Aanslag op toeristen verstoort succesverhaal Tunesië bruut

Lang gold Tunesië als baken van stabiliteit in een woelige regio. Maar na de ‘Arabische Lente’ kregen extremisten er ook meer ruimte.

Tunesische militairen nemen positie in bij de bestorming van museum het Bardo gisteren, waar terroristen zich hadden verschanst. Foto Mohamed Messara/EPA

Honderden toeristen waren gisteren naar museum het Bardo in het centrum van de Tunesische hoofdstad gekomen. Het grootste en belangrijkste museum van Tunesië is gevestigd in een onlangs gerestaureerd paleis uit de vijftiende eeuw en bezit een van de grootste collecties Romeinse mozaïeken ter wereld. Terwijl de bezoekers uit de bus stapten en in de rij gingen staan, openden gewapende mannen in militaire uniformen het vuur.

Het Tunesische parlement was intussen, vlak naast het museum, in vergadering bijeen. Op de agenda: een wetsvoorstel om harder tegen terroristen op te treden. Ook daar brak paniek uit toen buiten schoten klonken.

In de chaos die volgde, zochten veel toeristen een veilig heenkomen in het museum. Maar de aanvallers, die gewapend waren met automatische geweren en granaten, gingen het museum ook binnen en gijzelden daar een groot aantal bezoekers. Er volgden enkele angstige uren. Terwijl legerhelikopters erboven cirkelden, bestormden commando’s van een anti-terreureenheid het museum. In het vuurgevecht kwamen twee aanvallers om.

Lokale media meldden dat er mogelijk sprake is van een derde dader, die nog voortvluchtig is. Een operatie om eventuele handlangers te vinden was vanochtend nog in volle gang. De politie heeft op verscheidene plaatsen in de stad controleposten opgezet.

Op een persconferentie na de aanslag verklaarde de Tunesische premier Habib Essid dat er zeker 22 doden zijn gevallen, onder wie zeventien toeristen uit Polen, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, Japan, Colombia, Australië en twee Tunesiërs. Ook raakten meer dan 40 mensen gewond.

Nederlandse slachtoffers waren er voor zover bekend niet. Via reisorganisaties zitten circa tweehonderd Nederlanders in badplaatsen elders in het land. De reisorganisaties Holland International, Kras en Arke hebben tot nader order excursies naar Tunis geschrapt.

De aanslag van gisteren is de dodelijkste in Tunesië sinds 2002, toen 21 doden vielen bij een bomaanslag van Al-Qaeda op een synagoge op het eiland Djerba. „Dit is een laffe aanval die gericht is tegen de economie van Tunesië”, zei Essid.

President Beji Caid Essebsi zei later dat de regering „meedogenloos” de strijd zal aanbinden met het terrorisme. „Deze monsterlijke minderheden jagen ons geen angst aan. Ik wil dat het Tunesische volk er gerust op is dat deze verraders vernietigd zullen worden”. Enkele honderden Tunesiërs gingen gisteravond de straat op om hun afkeer van terrorisme te betuigen.

De aanslag is een zware klap voor Tunesië, dat wordt gezien als het enige succesverhaal van de Arabische Lente. Terwijl andere landen in de regio kampen met hardnekkige autoritaire reflexen (Egypte) of wegzakken in oorlog en wetteloosheid (Syrië, Irak, Libië, Jemen), heeft in Tunesië het autoritaire regime van president Ben Ali plaatsgemaakt voor democratie op basis van compromissen.

De aanslag dreigt dit succesverhaal bruut te verstoren. De nieuwe coalitie van seculieren en moslimfundamentalisten, die vorige maand aantrad, staat voor grote problemen. Terrorisme is een reëel gevaar, dat gevoed wordt door de burgeroorlog in buurland Libie. En de verouderde economie moet grondig hervormd worden om banen te creëren voor de enorme hoeveelheid werklozen.

Toerisme is van cruciaal belang, aangezien twee op de tien Tunesiërs daar direct of indirect van afhankelijk zijn. Sinds de revolutie verkeert de sector in crisis. Door de aanhoudende sociale onrust en aanslagen liep het aantal toeristen sterk terug. Veel hotels gaan gebukt onder schulden. De afgelopen tijd krabbelde het toerisme net iets op.

Daders

De identiteit van de daders staat nog niet vast. Een woordvoerder van de regering zei dat het waarschijnlijk Tunesiërs zijn. De aanslag was vanochtend nog niet opgeëist, maar veel Tunesiërs vermoeden dat de Islamitische Staat (IS) verantwoordelijk is. Uit het land zijn duizenden jihadisten vertrokken naar het ‘kalifaat’ van IS.

Dinsdag kwam de Tunesische extremist Ahmed Rouissi, een commandant van IS in Libië, om bij gevechten in Sirte. Hij zou het brein zijn achter de moord op twee Tunesische oppositieleiders in 2013, die leidde tot een politieke crisis. Na de moord zou Rouissi zich bij IS in Libië hebben gevoegd.

Ook in Tunesië maakten extremisten gebruik van de vrijheid die ontstond na Ben Ali’s val. Maar tot nu toe waren leger en politie het voornaamste doelwit. De zwaarste gevechten vonden plaats in het bergachtige grensgebied met Algerije. Toeristen bleven buiten schot. Toch leek een grote aanslag een kwestie van tijd.

    • Toon Beemsterboer