Wat na de campagne overblijft

Zonder gêne kaapten landelijke politici de afgelopen verkiezingscampagne. Met de coalitie meedoen of niet, dat bleek de grote vraag.

Politiek leiders bij het slotdebat voor de Provinciale Statenverkiezingen, gisteren in het Provinciehuis van Zuid-Holland in Den Haag.

De verkiezingen van vandaag hebben gevolgen voor de toekomstige daadkracht van het kabinet-Rutte II. Maar welke precies weet eigenlijk niemand – hoewel alle partijleiders de afgelopen weken deden alsof het hun wel duidelijk was.

SP-leider Emile Roemer koos een campagneleus – Reken Af! – die suggereerde dat kiezers het kabinet konden opblazen. Wat coalitiepartijen VVD en PvdA natuurlijk ontkenden. Andere partijen ontvouwden maatschappijvisies die zonder absolute meerderheid in de Tweede Kamer niet snel zullen worden verwezenlijkt.

In al die verschillende vormen van verwachtingenmanagement was er één constante. Partijleiders mengden zich zonder terughoudendheid, excuses of enig zichtbaar ongemak in een strijd die formeel over de samenstelling van de Provinciale Staten (en daarmee de Eerste Kamer) gaat. Dat gebeurde soms zichtbaar op de automatische piloot, wellicht het gevolg van de hoge verkiezingsfrequentie de afgelopen jaren. Het leverde al met al een soms surrealistische campagne op.

Op verkiezingsdag is nog niets te zeggen over de toekomstige politieke verhoudingen. Evenmin is de vraag te beantwoorden welke campagnes succesvol waren en welke niet en wat het betekent voor de coalitie van VVD en PvdA. Toch kende de campagne momenten waarvan het effect ook na de verkiezingsdag nog merkbaar zal zijn.

Het gespreksverslag

Voor regeringspartij VVD dreigde de campagne alleen nog maar te gaan over integriteit, na recente affaires met bonnetjes en strafrechtelijke onderzoeken. Dat ‘frame’ moest zo snel mogelijk de wereld uit.

Partijleider Mark Rutte verkocht het opstappen van Kamerlid Mark Verheijen als bewijs dat de VVD hard optreedt bij integriteitsproblemen. Het vertrek van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie poogde hij ‘klein te houden’. Opstelten had slechts een formele fout gemaakt: hij had de Kamer per ongeluk verkeerd geïnformeerd over de hoogte van een financiële deal met crimineel Cees H. De minister werd zelf ook verrast toen later bleek dat zijn verhaal niet klopte.

Maar bronnen hebben intussen bevestigd dat Opstelten van Teeven (die als officier van justitie ooit de deal sloot) wél het echte verhaal had gehoord. En dat daar een gespreksverslag van is. De uitleg van Rutte was toen: „Er is geen verslag, er is alleen maar een persoonlijke aantekening.” Zelf las de premier die wel, de Kamer mocht haar niet zien. Als de aantekening uitlekt, en het blijkt dat Opstelten de Kamer bewúst niet alles heeft verteld, heeft Rutte nogal wat uit te leggen.

Het complot

De ultieme poging om het slechte nieuws over integriteitsincidenten bij de VVD in een nieuw licht te zetten, kwam van de VVD-minister van Volksgezondheid, Edith Schippers.

Ze gebruikte het woord complot niet, maar het scheelde weinig: „Het is geen toeval dat er nu incidenten naar boven komen.” Wie het was, wist ze niet, bewijzen had ze ook niet. Maar Schippers wist: „Er zit ergens een kracht achter.”

Het leek een ongelukkige verspreking, maar later schaarde ook Mark Rutte zich achter die analyse. Wat direct tot speculaties leidde dat hier sprake was van een uitgekiende campagnestrategie van de VVD om eigen kiezers te motiveren naar de stembus te gaan. Iets wat overigens binnen de top van de VVD werd tegengesproken. De enige reden dat Schippers niet door Rutte en andere campagnevoerende VVD’ers was tegengesproken, was dat de partij niet nog een relletje wilde veroorzaken.

