Britse economie groeit, maar productiviteit blijft ondermaats

De Britse regering presenteerde gisteren de laatste begroting voor de verkiezingen.

Minister George Osborne van Financiën met zijn begrotingskoffertje. Foto REUTERS/Suzanne Plunkett

Drie boodschappen heeft de Conservatieve partij aan de Britse kiezer: dankzij haar regering is de werkloosheid gedaald, zijn er nieuwe bedrijven opgericht en is het begrotingstekort gehalveerd. Of zoals George Osborne, minister van Financiën, gisteren bij de presentatie van de laatste begroting van de huidige coalitieregering zei: „We zien een oprecht herstel. Het land functioneert weer.”

Osborne kan inderdaad tevreden zijn. De Britse economie groeit. Voor volgend jaar wordt 2,5 procent groei voorspeld. En de werkloosheid zal dit jaar met 5,3 procent dalen.

De derde van de drie slogans van de Conservatieven is echter minder eenduidig positief dan de Conservatieven suggereren. Het begrotingstekort, in 2010 door Osborne „de meest urgente taak voor dit land” genoemd, is inderdaad gedaald van 153 miljard pond (211 miljard euro) naar 97,5 miljard.

Maar hij heeft het ondanks fikse bezuinigingen niet weten om te buigen tot een overschot, zoals hij toen beloofde voor dit jaar. Dat wordt pas voorzichtig bereikt in 2019-2020, met 7 miljard (0,3 procent van bruto binnenlands product). De regering leende onderwijl zo’n 100 miljard pond meer dan zij in 2010 voorzag.

Teleurstellende productiviteit

Bovendien concludeert het onafhankelijke Office of Budget Responsibility (OBR) dat het Verenigd Koninkrijk in vergelijking met de economieën van de andere G7-landen „het enige land [is] waar het begrotingstekort niet is geslonken doordat de opbrengsten sneller zijn gegroeid dan het nationale inkomen”. Ondanks de het feit dat de groei in werkgelegenheid groter was dan in die andere landen. „Het weerspiegelt de slapte in belastinginkomsten, die veroorzaakt zijn door beleidsmaatregelen, en teleurstellende productiviteit en loongroei.”

Het besluit van de regering om de belastingvrije voet te verhogen naar 11.000 pond, in combinatie met de groei van het aantal zzp’ers en bevriezing van veel lonen, en daar bovenop tegenvallende opbrengsten uit olie en gas, bracht het OBR in de herfst tot zijn waarschuwing dat de regering „teleurgesteld zal zijn over de ontvangsten”.

Osborne kondigde gisteren aan dat de verkoop van een nieuwe tranche aandelen in de deels genationaliseerde bank Lloyds en van hypotheken van Northern Rock en Bradford & Bingley, die samen 22 miljard pond moet opleveren, gebruikt zal worden om de staatsschuld af te lossen.

Waarschuwing OECD

Groter probleem is de productiviteit. De Britse productie per uur stagneert sinds 2008 en is 17 procent lager dan in andere G7-landen. Dat wordt geweten aan relatief lage investeringen in infrastructuur en innovatie. Osborne kondigde de afgelopen vijf jaar wel een aantal grote projecten aan, waaronder een hogesnelheidslijn van Londen naar Birmingham, maar het zal nog jaren duren voordat die wordt aangelegd.

De Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OECD) waarschuwde in februari dat productiviteit „de grootste uitdaging” voor het Verenigd Koninkrijk is. Die „is zwak, zeker in vergelijking met landen als Canada en de VS, die eveneens de werkgelegenheid zagen groeien”, zei secretaris-generaal Angel Gurria. Hij noemde het „essentieel” om groei verder te bevorderen. Net zo essentieel is het volgens hem voor de Britten om de koopkracht te stimuleren.

Dat laatste doet Osborne met een aantal cadeautjes: de accijnzen op bier en whisky gaan omlaag, die op wijn en benzine worden bevroren. Hij beloofde bovendien een einde aan de bezuinigen: de 7 miljard pond surplus in 2019 is aanzienlijk lager dan de 23 miljard die hij vorig jaar nog noemde als doel. Spaarders, gepensioneerden, boeren, de Schotse olie-industrie en inwoners van Manchester werden ook beloond met specifieke maatregelen.

Dat moet hen overtuigen op de Conservatieven, dan wel de Liberaal-Democraten te stemmen. Daarmee was deze begroting vooral een politieke begroting. Maar met nog 50 dagen te gaan tot de verkiezingen kon dat ook nauwelijks anders.