Micha wil het jou vooral niet naar de zin maken

In zijn zesde programma, Micha Wertheim Voor Zichzelf, tornt hij opnieuw aan de fundamenten van het cabaret. Micha Wertheim confronteert je met je eigen tekortkomingen, en zelfs wanneer je dat doorhebt, wint hij.

Foto merlijn doomernik

‘Mijn taak als cabaretier is het de grenzen van het cabaret op te zoeken”, zei Micha Wertheim in zijn debuutprogramma in 2004. Bij zijn zesde avondvullende voorstelling, Micha Wertheim Voor Zichzelf, is duidelijk dat hij zich al die jaren aan zijn opdracht heeft gehouden. Elk nieuw programma keek hij weer onder de motorkap van het cabaret om onderdelen los te wrikken en te compromitteren.

Dat hij zijn nieuwe programma Voor Zichzelf noemt en aankondigt dat hij klaar is met het zijn publiek naar de zin te maken, klinkt als een eindspel. Dat is het ook: een samenballing van alles wat Wertheim in tien jaar heeft gedaan.

Zijn eerste programma, Micha Wertheim Voor Beginners was een beginselverklaring. Vilein en smalend analyseerde hij het traditioneel cabaret: imitaties, improvisatie, seksgrappen. Hij hekelde de pers en de veronderstelling dat optreden compensatie zou zijn voor een tekort aan aandacht.

Triomfantelijk kwam hij in die voorstelling ook het podium op als winnaar van het Leids Cabaretfestival – met een grote beker om te verkondigen hoe geniaal hij was. „Arrogant?” vroeg hij, namens ons, het publiek. „Meedoen aan het Leids Cabaretfestival terwijl je weet dat Micha Wertheim in de finale staat. Dat is arrogant.”

Die houding is zijn belangrijkste wapen: de lach oproepen door brutaal en ongegeneerd de mensen tegen zich in te nemen. Optreden, redeneren: het is voor Wertheim een strijd die hij wil winnen.

In dat debuut zei hij al: „Er wordt wel gezegd: cabaretpubliek is dom. Dat is niet zo. Het is minder ontwikkeld. Dan kun je je nog ontwikkelen.” De publiekbeschimping is de methode uit het cabaretarsenaal die hij wel omarmt. Over de opvatting dat je je publiek niet moet beledigen, zei hij toen: „Dit is mijn publiek niet. Mijn publiek zit thuis Spinoza te lezen.”

In de loop van zijn programma’s heeft hij het mechanisme van beschimping getest en verfijnd. Steeds meer versmolt zijn smaad met zijn dogma dat cabaret niet is, of moet zijn, wat het publiek denkt dat het is. In Voor De Zoveelste Keer (2010) demonteerde hij de gemakzuchtige opvatting dat de cabaretier spontaan vertelt, als een authentieke held op zoek naar zijn identiteit en persoonlijke waarden.

Net als in Voor Je Het Weet (2012), waarbij het publiek moest wachten voor hij begon, omdat hij achter zijn laptop zat te typen, zogenaamd werkend aan de voorstelling. Nu, in Voor Zichzelf , is Wertheim zover dat het publiek zelf maar moet beseffen dat het wordt beschimpt. Dat legt Wertheim niet meer uit. In Voor Zichzelf begint hij dat spel door een lange stilte op het publiek los te laten. Dat is een tactiek die hij in Voor De Grap al beproefde.

Aarzelend toen nog. Na twintig minuten in die show stelde hij uitgepraat te zijn. Toch babbelde hij nog wat door. Pas toen hij ging zitten en thee inschonk, werd het twintig seconden echt stil. Maar het theeritueeltje doorbrak die stilte. Er bleef wat te zien. Tot hij zei: „Je weet wat ze zeggen van gezelligheid? Kent geen tijd. Dat gaan we onderzoeken, denk ik. Gezellig avondje cabaret.” Vervolgens zweeg hij weer. In die scène lag de kiem voor wat hij nu doet. De titel Voor Zichzelf koos hij niet voor niets, briest hij. Lege stoelen in de zaal? Dat zijn de mensen die het wel hebben begrepen. Hij gaat ons overladen met verveling, maakt hij duidelijk met een metafoor. Maar met de hoop dat we er op een dag op terugkijken als op iets geweldigs.

Confronterende stilte

Als hij dat zegt, zit het provocerende begin er al op. Hij zegt: „Zo. Hè, hè”. En dan niets. De man die ons moet gaan vermaken houdt zijn mond. De stilte is confronterend. Wat doet hij nou, vraag je je af. Pikt het publiek dit? Waar moet dit heen? Vragen die door je heen schieten in wat nog geen minuut duurt. Terwijl Wertheim nonchalant en verwachtingsvol de zaal inkijkt, alsof bij ons de oplossing ligt.

