Argentijnse dans vooral ‘gekkie spelen’

Een zootje ongeregeld uit het boekje. Zo ziet het zestal eruit dat het toneel bevolkt in Duramadre van het Argentijnse gezelschap KM29.

Als het publiek binnenloopt, staan de flodderig geklede dansers al op het toneel, in zichzelf gekeerd, ieder met zijn eigen neurose, autisme of dwangstoornis.

Vertraagd en schokkerig bewegend, verknipte wezens zonder onderling contact, menselijke eilandjes. De soundscape-componist (Nicolás Varchausky, nerd uit het boekje) legt er live een basis onder van statische ruis, gebrom en door zijn bewegingen aangestuurde zoemgeluiden.

Zoals te voorzien was, gaan deze stuurloze individuen langzaam maar zeker contact maken. Lastig, met al die spasmodische sidderingen, maar als het lichaam tegenwerkt, bieden T-shirts, hemdjes en broekspijpen houvast.

En zo ontstaat uiteindelijk een groep, wankelend en trillend, maar toch: een groep. Bij elkaar kluitend, of als een slinger weerbarstig menselijk wrakhout. Uiteindelijk komen ze zelfs tot rust, en wordt er min of meer normaal gedanst, sur place, wat ongemakkelijk, als op een feestje dat nog niet echt op gang is gekomen.

Voor choreograaf Juan Onofri Barbato staat Duramadre voor het verlangen om tot een groter geheel te behoren, connecties aan te gaan.

Via de titel legt hij een link naar de neurofysiologie – duramadre is het membraan dat onze hersenen beschermt, knooppunt van complexe verbindingen.

Helaas komt Barbato niet veel verder dan ‘gekkie spelen’, maar dan zonder de ontroering die de ‘bastaarddans’ van Alain Platel wél weet op te roepen.