Dit is het helse verhaal achter de foto

Een jaar hield journalist Javier Espinosa het verhaal over zijn ontvoering door IS-strijders stil. Nu vertelt hij over ‘gevangene 43’.

Na 194 dagen gevangenschap in Syrië ziet Javier Espinosa zijn zoon terug. Foto Paco Campos/EFE

De foto waarop Javier Espinosa (Malaga, 1964) zijn zoon Yerah in de armen sluit, ging de hele wereld over. De Spaanse journalist keerde vorig jaar op 30 maart levend terug uit Syrië waar hij 194 dagen vast was gehouden door jihadisten. Twaalf maanden bleef het stil. De voorbije week kwam dan toch het zo lang verwachte verhaal van Espinosa in de krant van zijn werkgever El Mundo. Gevangene 43, een verblijf in de hel in vier delen. „Voel je het? Koud, hè? Kan je je voorstellen hoeveel pijn het doet wanneer het snijdt?”

Espinosa legt uit waarom hij, net als zijn collega Marc Marginedas van El Periódico, nu pas naar buiten treedt. Bij zijn vrijlating dreigden de strijders van de Islamitische Staat volgens hem andere gevangenen af te slachten als hij in de media zou verschijnen. Met de onthoofding van de Amerikaanse fotograaf James Foley werd in augustus vorig jaar pijnlijk duidelijk dat ze tot alles in staat zouden zijn. Later zag Espinosa hoe nog meer collega’s de dood vonden. Anderen werden bevrijd. Nu alleen de Engelsman John Cantlie nog vastzit, durfde de Spaanse journalist het aan.

De correspondent van El Mundo neemt zijn lezers mee terug naar 16 september 2013 als hij samen met freelance-fotograaf Ricardo García Vilanova na twee weken in Syrië terug wil keren naar Turkije. Daartoe moeten ze net als op de heenweg door een gebied dat bezet is door de IS. Nabij de stad Deir ez-Zor in de provincie Ar-Raqqa gaat het mis. Ze vallen in handen van de radicale Abu Dhar uit Saoedi-Arabië. Espinosa, die in 1999 in Sierra Leone al eens werd ontvoerd, weet het. Het is goed mis.

Gekrijs

Espinosa en García verblijven aanvankelijk maanden achtereen in een kleine kamer. Als de avond valt, beginnen vaak de martelingen van gevangenen. Zelf blijven ze buiten schot, maar uit het gekrijs van anderen blijkt hoe grof de IS te werk gaat. Espinosa vertelt over de dag dat ze vooraf uitleg kregen. „Het was een surrealistisch moment toen een strijder onze cel binnenkwam en excuses aanbood voor de geluiden die we in de volgende uren zouden horen. ‘We hebben verschillende regeringssoldaten gevangen’, zei de strijder ‘We gaan ze slaan voordat we ze executeren’.”

Na enige tijd werden de Spanjaarden overgeplaatst naar een plek met andere westerse gegijzelden. Ze krijgen oranje kleding aan en op hun rug staat een nummer geschreven. Vanaf dat moment gaat Espinosa in de Islamitische Staat door het leven als ‘gevangene 43’. Ze worden bewaakt door drie Engelse IS-strijders, die al snel worden omgedoopt tot The Beatles. Eén van die ‘Beatles’ was jihadi John, de man die als beul te zien was in het onthoofdingsfilmpje van Foley. Achter het masker van John zit de 26-jarige Mohammed Emwazi.

Schijnexecutie

Espinosa leert Emwazi van nabij kennen als een sadist, die er een genoegen in schept gevangenen psychisch te mishandelen. Ook Espinosa ontkomt niet aan geestelijke martelingen van Emwazi. „Hij had een antiek zwaard, dat legers in de middeleeuwen gebruikten. Het lemmet was bijna een meter lang, met een zilveren heft. Daarmee streelde hij over mijn nek, terwijl hij bleef praten: ‘Voel je het? Koud, hè? Kan je je voorstellen hoeveel pijn het doet wanneer het snijdt? Onvoorstelbare pijn’. Toen hij daarmee klaar was, pakte hij zijn pistool. Hij zette het tegen mijn hoofd en haalde de trekker drie keer over. Klik. Klik. Klik. Een schijnexecutie.”

Voor Espinosa blijft het tijdens zijn verblijf in Syrië bij schijnexecuties. Hij lijkt het geluk te hebben Spanjaard te zijn. Zijn andere Amerikaanse lotgenoten Jim Foley, Steven Sotloff en Peter Kassig zijn onthoofd. De Amerikaanse Kayla Mueller zou bij bombardementen om het leven zijn gekomen. En twee van drie Britten – David Haines en Alan Henning – ondergaan eveneens datzelfde wrede lot. De toekomst van John Cantlie is ongewis. Hij is meerdere keren te zien geweest als journalist in propagandafilmpjes voor de IS.

Met name Foley moest het volgens Espinosa ontgelden. De beulen zagen in hem een voormalig soldaat van het Amerikaanse leger. Die conclusie trokken ze nadat ze een foto van Foley in uniform bij een embedded reportage hadden ontdekt. Espinosa onthult dat Foley heeft geprobeerd te ontsnappen. De fotojournalist was al over een muur geklommen en wachtte op zijn Britse compagnon Cantlie toen ze werden opgemerkt door een bewaker. In plaats van alleen te vluchten, toonde Foley zich solidair met Cantlie en liet zich weer gevangennemen.

Het woord losgeld valt nergens, maar het lijkt erop dat Spanje in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS wel bereid is geweest te onderhandelen over het vrijlaten van de journalisten en de fotograaf. Lang vreest Espinosa voor zijn lot, maar de stemming slaat om als opeens de mededeling komt dat Marc Marginedas naar huis mag. Niet lang daarna steken Espinosa en Garcia de grens over bij de plek waar ze eerder waren ontvoerd. Met hun handen in de lucht lopen ze de Turkse grens over de vrijheid tegemoet. Een jaar lang heeft Espinosa het geheim moeten houden, maar het verhaal achter de beroemde foto is dan nu toch bekend.