Ingewikkeld, die verkiezingen, maar wel verklaarbaar

de Provinciale Statenverkiezingen Vandaag zijn ze dan, die verkiezingen waarbij veel stemgerechtigden niet eens komen opdagen. Hoe is deze stembusgang ooit ontstaan? En wat maakt het uit wat je vandaag stemt?

illustratie tjarko van der pol

Als bijna niemand er zin in heeft – behalve de kandidaten zelf misschien – waarom organiseren we die verkiezingen dan nog?

De Provinciale Statenverkiezingen zijn de minst populaire verkiezingen van het land. In de afgelopen twintig jaar is de gemiddelde opkomst gedaald tot onder de 50 procent – de meeste mensen komen niet opdagen. Want ja, wat doen die provinciebestuurders? Minder belangrijke dingen dan de regering in Den Haag en minder zichtbare dingen dan de bestuurders in het gemeentehuis.

Of zoals een provinciebestuurder uit Utrecht deze week in nrc.next zei: „De afgelopen twintig, dertig jaar deden provincies alles wat gemeenten ook deden. Maar dan langzamer, ingewikkelder en verder weg.”

En dan hebben we het nog niet over de waterschapsverkiezingen gehad.

1 Wie heeft bedacht dat Nederland provincies moet hebben?

Provincies zijn ouder dan Nederland. Veel ouder. Eerst had je graafschappen (Zeeland en Holland bijvoorbeeld), hertogdommen (Limburg en Brabant) en heerlijkheden (Overijssel, Friesland). In de zestiende eeuw werden die ingelijfd bij het Habsburgse Rijk als de Zeventien Provinciën. Maar ze wilden af van de overheersing en kwamen in opstand, met als resultaat: een statenbond van zeven soevereine gewesten, de Republiek der Verenigde Nederlanden (1579-1795). Als je de kaart van die tijd erbij pakt, zie je dat die al aardig lijkt op de kaart van het huidige Nederland met zijn provinciegrenzen.

Nog herkenbaarder is de kaart uit het eerste deel van de negentiende eeuw, toen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ontstond. Als de Belgische provinciën zich hebben afgescheiden (1830), Holland zich heeft gesplitst in twee provincies (1840), Limburg als provincie is toegevoegd (1866) en Flevoland is ontstaan (1986), heb je ze allemaal: de twaalf provincies van Nederland.

2 Waarom hebben de provincies een eigen bestuur gekregen?

Daarvoor moeten we terug naar 1814, toen Nederland een grondwet ontwierp na de Franse overheersing. Er moest één staat komen, met aan het hoofd een vorst. Om voldoende steun voor een nieuwe grondwet te krijgen uit het hele land, moesten de provincies en steden rechten behouden. Er kwam een eenheidsstaat, met provincies die bevoegdheden hielden. Al waren dat minder bevoegdheden dan voor de Franse overheersing – toen waren provincies soeverein. Het bestuur van de provincie kwam in handen van Statenleden. Vergaderingen van de Staten werden voorgezeten door een ‘Commissaris van den Souvereinen Vorst’, een tussenpersoon tussen de centrale overheid en de provincie.

3 Waarom zijn er verkiezingen voor dat bestuur?

Die hebben we te danken aan liberale revoluties in de negentiende eeuw. Koning Willem II stond onder druk van die revoluties democratische hervormingen toe – samengevat in de grondwetherziening van 1848. Een van de hervormingen: rechtstreekse verkiezing van Tweede Kamer, gemeenteraden én Provinciale Staten. Dat is zo gebleven.

4 De Provinciale Statenleden kiezen de leden van de Eerste Kamer. Hoe is dat zo gekomen?

Ook de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer via de Provinciale Staten dateert uit 1848. De komst van een rechtstreeks gekozen Tweede Kamer in dat jaar stuitte op verzet bij conservatieve afgevaardigden die destijds de dienst uitmaakten in Den Haag. Om te voorkomen dat beide Kamers van de Staten-Generaal rechtstreeks door ‘het volk’ (toen nog alleen een deel van de mannelijke bevolking) gekozen zou worden, blokkeerden zij het voorstel van de liberaal Thorbecke om de Eerste Kamer direct te laten kiezen. Sindsdien is de verkiezing van de senaat getrapt.

5 Hoe kiezen de Statenleden de Eerste Kamer ook alweer?

Dit systeem van ‘getrapte verkiezingen’ lijkt simpeler dan het is: de Provinciale Statenleden brengen ieder een stem uit op iemand die op de landelijke lijst van verkiesbare Eerste Kamerleden staat. Die verkiezingen zijn dit jaar op 26 mei.

