Wakker worden in kluwen van armen en benen

Het familiebed staat op het erf voor de boerderij in Le meraviglie.

Sommige filmmakers laten je eigen herinneringen zien. Zelfs herinneringen aan dingen die je nooit hebt meegemaakt. Zoals die keer dat je een meisje was op het Italiaanse platteland, en in plaats van een dochter een zoon moest zijn voor je vader om hem met zijn bijen te helpen.

Het zou kunnen dat de dromerige gebeurtenissen die als stuifmeel verstrooid zijn door de tweede film van de Italiaanse Alice Rohrwacher (zus van actrice Alba, ook in de film te zien) haar eigen herinneringen zijn. Dat gekibbel tussen de oudste Gelsomina en haar drie kleine zusjes zal vast wel ergens vandaan komen. Net zoals die intieme woordeloosheid als de hele familie als één kluwen van ledematen en slaap ’s ochtends wakker wordt op vaders matras op het rommelige erf van de kleine boerderij waar ze wonen. Of dat gevoel dat Gelsomina, nog zo helemaal tussen servet en tafellaken, veel te grote verantwoordelijkheden moet dragen en de enige is die niet met haar hoofd in de wolken leeft.

Haar ouders zijn mentaal afwezig. Is hun verblijf op het Toscaanse platteland een vlucht, een verlaat hippie-ideaal of een hedendaagse terugkeer naar de natuur?

Rohrwacher, die voor Le meraviglie (De wonderen) in Cannes vorig jaar de Grand Prix kreeg heeft geïnvesteerd in sfeer en niet zozeer in plot, en op dat soort vragen vind je alleen antwoorden door goed naar het gedrag van de personages te kijken en een beroep te doen op je eigen fantasie.

Haar stijl van filmmaken doet denken aan dat van andere vrouwelijke filmmakers, zoals Lynne Ramsay (Morvern Callar, We Need to Talk About Kevin) en Sofia Coppola: sensitief, impressionistisch en tactiel. Het is een aanpak die je bij de kladden grijpt, of die je moet veroveren.

Toch is Le meraviglie niet zomaar een fragiele-elfjesfilm. Er zitten door z’n soms bijna documentaire-achtige observaties over de verdwijnende boerentradities op het Italiaanse platteland interessante aanzetten in de film tot filosofische en maatschappijkritische motieven. En vette knipogen naar de eigen Italiaanse filmgeschiedenis, zoals in een felliniaanse tv-show waarin steractrice Monica Bellucci optreedt als wrede sprookjesgodin.

Maar iets meer ‘bite’ had dat alles geen kwaad gedaan. Nu blijft de film te vaak ongrijpbaar als het late zomerlicht waarin alles gehuld is, als de mystiek van de herinnering, terwijl niet alles pais en vree is in deze idylle.