Cecil John Rhodes (1853-1902) heeft het zwaar

Na de val van de apartheid bleven de standbeelden van de oude leiders overeind staan. Maar nu is er onrust. „Rhodes moet vallen”, eisen studenten.

Het standbeeld van Rhodes als denker van Rodin is nu in zwart rouwplastic gewikkeld. Foto AP

Geen Beeldenstorm. Geen Russische of Iraakse toestanden waar de oude leiders van hun sokkels werden getrokken. In de twintig jaar die volgden op de val van de apartheid, bleven de monumenten uit de koloniale tijd in Zuid-Afrika nagenoeg overeind. Het reusachtige Voortrekkermonument in Pretoria dat de negentiende-eeuwse tocht van de blanke boeren naar het westen eert, werd vier jaar geleden zelfs uitgeroepen tot nationaal monument. Het is symptomatisch voor de manier waarop Zuid-Afrika de overgang maakte van blank naar zwart bestuur: een machtswisseling zonder bloed, en zonder brokken.

Maar de Britse imperialist en mijnmagnaat Cecil John Rhodes (1853-1902) heeft het zwaar de afgelopen dagen. Op verschillende plekken in Kaapstad wordt hij herdacht als koloniale pionier, premier van de Kaapkolonie en stichter van Noord- en Zuid-Rhodesië, het huidige Zambia en Zimbabwe. Het manshoge standbeeld waar hij als de denker van Rodin vanaf de Universiteit van Kaapstad uitkijkt over de stad is nu in zwart rouwplastic gewikkeld. Zijn gekromde lijf is met plakband afgeplakt. Een student stortte afgelopen week zelfs een bak mensenpoep over het standbeeld uit.

Een dilemma voor de universiteit

„Rhodes moet vallen”, zegt Sinawe Thambo, die met tientallen andere studenten het verkeer staande houdt met een spandoek dat dezelfde woorden draagt. „Hij was een wrede racist. Hoe kunnen we studeren op een school waar zo’n racist wordt geëerd? Voor ons valt hij in dezelfde categorie als Hitler of Stalin.”

Dat standpunt heeft het bestuur van de Universiteit van Kaapstad voor een duivels dilemma geplaatst. Rhodes financierde het land waarop de universiteit en het Groote Schuur ziekenhuis zijn gebouwd. Zonder Rhodes had de universiteit niet eens bestaan. „Dat kan me niet schelen. Dat geld heeft hij over zwarte ruggen verdiend”, zegt Joshua Nott, rechtenstudent, en een van de weinige blanken bij dit protest.

De studenten lopen voorop in een debat dat de politiek nog moet voeren. Straat- en plaatsnamen die de bedenkers van de apartheid eren, zijn verdwenen. Maar de monumenten staan nog. Alleen Julius Malema van de radicaal linkse partij EFF eiste onlangs de vernietiging van de Boerenleider Louis Botha (1862-1919), die nog altijd versteend te paard op de stoep van het Kaapse parlement staat. De andere partijen bleven muisstil.

Van Lenin is ook geen beeld nodig

„Rusland kan een voorbeeld zijn. Wat we veel horen is dat als we standbeelden weghalen, we de mensen vergeten. Maar we hebben het vandaag toch nog steeds over Lenin? Daar heb je geen standbeeld voor nodig”, zegt Kealeboga Mase Ramaru, een van de leiders van het studentenprotest.

Zelfs de blanke biograaf van Rhodes is verbaasd hoe zijn onderwerp de tand des tijds heeft doorstaan. „In Zimbabwe werd na de onafhankelijkheid in 1980 vrijwel iedere herinnering aan Rhodes weggehaald. Maar in Zuid-Afrika bleef alles in stand”, zegt Paul Maylam, hoogleraar aan de Rhodes universiteit in Grahamstown. Rhodes financierde studiebeurzen (voor blanken) en universiteiten. Zo stelde hij zijn erfenis veilig. „Er zijn nu zelfs zwarte activisten uit de jaren tachtig die willen dat de naam van deze universiteit gehandhaafd blijft. Een kwestie van status, denk ik”, zegt Maylam.

Het universiteitsbestuur in Kaapstad reageert als versteend op het protest van de nieuwe generatie die na de val van de apartheid werd geboren, de bornfrees. Als op maandagmiddag studenten zijn uitgenodigd voor een seminar over de kwestie, probeert de hoogleraar die het debat leidt de opgestoken vingers van studenten te negeren. „Jullie krijgen nog genoeg kans om te spreken”, zegt professor Crain Soudien. Maar als hij even later onder druk van een hemel aan opgestoken vingers toch de wens inwilligt het woord te geven aan de studentenleider, raakt hij de regie kwijt.

Nu écht tijd voor verandering

„Als zwarte studenten kunnen we niet blijven rondlopen op een eurocentrisch instituut dat de cultuur en symbolen viert waarin zwarten zich niet herkennen”, zegt Ramabina Mahapa. Het gaat hem niet alleen om het standbeeld, maar om het erkennen van „ons geheugen, onze herinnering”. De elitaire universiteiten onderwijzen nog te veel Europees gedachtegoed en laten te weinig zwarte denkers aan het woord. „Waarom vertelt deze universiteit niets over hen? Als we geloven in verzoening, waarom doet dit instituut dan niks aan ons gedachtegoed.”

Als de groep studenten in protest de collegezaal verlaten, verstijft het universiteitsbestuur. „Ik kan nu niks zeggen”, zegt vice-president Max Price geschrokken. „Ik moet eerst een verklaring uitbrengen aan de universiteit. U moet nog 24 uur wachten.” Price heeft de hoop om de controle te kunnen houden over deze universiteitsopstand nog niet opgegeven. Hij herinnert zich dat er in zijn studententijd in de jaren zeventig ook al tegen Rhodes werd gedemonstreerd. Het is allemaal niks nieuws. „Maar voor het verwijderen van een standbeeld moet je een proces volgen”.

Dat is precies het verkeerde woord voor een ongeduldig publiek. „We hebben het bestuur gesmeekt om verandering”, zegt studentenleider Mahapa. „We willen niet langer wachten. De tijd voor verandering is nu.”