Met kunst als excuus draait iedereen om elkaar heen

Arnoud Holleman, still uit de film Hommage, 2015 Foto Frans Hals Museum

Kijkers zijn vaak net zo interessant als de dingen die ze bekijken. Je kunt dus voor de kunst naar musea, maar ook voor de andere museumbezoekers.

En naar het Frans Hals Museum in Haarlem kun je nu voor een kunstwerk over precies dat gegeven. Hommage van Arnoud Holleman bestaat uit twee video’s en een museumzaal.

In het voorportaal van de zaal met grote schuttersstukken van Frans Hals draait Hollemans video van diezelfde zaal, waarin voor de gelegenheid ook figuurbeelden van klassiek werkende twintigste-eeuwse Nederlandse beeldhouwers als Han Wezelaar en Charlotte van Pallandt zijn neergezet.

Figuranten spelen een tikkeltje overdreven voor museumbezoeker. Ze bekijken de beelden en schilderijen van een afstandje en van dichtbij. Van alle kanten. Hoofd een beetje scheef, handen op de rug. Of eerbiedig wijzend en fluisterend. Tussendoor bekijken ze elkaar.

Op een kleiner beeldscherm is de korte film nog eens te zien, maar nu naast een video uit de jaren negentig. Hollemans Hommage blijkt een tamelijk exacte remake van die video te zijn: acteerwerk, cameravoering en montage zijn tot in de details gekopieerd, maar dan in het Frans Hals Museum en niet in een bordkartonnen pornodecor. Want het origineel is samengesteld uit shots uit Musée Hom, een homopornofilm van de Franse regisseur Jean-Daniel Cadinot uit 1994 die zich afspeelt in een museum.

Holleman hermonteerde een aantal niet-expliciete scènes. Wat we zien is dus de raadselachtige choreografie die van een pornofilm overblijft als je de seks eraf knipt. Twee jongens op een bankje glimlachen verlegen als hun knieën elkaar raken. Een jonge bezoeker kijkt van een beeld naar een suppoost en de suppoost kijkt terug. Keurende blikken. Met de kunst als excuus draait iedereen om elkaar heen.

Nu je weet waar het beeld vandaan komt, begrijp je waarom er – ook in Hollemans versie – zo onbeholpen geacteerd wordt. De overdreven houdingen van zogenaamd studerende en fotograferende bezoekers krijgen iets grappigs. Iemand met een oud boek over Rodin in de hand kijkt van de bladzijden op naar een mannelijk naakt (1954) van Johan Polet. In één scène staan er echte naakte mannen als levende standbeelden op sokkels tussen de kunst.

In de pornofilm krijgt dat natuurlijk een vervolg, nu blijft het een ongewoon tafereel zonder meer.

Het is geweldig leuk om na het bekijken van de video de volgende zaal in te lopen. Dat is niet meer de Schutterszaal die je van eerdere museumbezoeken kende, maar het decor van de film die je net hebt gezien. Inclusief de twintigste-eeuwse beelden. En inclusief de mensen, want het lijkt wel alsof de andere bezoekers door Holleman ingehuurd en geïnstrueerd zijn.

Kijk ze kijken: naar de kunstwerken, naar tekstbordjes, een beetje naar elkaar. (En kijk mij, hier op dit bankje, kijken naar hen.)

De fotografen in de film waren eigenlijk helemaal niet zo overacted als je ziet met hoeveel omhaal een meneer een beeld van een vrouwelijk naakt staat te fotograferen.

De rest van het museumbezoek blijf je je zeer bewust van jezelf en de anderen.

Alsof je speelt dat je een museum bezoekt. Mooie jongens zag ik er helaas niet, en ook de naakte mannen op sokkels bestaan alleen in de film.

    • Gijsbert van der Wal