Reken dan niet op wéér een luidruchtige campagne met televisiedebatten, want een Statenlid kiest doorgaans netjes voor een landelijke partijgenoot. De enige onverwachte invloed zou kunnen komen van de Statenleden die tot een lokale, provinciale partij behoren: zij hebben geen ‘eigen’ landelijke partij om op te stemmen, en stemmen daarom op een partij die dicht bij hen ligt.

Meestal stemmen ze echter op de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF), een samenwerkingsverband van enkele grote provinciale partijen. De afgelopen periode zat er één OSF’er in de Eerste Kamer.

Het wordt nog iets ingewikkelder. Niet alle stemmen zijn evenveel waard: dat hangt af van de grootte van de provincie. Die bepaalt, samen met het aantal leden van de provinciale staten in die provincie, de stemwaarde. Dus hoe meer inwoners, hoe hoger de stemwaarde van een Statenlid. Een stem van een Statenlid uit Zuid-Holland is zo 655 ‘punten’ waard, een Zeeuwse of Flevolandse stem 98 punten. Zo zou de Eerste Kamer toch een eerlijke afspiegeling van Nederland moeten zijn.

6 Waarom is er tegenwoordig nog een provinciebestuur nodig?

De provincie mag over een aantal zaken zelf beslissen, omdat de regering vindt dat de provincie beter in staat is om regionale ruimtelijke en economische ontwikkelingen te regisseren dan Den Haag zelf. Daarnaast moet de provincie landelijk beleid uitvoeren.

De taken van de provincies op een rijtje: zorgen voor duurzame ruimtelijke ontwikkeling; regionale economie; culturele infrastructuur en monumentenzorg; milieu, energie en klimaat; regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer; vitaal platteland; en kwaliteit van het openbaar bestuur.

Een nadeel van veel provincies is dat beslissingen nemen langzamer gaat. Daarom waren er de afgelopen jaren voorstellen om een aantal provincies samen te voegen. Zo hadden Flevoland, Noord-Holland en Utrecht op moeten gaan in ‘de Noordvleugelprovincie’. Maar na verzet van de provincies stapte de regering van dat plan af.

7 En de waterschappen, hoe zit het daarmee?

In Nederland zijn 23 waterschappen. Een waterschap is een gebied waar het waterschapsbestuur zorgt voor bijvoorbeeld stevige dijken, schoon water en voldoende water voor een goede oogst. In 2015 verwachten de waterschappen ruim 2,6 miljard euro te ontvangen uit heffingen.

Elk waterschap heeft een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf of watergraaf. We stemmen op het algemeen bestuur. De meeste bestuursleden worden vandaag gekozen. Een paar plekken in het bestuur zijn gereserveerd voor vertegenwoordigers van boeren, bedrijven en natuurbeschermers.

8 Maakt het eigenlijk wat uit, wat je stemt?

Wie vandaag naar de stembus gaat voor de Provinciale Statenverkiezingen, oefent direct én indirect invloed uit op het landsbestuur. De samenstelling van de senaat is van belang voor de regeringscoalitie van VVD en PvdA, die daar samen geen meerderheid hebben. Hun wetten moeten immers goedgekeurd worden door de Eerste Kamer. Ook geldt de verkiezingsuitslag als populariteitsmeting van het huidige kabinet.

9 Hoe politiek zijn de waterschappen?

Binnen de wereld van waterbeheer vallen nog best een aantal politieke besluiten. Zo is het voor natuurbehoud en -ontwikkeling belangrijk om een hoog grondwaterpeil te handhaven. Terwijl boeren daar helemaal niet blij mee zijn. Zij willen juist een laag grondwaterpeil voor hun gewassen.

Een ander voorbeeld: de Friese IJsbond ziet graag dat, tijdens vorst, boten geweerd worden uit rivieren, zodat er toertochten kunnen plaatsvinden. Maar bedrijven die gebruikmaken van de rivier zitten daar echt niet op te wachten, die zouden dan inkomsten verliezen.

10 Tot hoe laat kun je vandaag stemmen?

Tot 21.00 uur, dan gaan de stembussen dicht. Maar pas op bij het stemmen voor de waterschapsverkiezingen: dat kan niet bij elk stembureau. Dat komt doordat de waterschapsgrenzen anders lopen dan provincie- of gemeentegrenzen – soms dwars door gemeentes heen.

Amsterdam strekt zich bijvoorbeeld uit over drie waterschappen, en wie aan de Uitweg in het dorp Woerdense Verlaat of aan de Hoogstraat in Haastrecht woont, heeft buren die onder een ander waterschap vallen en overburen die in wéér een ander waterschap vallen.

Hoe dat kan? Ten eerste moet er domweg érgens een grens liggen, en ten tweede stroomt het water ook niet langs gemeentegrenzen. De waterschapsgrenzen zijn bepaald op basis van stroomgebieden en afwateringsgebieden, dus: welk water met welk ander water in verbinding staat, en waar het water naartoe loopt.