Adembenemend is het, dit spel met de verwachtingen van het publiek. Maar in deze krachtmeting weegt de reactie van het publiek zwaar. Het is een wedstrijd. Aan het Amsterdamse premièrepubliek, dat devoot en muisstil onderging dat de performer zich niet hield aan de afspraken, had Wertheim donderdag een zwakke tegenspeler. Langzaam sijpelde de spanning weg. Hoe opwindend de situatie kan worden, bleek bij een try-out in Naaldwijk een week eerder.

Na de eerste stilte vertelde Wertheim over de tien jaar die hij al optreedt. In Naaldwijk: „Toen zat hier tweeënhalve rij. Dat was het.” Toen hij daarna opnieuw zweeg, riep een man in het publiek pesterig: „Volgend jaar ook, denk ik.” Dat was elektrificerend. Aan de lach die loskwam, was te voelen hoe graag de zaal het ongemak van zich af wilde lachen.

Er kwam geen gevatte repliek

Wertheim leek ook daadwerkelijk even te wankelen. Er kwam geen gevatte repliek. Later moest de man het alsnog bezuren. Maar de flits van vijandigheid zette de relatie tussen uitdager en publiek perfect onder druk. Precies wat de voorstelling nodig had om tot een echte wedstrijd uit te groeien.

De vraag is wat Wertheim wil met zijn stilte en verveling? Nu is elke cabaretier een farizeeër die de stelling verdedigt dat alles ironie is. Ook Wertheim bouwde een programma rond dat uitgangspunt: Voor De Grap (2008). De noodzaak om zich te verklaren voelde hij nadat hij middelpunt werd van een rel, omdat hij een gehandicapte man de zaal uit zou hebben getreiterd. Kwestie van onbegrepen ironie. Ter illustratie wees Wertheim op de ruim honderd, merendeels afwijzende reacties op zijn optreden op nrc.nl (ze staan er nog).

Over ironie zei hij in Voor De Grap: „Vinden mensen prachtig. Zeg ik het tegenovergestelde van wat zij vinden. Werkt prikkelend.” Als voorbeeld vertelde hij dat hij ooit voorstelde om de hongersnood in de wereld te verhelpen door iedereen met honger te laten verhongeren. Hij schetste de verbijstering van het publiek, en dan het nakend inzicht: „Wacht even, hoe kan deze progressieve cabaretier, tegenover ons, het progressieve cabaretpubliek, zo’n abject standpunt verkondigen. En dan langzaam zie je al die hersencellen contact maken, en dan voel je ze denken: hé, wacht eens even, deze cabaretier neemt een standpunt in dat diametraal tegenover het onze staat, puur en alleen om ons intellectueel te prikkelen. Dank je wel, meneer de cabaretier! Chapeau!”

Voor Zichzelf is een ironische constructie waarin elk verhaal demonstreert dat Wertheim geen voorstelling wil maken. Het is een uit metaforen opgetrokken voorstelling die zelf weer metafoor is. Via een anekdote over een ontmoeting met schrijver Herman Koch legt Wertheim uit dat het niet genoeg is het publiek een leugen voor te houden waar ze in gaan geloven. De kunst is het publiek een leugen te geven waar het zelf verder mee fantaseert, zodat er nieuwe leugens ontstaan.

Dat gebeurt ook. De verhalen die Wertheim vertelt, gaan in essentie allemaal om verdwijnen, om onbegrip, om niet gebeurd of niet echt zijn. Niets is wat het lijkt. Maar door hoe hij het vertelt ben je geneigd dat in de zwier van het verhaal te vergeten. Aan de toeschouwer om dat zichzelf te blijven voorhouden.

Gehaaide les in retorica

Dat geldt vooral voor de sketch waarin Wertheim veel te lang doorgaat op een flauwe woordspeling. Bij elke lach wint Wertheim opnieuw: ‘Tsja, je lacht, hoe flauw ik ook ben.’ De lach geeft aan dat we de fuik in zijn gezwommen. We maken zijn grappen beter dan ze eigenlijk zijn. Van meligheid maken we een voorstelling, denkende: hij wilde niet, maar dit is toch een gezellig avondje cabaret geworden. Alsof dit cabaret is dat Micha Wertheim zou maken. Het is een leugen die we zelf creëren.

Ook als je het bedrog wel meteen doorhebt, wint hij. Want ja, dan moet je toegeven: zo geniaal is Wertheim. Daarmee ben je er nog niet. Als je zijn theorie herkent over leugens die een nieuwe leugen creëren, moet je jezelf tot de orde roepen. Want kom op: publiek dat zelf een voorstelling creëert? Dat is toch ook magische nonsens. Dus zelfs als je begrijpt wat hij doet, is het opnieuw: Sliep uit! Want het is in werkelijkheid nog altijd Micha Wertheim die een voorstelling geeft.

De beschimpte en geprikkelde toeschouwer moet zich uit dit spiegelpaleis wurmen om te kunnen verwerken wat hij heeft gezien: een gehaaide les in retorica en in de werkwijze van taal, van religie. Als je gelooft in het woord bouw je voort op de leugens die je krijgt aangereikt.

Dit is een voorstelling waar je eindeloos op blijft kauwen. Dank je wel, meneer de cabaretier. Chapeau.