Nooit meer een pashokje in

Geworstel in krappe, zweterige pashokjes wordt verleden tijd: in de toekomst past een perfect gelijkende avatar elke nieuwe outfit.

Een avatar – een virtuele 3D-representatie van een mens met diens exacte maten – past kleding. Foto Christiaan de Vries, AMFI-Amsterdam Fashion Institute,

Dit is de droom: met een avatar – een virtuele 3D-representatie van een mens met diens exacte maten – door digitale winkelstraten struinen, op zoek naar fraaie kleding binnen jouw budget die perfect past. In het huidige online winkelsysteem gaat het op dat laatste punt vaak mis. De helft van alle bestellingen gaat om maat-gerelateerde redenen retour. Onnodig, meent Hein Daanen, lector Fashion Research & Technology aan de Hogeschool van Amsterdam. „Het virtueel passen van kleding is technisch al helemaal mogelijk.”

Gek genoeg zetten grote webshops vooralsnog vooral in op de verbetering van de fotokwaliteit van hun fashion items. Jammer, zegt Daanen, maar „je kunt ook niet zomaar mooie technologie over de schutting gooien en verwachten dat de industrie het oppakt”. Om ondernemers en techneuten samen te brengen, organiseerde hij vorige week met Click Next Fashion (het modedeel van de topsector creatieve industrie) en het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) een symposium over ‘Virtual Fashion Design’.

Het slagen van zo’n virtuele paskamer hangt op drie kwesties. Ten eerste moet de avatar maten zo goed mogelijk benaderen. Ten tweede moeten de exacte maten van de kleding bekend zijn. Evenals de eigenschappen van de stof van de kleding , zodat de avatar-in-toffe-kleding een zo goed mogelijke simulatie van de werkelijke passituatie geeft. Hoe valt een zijden jurk met een open rug? Hoe stug is een spijkerbroek?

Software toont waar kleding knelt

Tijdens het symposium demonstreerden verschillende bedrijven hun software. Deze is met name gericht op kledingontwerpers, minder op consumenten. Een ontwerper kan zo razendsnel bekijken hoe een ontwerp van een bepaalde stof valt op een avatar met bepaalde maten – terwijl deze bijvoorbeeld zwierend voorbij komt zetten.

De meeste avatarsoftware komt ook met zogeheten tension maps die met kleuren aangeven waar de afstand tussen huid en stof problematisch is of juist prettig. Knelt een blouse bij de oksels? Heeft een broek teveel ruimte in de taille? Eventuele ontwerpeuvels zijn in de simulatie meteen te verhelpen.

Er zijn twee systemen waarmee de de fysieke eigenschappen van stof zijn te meten – in termen van rekbaarheid, compressie, valling of buigzaamheid. Het dure Kawabata Evaluation System, dat met tien apparaten de stof aan allerlei tests onderwerpt, en het goedkopere FAST-systeem, dat met vier apparaten materiaaleigenschappen bepaalt. Die eigenschappen gaan in de software in. Alleen software volstaat dus niet, extra hardware is een must.

De softwarepakketten genereren avatars aan de hand van uitgebreide lijsten met in te voeren maten en uiterlijke kenmerken. Maar makkelijker en accurater is het om 3D-scans van echte lichamen in te laden.

Dit idee is eigenlijk al vrij oud. „Rond 1995 klaagden kleedsters in Hollywood dat acteurs op de set zo moeilijk te benaderen waren”, vertelt Daanen. Een Schwarzenegger was vaak verdwenen wanneer het tijd werd om kleding te passen. Daarom bedacht het bedrijf Cyberware de eerste lichaamsscanner. Het kostte destijds 420.000 dollar. Inmiddels koop je een simpele 3D-scanner voor mensformaten al voor zo’n 330 euro. De branche noemt deze avatars gebaseerd op 3D-scans van echte mensen ‘scanatars’.

Binnenkort is misschien niet eens meer een 3D-scanner nodig om een eigen scanatar te creëren. Softwarebedrijfjes zoals het Brits-Nederlandse Poikos maken apps voor de smartphone waarmee men een scanatar kan genereren met slechts twee foto’s: één frontale en één van je zijkant.

Dat is niet alleen handig voor de consument, maar ook goed het milieu. Want scanatars hebben meer te bieden dan goed zittende kleding. Van alle geproduceerde confectiekleding gooien we ongeveer eenderde weg, vertelt Daanen. „Als we alleen maar kleding op maat bestelden bij de fabrikant door een scanatar in te sturen, zou dat flink in maak- en transportkosten schelen.” Er zijn al enkele webshops waar kleding op maat is te bestellen, zoals Bivolino.com.

Militairen in de 3D-scanner

Ook het ministerie van Defensie gelooft in maatkleding. Nederlandse militairen worden sinds 2004 3D-gescand in Soesterberg voordat ze kleding krijgen. „We hebben inmiddels een database met meer dan 20.000 scans”, zegt Henk Reulink, hoofd onderzoek van het Kleding en Persoonlijke Uitrusting-bedrijf van het ministerie van Defensie.

„Pasvorm wordt steeds crucialer, met name bij kleding met sensoren die dicht tegen je huid moeten zitten”, zegt Daanen. De verwerking van ‘tactiele displays’ in legerkleding, waarmee informatie wordt overgebracht aan de drager door middel van aanraking, is er ook mee gebaat. Daanen: „Dat geldt ook voor andere ‘kritische kleding’, zoals een triathlon-, ski-, of duikpak. Of een bh.”

Als het ontwerpen en passen van kleding zich straks in het virtuele voltrekt, kunnen modeshows natuurlijk niet achterblijven. „Modeshows worden nu al meer online bekeken in plaats van fysiek bijgewoond”, zegt ontwerpster Amber Slooten van het MediaLab Amsterdam.

Slooten bouwde met haar team de app Second Sight, de eerste virtuele modeshow. Met een 3D-bril, zoals de Oculus Rift, zie je avatars in de nieuwste creaties over catwalks lopen in een verstild hemelrijk. Slooten: „In de toekomst kijk je misschien niet meer naar avatars, maar trek je zelf virtueel al die nieuwe ontwerpen aan om meteen te zien hoe ze je staan.” Het knopje add to shopping chart ontbreekt natuurlijk niet.

Zo lijkt de droom van de gelijkende avatar met shopvondsten aan vooral een tussenstation. Weldra schrijd de mens zelf door gigantische spiegelzalen in extravagante creaties, virtueel.