WK cricket wordt Aziatisch feestje

Azië rukt op bij het WK. In Sri Lanka, Bangladesh en India is de sport veel professioneler geworden.

Fans uit India, Bangladesh en Sri lanka moedigen hun teams aan bij het WK in Australië en Nieuw-Zeeland. Foto’s SAEED KHAN/AFP, Munir uz ZAMAN/afp en Jason Reed/Reuters.

Ruim veertig wedstrijden werden de afgelopen vier weken afgewerkt in veertien steden in Australië en Nieuw-Zeeland. Maar voor de argeloze cricketfan lijkt het soms alsof het WK cricket, net als in 2011, in Azië wordt gespeeld. Of het stadion nu in Melbourne, Perth, Adelaide of Napier ligt, de spelers worden toegejuicht door tienduizenden Indiërs, Pakistanen, Sri-Lankezen en Bengalen.

„De Aziatische toekomst van het cricket heeft onze kusten bereikt”, schreef columnist Malcolm Knox afgelopen zaterdag in de Sydney Morning Herald. Vooral voor India, de regerend wereldkampioen, is elke wedstrijd down under een thuisduel, niet anders dan in de WK-finale van vier jaar geleden in Mumbai.

Het Aziatische continent stoomt op in het internationale cricket. En de supporters willen er niets van missen. Alleen al de samenstelling van de kwartfinales: de helft van de acht ploegen komt uit Azië, aangevuld door de beide gastlanden, Zuid-Afrika en de West-Indies, het snel afbrokkelende cricketbolwerk uit de Caraïben.

In vergelijking met de knock-outfase van het vorige WK neemt Bangladesh de plaats in van Engeland, de bakermat van het spel. Maar de Engelsen zijn al lang naar huis, samen met de buren uit Ierland en Schotland. Europa speelt geen rol van betekenis in het moderne cricket.

Alle grote Aziatische landen zijn er dus nog bij – en weinigen hadden dat verwacht op de moeilijke battingwickets van Australië en Nieuw-Zeeland. Maar de opmars van India, Sri Lanka, Pakistan en Bangladesh is een weerspiegeling van de professionalisering van de sport in Zuid-Azië, waar cricket het belangrijkste tijdverdrijf is voor honderden miljoenen mensen. Door geldgebrek en andere zorgen – politieke onrust, burgeroorlog, armoede – bleef topsport hier lange tijd achter bij Westerse mogendheden als Engeland, Australië en Nieuw-Zeeland, waar geld beschikbaar is voor de ontwikkeling van kennis en trainingsfaciliteiten, voor trainingsstages, voor sportpsychologen, voedingsdeskundigen en videoanalisten.

Voor een groot deel gelden de beperkingen voor Aziatische sporters nog steeds. De Afghanen, opgegroeid in Pakistaanse vluchtelingenkampen en dit jaar trotse WK-debutanten, zijn nog maar nauwelijks begonnen; Bangladesh komt van ver en haalt voor het eerst de knock-outfase.

Pakistan, de wereldkampioen van 1992, klampt nog aan, maar het cricket – net als het hockey – lijdt al jaren onder het aanhoudende geweld in het land. Sinds de bloedige aanslag op de spelersbus van Sri Lanka in Lahore, op 3 maart 2009, speelt de nationale ploeg van Pakistan zijn thuiswedstrijden in de Verenigde Arabische Emiraten en verdwijnt het cricket langzaam naar de achtergrond. Een speler als Umar Akmal (24) speelde bijna tweehonderd interlands voor Pakistan, maar nog nooit in eigen land.

Ook dat is sport in Zuid-Azië: veel van de WK-gangers groeiden op in burgeroorlogen of te midden van politiek of religieus geweld. Het maakte ze misschien harder als sporter – maar sommigen werden diep geraakt.

Sri Lanka, wereldkampioen in 1996 en verliezend finalist bij de laatste twee WK’s, weet er alles van. Bij de aanslag in Lahore kwamen acht Pakistaanse politiemensen en burgers om, maar er raakten ook zes Sri-Lankese internationals gewond.

Eén van hen was Kumar Sangakkara, die nooit veel had gemerkt van de burgeroorlog in Sri Lanka. De nu 37-jarige wicketkeeper-batsman werd geraakt in zijn schouder. „Wij realiseerden ons toen pas wat sommige van onze landgenoten in Sri Lanka elke dag meemaakten, dertig jaar lang”, zei hij een jaar geleden. „Het maakte ons sterk, gaf ons het gevoel dat we tegenslagen konden overwinnen.”

Twee jaar later waren ze hersteld, en stonden ze in Mumbai in de WK-finale. En dit WK is Sangakkara topscorer: hij maakte als eerste batsman in de geschiedenis centuries in vier achtereenvolgende eendaagse interlands. Overigens werd de ploeg vandaag in de kwartfinale kansloos uitgeschakeld door Zuid-Afrika.

De onbetwiste voortrekker in de regio, in alle opzichten, is India. Sinds de oprichting van de Indian Premier League (IPL) in 2008, een Twenty20-competitie, is het land uitgegroeid tot het epicentrum van de cricketwereld. Alle sterren verzamelen zich in het voorjaar bij clubs uit de IPL, die elk jaar enkele miljarden dollars genereert aan inkomsten uit tv-rechten, sponsoring en reclame.

India zelf vaart er wel bij, terwijl het toch al kan vissen in een enorme vijver van talent. Ook al raakte de nationale ploeg de afgelopen jaren een aantal vitale spelers kwijt, zoals Sachin Tendulkar, Virender Sehwag en Yuvraj Singh, hun opvolgers stonden al klaar: de nieuwe helden in India heten nu Shikhar Dhawan, Virat Kohli en Suresh Raina. Bijna achteloos wonnen ze de afgelopen weken alle zes de groepsduels, met gerespecteerde tegenstanders als Zuid-Afrika, West-Indies en aartsrivaal Pakistan.

Met Bangladesh speelt India morgen in Melbourne voor een plek in de halve finale. Voor de Bengalen wordt het de belangrijkste dag uit hun cricketgeschiedenis, ook al is India op voorhand de grote favoriet. In 29 onderlinge duels won Bangladesh slechts drie keer – maar niemand op het subcontinent is de sensationele WK-zege van Bangladesh in 2007 (Trinidad) vergeten. Dat hoorde destijds nog bij de kleine landjes.

Vrijdag neemt Pakistan het in Adelaide op tegen Australië, voor velen de belangrijkste kandidaat voor de wereldtitel op 29 maart. Komende zaterdag spelen Nieuw-Zeeland en de West-Indies in Wellington om de laatste plek in de halve finale.