na de andere filmprijs binnensleept dankzij films als Creature Comforts (1989) en Chicken Run (2000), maar ook immense commerciële successen boekt met online games en tv-series zoals Shaun het Schaap.

Volgende week komt hun nieuwe bioscoopfilm Shaun het Schaap: De Film uit. Het is een filmversie van de populaire kinderserie over het intelligente, licht anarchistische schaapje Shaun dat zijn kudde steeds in de problemen brengt. In de film zelfs in zoveel problemen dat de schapen de veilige boerderij moet verlaten en richting ‘de Grote Stad’ trekken.

Hoewel ze tegenwoordig ook bij Aardman geregeld gebruikmaken van computeranimatie, blijft de studio vooral werken met stop-motion. De arbeidsintensieve manier van animeren waarbij een simpele beweging van een seconde – bijvoorbeeld een schaapje dat zijn hoofd draait – bestaat uit 24 individuele foto’s van een pop. Elke keer wordt de houding van de pop een fractie verplaatst en opnieuw gefotografeerd. Door alle foto’s na elkaar af te spelen wordt beweging gesuggereerd.

Vier dagen werk aan twee seconden

Peter Lord heet journalisten die Aardman bezoeken tijdens opnames van Shaun het Schaap: De Film nog steeds welkom alsof het zijn eerste persconferentie ooit is. Hij gniffelt verlegen om zijn eigen mopjes en excuseert zich mompelend voor de ongeïnspireerde locatie van de studio – een grauw bedrijventerrein in een buitenwijk van Bristol. Maar achter de grijze muren bevindt zich de wereldtop op animatiegebied.

Op de begane grond is een twintigtal kleine hokjes van vijf bij vijf meter. Elke locatie waar Shaun belandt is hier tot in het kleinste detail op schaal nagebouwd, zoals de boerderij met erf of de tweedehandskledingwinkel waar de schapen hun outfit kopen om undercover door de stad te kunnen dwalen.

Terwijl in de ontvangstruimtes van Aardman niemand zich druk maakt over zaken als interieurinrichting, wordt op de filmsets geen detail over het hoofd gezien: de ruiten van de boerderij kunnen duidelijk een lapbeurt gebruiken en in de kledingwinkel liggen achteloos weggegooide miniatuurkleerhangers.

Op elke set speelt een animator vooraf volledig uitgetekende scènes na. Hoewel Aardmanmedewerkers er een hekel aan hebben om hun films „samen te vatten in cijfers”, is het veelzeggend dat een animator hier een week werkt aan 10 seconden film. Zo is hoofdanimator Lloyd Price op een van de sets al vier dagen bezig de pop van kwaadaardige dierenvanger Trumper naar de boerderij te laten strompelen – achteraf blijkt dat het gestommel van Trumper nog geen twee seconden te zien is in de film.

Hoe kan het dat iedereen zo rustig blijft onder dit monnikenwerk? Price, lachend: „Er zijn momenten dat je een pop over de rand van een brug wilt gooien. En elke animator doet dat ook eens in de dertig jaar, denk ik. Maar op het moment dat je de pop uit je hand voelt glippen, denk je: mijn God, wat heb ik gedaan?”

Regisseur Mark Burton legt uit dat animatoren perfect moeten weten wat er in het hoofd van de poppen omgaat: „Er wordt niet gepraat in de tv-serie of de film, maar de emoties van de personages moeten wel duidelijk zijn.” Dat blijkt niet gemakkelijk bij schapen die in tegenstelling tot bijvoorbeeld Wallace en Gromit, ook van Aardman, geen wenkbrauwen hebben waarmee je woede of verwondering kunt suggereren. Enkel hun ogen en houding blijven over. Om die perfect te krijgen, hebben animatoren hun eigen trucjes, zoals zelf scènes naspelen, die te filmen en vervolgens te imiteren met de poppen. Mede-regisseur Richard Starzak: „Ik denk dat de meeste animatoren heel goede acteurs zouden zijn, maar dat ze er niet van houden om op een podium te staan.”

Niet alleen op de opnamesets wordt uren aan een stuk gepriegeld. Boven de studio’s werken zo’n 30 mensen non-stop aan de sets en poppen van de Aardmanfilms. Hoewel Shaun en de andere personages er op het eerste gezicht eenvoudig uitzien, zijn de poppen behoorlijk complex. Hun lichamen bestaan uit een beweegbaar metalen skelet, omgeven door latex. Op hun gezichten worden tijdens het filmen oogleden en monden aangebracht. Een paar millimeter extra klei bij een bovenlip maakt het verschil tussen een verontschuldigende en een melige glimlach.

Gemaakt met tandenstokers

Naast een doos met dertig Shaun-monden vertelt assistent-animator Carmen Bromfield Mason dat het aanpassen van de extra onderdelen „vrij lowtech” gebeurt. Lachend: „Net als het meeste bij Aardman. We werken met boetseermateriaal, maar net zo goed met tandartsmateriaal of wat toevallig op ons bureau ligt zoals een tandenstoker.” Het regisseursduo Mark Burton en Richard Starzak vertelt dat ze twijfelden of het mogelijk was om een film te maken van tachtig minuten waarin niet werd gepraat. Op televisie duurt een Shaun-aflevering ongeveer zeven minuten. Maar wat Aardman vooral wil, benadrukt Lord, is goede grappen vertellen. Het resultaat is een combinatie van grapjes over een zichtbare bilspleet en winden met subtiele kritiek op het overmatig gebruik van sociale media. Typisch Britse humor? Regisseur Starzak: „Er werken hier mensen uit de hele wereld, we nemen echt geen test af om te kijken of ze Brits genoeg zijn. Er zit veel slapstick in Shaun, en daar houdt iedereen van, waar ook ter wereld.”

Hoofdanimator Price noemt het zijn „beloning” om aan het einde van een lange dag schaven aan details op zijn scherm „een personage te zien dat er triest of vrolijk uitziet, terwijl je weet dat het eigenlijk een klomp plasticine is met metaal erin. Geduld is nu eenmaal een voorwaarde als je dit beroep wilt uitoefenen. Zoals een dokter tegen bloed moet kunnen, zo moet een animator veel geduld hebben.”