Coalitie afgestraft, beleid niet

De VVD is onder Rutte opnieuw de grootste partij, en Samsoms PvdA lijdt weer een zware nederlaag. D66 wint, maar na de Provinciale Statenverkiezingen zijn bijna nergens in Nederland nog heldere politieke meerderheden. Elke partij die kan besturen is welkom.

Minder dan een miljoen kiezers (952.091) waren gisteren voldoende voor de VVD om opnieuw de grootste partij van Nederland te worden. Onder leiding van de dit keer zeer actieve campaigner-premier Mark Rutte wist de VVD het verwachte verlies bij de Statenverkiezingen te beperken. Nog altijd is de VVD in 6 van de 12 provincies de grootste partij – dat waren er 7. De liberalen wonnen, in weerwil van de peilingen, ook in Zuid-Holland, waar gisteren de meeste stemmen voor de Eerste Kamer te verdienen waren. In de senaat blijft de VVD met 13 zetels nog net het CDA voor. De betekenis daarvan is niet te onderschatten: de VVD blijft zo voorlopig verzekerd van een centrale rol in het almaar meer vergruisde politieke landschap.

Tot 2019 zijn in de senaat minimaal 4 partijen nodig om een meerderheid te vormen – dat gegeven is ook na de volgende Tweede Kamerverkiezingen, die zijn voorzien in 2017, cruciaal. Regeringspartner PvdA wordt in het Haagse krachtenveld steeds meer in het nauw gedreven: na de derde forse verkiezingsnederlaag op rij houden de sociaal-democraten in de voorlopige uitslag nog maar 8 zetels over in de Eerste Kamer. In geen enkele provincie zijn zij nog de grootste. In ‘gasprovincie’ Groningen leed de PvdA de gevoeligste nederlaag: daar is nu de SP de grootste. De socialisten streefden de PvdA in vrijwel het gehele land voorbij. GroenLinks profiteerde niet: die partij was met de PVV juist de enige uit de oppositie die stemmen verloor. Wilders boekte in Rotterdam wel winst: zo’n 35 procent van de stemmen.

VVD en PvdA samen hebben nu nog 20 van de 75 zetels over in de senaat. De gedoogpartijen die het kabinetsbeleid steunen, wonnen; D66 verdubbelt zelfs van 5 naar 10. Dat is onvoldoende om het kabinet aan een meerderheid te helpen. Daardoor moet premier Rutte nu kijken naar andere partijen, met name het CDA en GroenLinks. Het CDA verliest in absolute aantallen kiezers, maar is wel in 4 provincies de grootste – onder meer in Limburg. Maar ‘groot’ is een zeer relatief begrip geworden in de politiek: de versplintering regeert. Net als in de gemeenten komt het in de provincies en daardoor ook nationaal steeds meer aan op samenwerking tussen veel partijen van diverse politieke kleur. En de kiezer is matig geïnteresseerd. De opkomst voor de provinciale verkiezingen daalde van 56 naar 47,5 procent.