Ouderwets zwijmelen voor meisjes, alsof ‘Frozen’ niet bestaat

Assepoester stapt uit haar koets voor het bal van de prins.

Assepoester ligt onder vuur. Je kunt vandaag de dag niet eens meer rustig een sprookjesprinses zijn of er staat wel een schijnwerper op je glazen stolp gericht. Om over die glazen muiltjes nog maar te zwijgen. Nu is Assepoester ook een ingewikkeld geval – de kern van het verhaal is en blijft dat een deugdzaam meisje door haar puurheid het hart van een prins wint. ‘Have courage and be kind’ heet dat in de nieuwe versie die de Britse acteur en regisseur Kenneth Branagh ervan maakte minstens twintig keer. Nee, de moraal van het verhaal kan ons niet ontgaan. En echt geëmancipeerd, laat staan feministisch is de film niet. Geef je dochters dan maar Frozen, waarvan er deze zomer een tweede deel verschijnt en een tot korte film opgerekt promofilmpje standaard voor de nieuwe Cinderella wordt vertoond. Verwarrend? Hou het maar op slimme marketing.

Cinderella is een bewerking met daadwerkelijke acteurs van de animatiefilm die Disney in 1951 van het sprookje maakte; meer geïnspireerd op de vroomheid van de gebroeders Grimm dan op de versie die Charles Perrault eind zeventiende eeuw voor het eerst optekende in zijn Sprookjes van moeder de gans. Maar eigenlijk is de nieuwe Cinderella ook gewoon weer een animatiefilm, want de acteurs van vlees en bloed, de landschappen van aarde en gras, de lucht van wolken en blauw, ze zijn allemaal mooier, groener, blauwer gemaakt in de computer.

Geëmancipeerd was ze al niet in 1697 toen de vrouwenemancipatie nog niet bestond. Ze was het niet in 1951 toen in Amerika alles erop gericht was vrouwen weer dociel en decent te maken die als gevolg van de Tweede Wereldoorlog van achter het aanrecht vandaan waren gekomen. De filmindustrie hielp toen graag een handje mee. En ze is het ook nu niet, nu Disney al jaren bekritiseerd wordt om z’n simplistische en seksistische kijk op z’n vrouwelijke hoofdpersonen. Het is ook best lastig om van Assepoester een feministisch icoon te maken – er is immers een eigen ‘complex’ naar haar genoemd voor vrouwen die lijden onder een laag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen.

Het enige aantrekkelijke aan Assepoester is dat ze die prins krijgt. Van prinsen dromen krijg je nooit genoeg. En dat ze altijd een goed humeur heeft.

Het is die blijmoedigheid die Branagh (bekend van Hamlet tot Harry Potter en Thor) in het sprookje aantrok, en die hij in elk vlindertje, elk bloemetje, elk zonnestraaltje tot uitdrukking laat komen. En het is verrukkelijk. Het werkt. Deze geperfectioneerde poesieplaatjes-Cinderella is zo zonder dubbele bodems, zo zonder enige agenda, zo zonder cynisme dat het niet eens camp meer is. Het is een sprookje zoals je ze als kind kunt fantaseren. Met de strikjes en glittertjes er gratis bij.

Dat Branagh zich niet stoorde aan die emancipatiediscussie is een interessant fenomeen. Als de film in z’n eigen gedisneyficeerde idioom niet zo opgepimpt en ‘enhanced’ was dan zou je het een voorbeeld van de ‘new sincerity’ kunnen noemen, die popculturele stroming die niks heeft met ironie, maar zoekt naar oprechte emoties.

Cinderella is Jeff Koons zonder knipoog. Het is alsof Branaghs Harry Potter-personage Gladianus Smalhart de film heeft geregisseerd. De doelgroep zal het niet schaden. Hun ouders zijn confuus. Wat wil Disney nu eigenlijk? Gemoderniseerde sprookjes zoals Frozen of oprecht ouderwetse zoals Cinderella? Dat blijft voorlopig nog even onduidelijk.