De wetenschap heeft óók kwaad aangericht

Kritiekloos geloof in de wetenschap helpt ons niet verder, stelt Toine Janssen.

De sterrenconstellatie Eagle Nebula. Foto Nasa

Moeten we in niets geloven behalve de wetenschap? In nrc.next van maandag 16 maart kwam psycholoog en wetenschapshistoricus Michael Shermer aan het woord, middels een interview dat langs zeven stellingen voerde: zeven redenen om alleen in de wetenschap te geloven, en in niets anders.

Bij elkaar geven deze redenen een behoorlijk vertekend beeld van rede, religie en ook van de wetenschap zelf. En ze maken duidelijk dat kritiekloos in de wetenschap geloven ons ook niet verder helpt.

Met stelling 1, wetenschap is het beste systeem om de wereld om ons heen te verklaren, kan ik nog een heel eind meegaan. Zeker, wetenschap ‘werkt’. Maar het doet dat alleen bij vragen naar het ‘hoe’. Niet bij vragen naar het ‘waarom’. Zo kunnen we nu verklaren hoe materie en straling, net na het ontstaan van ons heelal, afkoelden en overgingen in een bepaalde verhouding (3:1) van waterstof en helium. We kunnen niet verklaren waarom er op dat moment, 0,0001 seconde na de Big Bang, materie was.

Stelling 6, religie is overbodig, klopt dus niet als het erom gaat het ontstaan van het heelal te verklaren. Maar dat is niet het grootste probleem met deze uitspraak. Wat Shermer niet lijkt te beseffen, is dat religie maar zeer ten dele een ‘verklaring van de wereld’ is. Religie is geen pseudowetenschap, geen ‘theorie’, behalve in de ogen van sommige orthodoxe gelovigen.

Helaas delen zij met Shermer een beperkt begrip van religie.

Dan de effecten van wetenschap, die Schermer louter als goed aanmerkt. Zo zou wetenschap idiote ideeën de wereld uit helpen, stelling nummer 3.

Zeker heeft wetenschap zijn steentje bijgedragen om onhoudbare magische denkbeelden te bestrijden. Het heeft echter ook zelf genoeg idiote noties voortgebracht, zoals het idee dat je iemands persoonlijkheid kunt aflezen van de vorm van zijn schedel, of dat een bepaalde indeling van Indo-Europese talen iets zegt over het ras van de sprekers. Die ideeën hebben veel kwaad aangericht. En wie weet of huidige wetenschappelijke trends (‘wij zijn ons brein’) niet tijdelijke modes blijken waarop we later vol schaamte terugzien?

Wetenschap goed voor ons welzijn?

Is wetenschap (stelling 4) dan goed voor ons welzijn? Ja, als je welzijn met welvaart identificeert. En beslist valt het toe te juichen dat we ouder worden en dat ook steeds gezonder doen. Dat een toenemende welvaart kan omslaan in een vermindering van welzijn, zien we echter ook elke dag – wat zijn we bijvoorbeeld kwijtgeraakt door medicalisering van het levenseinde of door versnelling van het dagelijks leven?

Verzekert wetenschap onze toekomst (nummer 5)? Opnieuw heeft Shermer wel een punt, als hij zegt dat we (wetenschap en) technologie nodig hebben als de aarde eens uitgeput raakt en we planeten moeten koloniseren. Wat hij echter negeert, is de mogelijkheid dat technologie alleen niet voldoende is om onze toekomst te verzekeren. Stel, we plunderen onze planeet te snel om te kunnen vluchten naar Mars. Of we slagen erin van planeet naar planeet te hoppen, maar putten deze steeds sneller uit, zodat we op een gegeven ogenblik doodlopen. Is het dan techniek die ons gaat redden? Of eerder een morele vooruitgang?

Waarmee we bij Shermers belangrijkste stelling komen: de overtuiging dat wetenschap morele vooruitgang aanjaagt. Dit is aantoonbaar onjuist. Het gelijkheidsbeginsel, dat hij noemt, is een vrucht van het christendom, niet van de filosofie. Het komt niet van Plato en Aristoteles, maar van Jezus en Paulus. En dat het in de Verlichting werd opgepakt en uitgewerkt door ‘wereldse’ filosofen was ook geen onverdeelde zegen, want het resulterende humanisme (bijvoorbeeld van Marx) kon vervolgens omslaan in een moreel nihilisme en de rechtvaardiging van totalitaire samenlevingen.

Religie is conservatief, zegt Shermer, kijk naar IS. Maar dat is een uitspraak over religie in bepaalde interpretaties, in bepaalde ontwikkelingsfases. De geschiedenisboeken staan vol van religieuze hervormers. Elke stichter (Boeddha, Jezus, Mohammed) was een progressieve hervormer.

Hoe is het mogelijk dat een historicus als Shermer zo weinig weet van zijn eigen onderwerp? Hoe kan het dat hij denkt in zo eenvoudige termen als wetenschap=redelijk=goed en religie=irrationeel=slecht?

Ik heb maar één verklaring: we zitten hier midden in de Amerikaanse strijd over de invloed van conservatieve christenen op politiek en onderwijs, een invloed die inderdaad vaak funest is. Aan onze eigen West-Europese thema’s (religie en vrije meningsuiting, economisering van de samenleving) draagt deze discussie echter niets bij.

O ja, laat ik ter volledigheid ook nog de zevende stelling bespreken: dat ‘empirisch bewijs’ een hoofdrol speelt in de liefde. De ‘bevestiging’ van je geliefde dat hij of zij van je houdt, heeft helemaal niets met een empirisch bewijs te maken. Liefde kan niet worden bewezen en er is geen experiment waarmee ze kan worden aangetoond. Liefde is geen wetenschap en het is niet objectief, zoals we allemaal weten.

Gelukkig maar.