Netanyahu kan nu gaan doen wat hij wil

Grote winnaar van de verkiezingen is premier Netanyahu. Hij zal een rechtse coalitie vormen. Vrede met de Palestijnen is ver weg.

Verkiezingsmateriaal op het hoofdkwartier van Netanyahu’s Likud-partij. Foto Amir Cohen/Reuters

Benjamin Netanyahu heeft het referendum over zijn premierschap glansrijk gewonnen. Tot vorige week leken de verkiezingen nog over de sociaal-economische problemen van Israël te zullen gaan. Maar de kiezers bleken gisteren toch andere prioriteiten te hebben. De meerderheid ziet Netanyahu nog steeds als de man die Israël het best kan beschermen tegen Iran en andere vermeende gevaren in de regio. Zodoende zal hij David Ben-Gurion kunnen inhalen als langstzittende premier van Israël.

Is Israël met deze uitslag terug bij de situatie van drie maanden geleden, of is er door deze verkiezingen wel degelijk wat veranderd?

Op het eerste gezicht lijkt Israël rechtser te zijn geworden na deze verkiezingen. Zo is Likud met dertig zetels weer als vanouds de dominante partij, en veruit de grootste partij op rechts. Maar een nadere blik op de verkiezingsuitslag leert dat de zetels vooral zijn verschoven binnen het rechtse kamp. Netanyahu heeft geprofiteerd van de nek-aan-nekrace met het centrum-linkse Zionistische Kamp, waardoor hij stemmen heeft weggetrokken van kleinere partijen. De combinatie van zijn Likud, Het Joodse Huis (Naftali Bennett) en Yisrael Beitenu (Avigdor Lieberman) heeft 43 zetels gehaald, precies hetzelfde aantal als bij de verkiezingen van twee jaar geleden.

Ook het linkerblok is grosso modo even groot gebleven. Het Zionistische Kamp wint, Yesh Atid en Meretz verliezen. Niets nieuws onder de zon.

Kortom, de verandering in stemgedrag is klein, maar voor Netanyahu van groot belang. Na de verkiezingen van twee jaar geleden voelde hij zich gedwongen om Yesh Atid, toen met 19 zetels de grote verkiezingsverrassing, op te nemen in zijn coalitie. De grote onderlinge verschillen leidden tot een instabiele regering, die binnen twee jaar sneuvelde.

Deze keer hoeft Netanyahu geen rekening te houden met verrassende middenpartijen. De kiezer heeft hem carte blanche gegeven en hij kan een stabielere coalitie over rechts vormen. En dit zal grote gevolgen hebben voor het Israëlische beleid.

De vorige regering struikelde nog over een wet die Israël zou definiëren als joodse staat. De ministers Lapid (Financiën, Yesh Atid) en Livni (Justitie, Hatnuah) waren hier fel op tegen. De wet leidde tot onbehagen bij Palestijnen met een Israëlische paspoort, eenvijfde van de bevolking, die zich toch al tweederangs burgers voelen. Als er een rechtse coalitie komt, valt niet te verwachten dat Netanyahu veel interne tegenstand ondervindt bij het doorvoeren van de wet.

De bittere verkiezingscampagne heeft de verhoudingen nog verder op scherp gezet. Zo verklaarde Lieberman dat Israëlische Arabieren die disloyaal zijn aan Israël onthoofd moeten worden. Ook Netanyahu droeg bij aan de opruiing. Zo waarschuwde hij gisteren, op verkiezingsdag, voor een hoge opkomst van diezelfde Palestijnen in Israël. Hoe, zeggen zijn critici, kan Netanyahu premier zijn van alle Israëliërs als hij zulke stevige uitspraken doet over elke vijfde burger van zijn land?

De afgelopen jaren hebben Israëlische politici vaak gezegd dat ze geen partner hebben voor vrede. De Palestijnse Autoriteit van president Abbas zou uitsluitend geïnteresseerd zijn in terreur, en altijd weglopen van vredesonderhandelingen. Deze bal kaatst terug, nu Netanyahu eergisteren expliciet afstand nam van een tweestatenoplossing. Palestijnse diplomaten zeiden vanochtend tegen de Israëlische krant Ha’aretz dat er „geen partner voor vrede” is met de verwachte rechtse coalitie in Israël.

De campagne heeft Israël ook internationaal schade berokkend. De komende twee jaar moet Netanyahu nog zaken doen met de Amerikaanse president Obama, die zich geschoffeerd voelde door de toespraak van de Israëlische premier in het Congres. Bovendien nam Netanyahu één dag voor de verkiezingen afstand van de door de VS zo gewenste tweestatenoplossing. Obama heeft al veel moeten slikken van zijn bondgenoot. De kans bestaat dat hij zich in de komende jaren harder zal opstellen, bijvoorbeeld door het initiatief in de VN-Veiligheidsraad tot erkenning van een Palestijnse staat niet meer te vetoën.

Maar Netanyahu zou niet al zo lang premier zijn zonder politieke handigheid. Vorige week schreef columnist Ben Caspit van mediasite Al-Monitor over de indruk die de premier wekt als hij buitenlandse staatshoofden ontmoet. „Op die bijeenkomsten praat hij maar door over de vrede die hij voor zich ziet. Hij is ervan overtuigd dat hij meent wat hij zegt.” Bij thuiskomst, aldus Caspit, realiseert hij zich ineens weer wat zijn ideologie eigenlijk is: met Palestijnen valt geen vrede te sluiten.

Sommige commentatoren hebben al geopperd dat Netanyahu zijn verzet tegen een eigen Palestijnse staat binnenkort weer intrekt. Het zou prima passen in zijn repertoire.