Alsof de conducteur een boksbal is

Op het perron in Almelo zijn een conducteur en een machinist mishandeld. Tegen de daders werd gisteren vijftien maanden geëist. Die eis vindt het NS-personeel veel te slap.

Een stoet van NS-personeel is gistermiddag naar de rechtbank in Almelo getrokken. Daar stonden twee verdachten terecht voor mishandeling van een conducteur en machinist afgelopen december op een perron in Almelo.

Het personeel wil de getroffen collega’s steunen. „We willen de maatschappij laten zien dat we helemaal klaar zijn met die agressie”, zegt een conducteur. „Handen af van onze collega’s”, vindt een machinist.

Allemaal hebben ze wel eens te maken gehad met agressie tijdens hun werk. Ze vertellen over de klap of de duw die ze kregen of hoe ze werden uitgescholden. Vaak door reizigers die geen kaartje hadden. En het lijkt alsof het toeneemt.

Behalve de twee verdachten, de 20-jarige Andrino J. uit Schiedam en de 30-jarige Jean C. uit Rijssen, zitten ook de twee slachtoffers in de rechtszaal. Over wat er op 2 december is gebeurd in de trein tussen Rijssen en Almelo en later op het perron, lopen de lezingen uiteen. De feiten zijn moeilijk vast te stellen, meent de advocaat van de verdachten.

Voor de officier van justitie staat vast dat er sprake was van oplopende spanningen gedurende de treinreis. Om te beginnen had C. te weinig geld op zijn chipkaart en moest hij die van de conducteur eerst opladen. Daarna bleven C. en J. in de trein telkens een meisje opzoeken, terwijl zij had aangegeven daar niet van gediend te zijn. De conducteur liet haar plaatsnemen in de eerste klas.

Het slaan gaat maar door

Aangekomen in Almelo stapte C. op het perron op de conducteur af. Volgens de officier gebeurde dat dreigend. C. en J. raakten slaags met de conducteur en de machinist. Wat de officier betreft zijn C. en J. als eerste ‘fysiek agressief’ geworden. C. stelt echter dat de conducteur de eerste duw gaf. Op de camerabeelden die op het perron zijn gemaakt, is te zien hoe de twee verdachten erop los slaan en schoppen – C. neemt de conducteur onder handen, J. de machinist – totdat beiden op de grond liggen. Ook dan stopt het slaan nog niet. „Alsof de conducteur een boksbal is”, beschrijft de officier.

C., door deskundigen beoordeeld als zwakbegaafd, voelde zich gekrenkt en afgewezen, stelt zijn advocaat. J., die een trauma heeft opgelopen vanwege een neergeschoten broer en nog maar een jaar in Nederland is, is geen vechtersbaas. Bij hem was de paniek groot, stelt de advocaat.

Uit hun slachtofferverklaringen blijkt hoe de conducteur en machinist te lijden hebben (gehad) onder het incident. Beiden liepen een hersenschudding en kneuzingen op. De conducteur kon na het incident moeilijk slapen, had nachtmerries. De machinist heeft „een korter lontje”.

De officier eiste een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf voorwaardelijk tegen C. en negen maanden celstraf waarvan vier voorwaardelijk tegen J. en van beiden betaling van smartengeld. „Het toenemende geweld is een uiterst kwalijke tendens die hoe dan ook moet worden gestopt. Dit mag niet worden getolereerd.” Op de publieke tribune wordt dat anders beleefd. „Veel te slap”, verwoordt een van de personeelsleden het gevoel daar. De uitspraak is op 1 april.