De koloniale held moet van sokkel, eisen studenten

De meeste standbeelden van blanke helden overleefden het einde van de apartheid. Nu willen veel studenten dat ze alsnog verdwijnen.

Een Zuid-Afrikaanse student loopt langs het standbeeld van de Britse pionier en mijnmagnaat Cecil John Rhodes (1853-1902) bij de universiteit van Kaapstad. Studenten omhulden het beeld onlangs met zwart plastic. Ze willen Rhodes weg hebben, omdat hij „een wrede racist” was. Foto Schalk van Zuydam/AP

Geen Beeldenstorm, geen Russische of Iraakse toestanden waar oude leiders van hun sokkels worden getrokken. In de twintig jaar die volgden op de val van de apartheid bleven de monumenten uit de koloniale tijd in Zuid-Afrika nagenoeg overeind. Het enorme Voortrekkermonument in Pretoria, dat de negentiende-eeuwse tocht van de blanke boeren naar het westen eert, werd in 2011 uitgeroepen tot nationaal monument. Dat was kenmerkend voor de wijze waarop Zuid-Afrika de overgang maakte van blank naar zwart bestuur: machtswisseling zonder bloed en zonder brokken.

Maar de Britse imperialist en mijnmagnaat Cecil John Rhodes (1853-1902) heeft het zwaar. Op diverse plek ken in Kaapstad wordt hij herdacht als koloniale pionier, premier van de Kaapkolonie en stichter van Noord- en Zuid-Rhodesië, het huidige Zambia en Zimbabwe. Het manshoge standbeeld waar hij, als de denker van Rodin, vanaf de Universiteit van Kaapstad uitkijkt over de stad werd onlangs even in zwart rouwplastic gewikkeld, zijn gekromde lijf met plakband afgeplakt. Een student stortte zelfs een bak mensenpoep over het standbeeld uit.

„Rhodes moet vallen”, zegt student Sinawe Thambo, die met tientallen andere het verkeer staande houdt met een spandoek dat die woorden draagt. „Hij was een wrede racist. Hoe kunnen we studeren op een school waar zo’n racist wordt geëerd? Voor ons valt hij in de categorie Hitler-Stalin.”

Dat standpunt plaatst het bestuur van de Universiteit van Kaapstad voor een dilemma. Rhodes financierde het land waarop de universiteit en het ziekenhuis Groote Schuur zijn gebouwd. Zonder Rhodes was de universiteit er niet. „Kan me niet schelen. Dat geld verdiende hij over zwarte ruggen”, zegt Joshua Nott, rechtenstudent, een van de weinige blanke actievoerders.

De studenten lopen voorop in een debat dat de politiek nog moet voeren. Straat- en plaatsnamen die de bedenkers van de apartheid eren, zijn weg. De monumenten staan nog. Alleen Julius Malema van het radicaal linkse EFF eiste onlangs de vernietiging van Boerenleider Louis Botha (1862-1919), die nog altijd versteend te paard op de stoep van het Kaapse parlement staat. Andere partijen bleven muisstil.

Zelfs de blanke biograaf van Rhodes is verbaasd hoe zijn thema de tand des tijds doorstond. „In Zimbabwe werd na de onafhankelijkheid in 1980 vrijwel elke herinnering aan Rhodes weggehaald. In Zuid-Afrika bleef alles in stand”, zegt Paul Maylam, hoogleraar aan de Rhodes universiteit in Grahamstown. Rhodes financierde studiebeurzen (voor blanken) en universiteiten. Zo stelde hij zijn erfenis veilig. Maylam: „Er zijn nu zwarte activisten uit de jaren 80 die willen dat de naam van deze universiteit gehandhaafd blijft. Kwestie van status, denk ik.”

Het universiteitsbestuur in Kaapstad reageert als versteend op het protest van de nieuwe generatie die na de val van de apartheid werd geboren, The bornfrees. Als op maandagmiddag studenten zijn uitgenodigd voor een seminar over de kwestie, probeert de hoogleraar die het debat leidt, de opgestoken vingers van studenten te negeren. „Jullie kunnen nog vaak genoeg spreken”, zegt professor Crain Soudien. Maar als hij even later onder druk van een hemel aan opgestoken vingers toch het woord geeft aan de studentenleider, verliest hij de regie.

„Als zwarte studenten kunnen we niet blijven rondlopen op een eurocentrisch instituut dat de cultuur en symbolen viert waarin zwarten zich niet herkennen”, zegt studentenleider Ramabina Mahapa. De elitaire universiteiten laten weinig zwarte denkers aan het woord. „Waarom vertelt deze universiteit niets over hen? Als we echt geloven in verzoening, waarom doet dit instituut dan niks aan ons gedachtegoed?”

Als de studenten in protest de collegezaal verlaten, zegt vicepresident Max Price geschrokken: „Ik kan nu niks zeggen. Ik moet eerst een verklaring uitbrengen aan de universiteit. U moet nog 24 uur wachten.”

Maar die woorden kunnen bij de ongeduldige studenten niet op begrip rekenen. „We hebben het bestuur gesmeekt om verandering”, zegt studentenleider Mahapa. „De tijd voor verandering is nu.”

    • Bram Vermeulen