Uitgekiend of niet, de woorden van Schippers laten zien dat topfiguren bij de grootste regeringspartij ontvankelijk zijn voor een defensief slachtoffergevoel. Dat is voor de VVD geen goed nieuws, omdat die houding de tunnelvisie versterkt die toch al dreigt bij lang regeren.

Het échte gevaar

„U bent de importeur van het kwaad.” Aan het woord PVV-leider Geert Wilders, in het debat bij Pauw. Zijn gesprekpartner: PvdA-leider Diederik Samsom.

Dat het bestuur van de provincies in de hoofden van politici en journalisten een volstrekt secundaire rol speelde, blijkt wel uit het opduiken van het jihadthema in elk debat – een nonprovincialer onderwerp is er niet.

Wilders wist er wel raad mee. Hij wierp Samsom ook nog toe dat hij „medeverantwoordelijk” was voor elke komende terroristische aanslag. En dat hij door het pamperen van „de islam” had gezorgd voor „jihadisten, antisemitisme en homohaat”.

De volgende schuldige was D66-leider Alexander Pechtold. „Nog gevaarlijker dan terroristen zijn de wegkijkers, de politiek correcte ontkenners, de goedpraters, waar u in Nederland de aanvoerder van bent. U bent de Chamberlain van de lage landen, de geschiedenis zal hard over u oordelen.”

In de bijdragen van Wilders aan dit thema werden contouren van een nieuwe langetermijnstrategie zichtbaar. Nu hij tegen de (juridische) grenzen van zijn anti-islamitische uitspraken dreigt aan te lopen, richt hij het vizier op een ander doel.

Gedaanten van Pechtold

De steeds breder uitwaaierende pogingen van Pechtold zijn invloed te vergroten, beloven de verhoudingen tussen coalitie en ‘constructieve’ oppositie te belasten.

Tijdens de campagne probeerde D66-leider Alexander Pechtold verwoed brede groepen kiezers aan te spreken. In De Telegraaf, meestal een campagnevehikel voor de VVD, liet hij zich met halfhartige tegenwerpingen aanleunen dat wraak op „vernederingen” van de linkse PvdA een drijfveer voor hem was. Hij ontkende het, natuurlijk. Maar hij zei ook: ‘Don’t get mad, get even’. En voor PvdA-leider Diederik Samsom had hij ook sympathieke woorden: „Ik vind het bewonderenswaardig dat hij het bijltje er nog niet bij heeft neergegooid.”

Pechtold had nog een rechtse boodschap: er moest belastingverlaging komen, desnoods door meer te bezuinigen. Anders zou hij het kabinet niet meer steunen.

Drie weken later sprak hij de wat linksere lezers van de Volkskrant. Nu wilde hij niet meer bezuinigen dan de coalitie, en riep hij op tot een einde aan de strijd tussen D66 en de PvdA. „Ik vind niet dat de komende jaren een verdere verwijdering moet ontstaan. Ik roep de PvdA op tot veel meer samenwerking op de progressieve standpunten.”

De opstandige flanken

Zowel Mark Rutte als Diederik Samsom probeerde kiezers van hun ideologische geestverwanten CDA en SP af te pakken. Stem niet op die lui, daar heb je niets aan, want ze hebben nul invloed op het kabinetsbeleid, was de boodschap.

Die stemoproep werd ook bij het slotdebat gisteren verpakt in verzoeken aan de leiders van deze flankpartijen om „verantwoordelijkheid te nemen”. Zo vroeg PvdA-leider Samsom aan SP-leider Emile Roemer waarom de SP de PvdA in de steek liet bij het onderhandelen met rechtse coalitiepartner VVD. „U laat de strijd alleen aan de Partij van de Arbeid over. Wat heeft uw kiezer aan uw positie langs de zijlijn?” Roemer moest er natuurlijk weinig van hebben. „U wilt mij medeplichtig maken aan rechts beleid.”

Rutte, die CDA-leider Sybrand Buma had verweten op „verantwoordelijkheidsvakantie” te zijn, zei gisteren: „U staat daar met schone handen, maar ook met lege handen.” Ook Buma maakte duidelijk geen enkele interesse te hebben in een wat vastere gedoogrol.

Dat oppositiepartijen de coalitie in gijzeling hebben, werd deze campagne bevestigd. Voor de verdeling van het losgeld moeten ze nog even de verkiezingsuitslag afwachten.