Hoe blij is Moskou nog met Krim?

Feest op het Rode Plein. Moskou viert de ‘terugkeer’ van de Krim. Maar de steun voor de annexatie lijkt langzaam af te nemen.

Met portretten van Sergej Aksjonov, de leider van de Krim, en president Poetin bezoekt een vrouw in Simferopol een concert ter herdenking van de eerste verjaardag van de annexatie van de Krim. Foto’s Maksim Sjemetov/Reuters, Dmitri Serebriakov/AFP

Bij een overwinning in een oorlog hoort een feest. De ‘hereniging met de Krim’ is reden voor zo’n feest. En dus zal Nikolaj Rastorgoejev, zanger van de volkse en patriottische popgroep Ljoebe, vandaag op het Rode Plein waarschijnlijk Kombat zingen tijdens het demonstratieve concert Wij zijn samen. Daar voor de muur van het Kremlin, een paar honderd meter van de plek waar bijna drie weken geleden de oppositionele politicus Boris Nemtsov op klaarlichte nacht werd vermoord, wordt de annexatie van het schiereiland gevierd.

Kombat is een martiale mars met een rocksausje over het gevaarlijke leven en de solidariteit in een gevechtsbataljon. Het lied van Rastorgoejev spoort met de oorlogsstemming die met name via de televisie over Rusland vaardig moet worden. Daarom is Andrej Makarevitsj, zanger van de eveneens populaire popgroep Tijdmachine, vandaag juist niet welkom in het centrum van Moskou. Makarevitsj, die vijftien jaar geleden op bijna dezelfde plek nog zong voor de Russische soldaten die naar de Tweede Tsjetsjeense Oorlog (1999) werden gedirigeerd, heeft zich tegen het Oekraïnebeleid van Poetin gekeerd en houdt dat ondanks dreigementen ook vol. Makarevitsj wordt nu beschimpt door de ‘agressief gehoorzame meerderheid’, zoals de sovjethistoricus Joeri Afanasjev (80) de loyale burgerij onlangs typeerde.

Militaristische verdoving

De leuze Krim Nasj (Krim is van ons) is ook een jaar na dato nog steeds een lakmoesproef in Rusland. Wie daar tegen is – of kanttekeningen heeft – plaatst zich buiten de maatschappelijke consensus en kan zelfs een landverrader uit de vijandige ‘vijfde colonne’ zijn. Alleen al het idee dat zulks zou kunnen, wordt elke avond de kop ingedrukt met tv-journaals en ‘analytische’ programma’s waarin het kritische geluid van deze of gene dissident slechts aan de kijker wordt gepresenteerd om het ter plekke belachelijk te kunnen maken.

De opiniepeilingen doen de rest: op dit moment heeft president Poetin steun van 86 procent van de Russen. Dat is het resultaat van de ‘militaristische narcotica’ die de burgerij dagelijks krijgt toegediend en kan dus net zo snel veranderen als de steun voor de communistische partij een kwart eeuw geleden, zegt de internationaal gerenommeerde historica/politicologe Lidia Sjevtsova (65) bij een kop cappuccino aan het Oktoberplein vlakbij de Academie der Wetenschappen waar ze werkt.

En toch oogt dezelfde Poetin, sinds zijn terugkeer deze week in het publieke domein na tien dagen absentie, niet zo zelfverzekerd als exact een jaar geleden toen hij de hereniging met de Krim in het Kremlin luister bijzette met een knalharde patriottische toespraak. Tijdens zijn gesprekje maandag met de president van Kirgizië, toch een makkie voor de leider van een nucleaire grootmacht, wipte hij bijna onafgebroken met zijn voeten. Op de vergadering gisteren van het organisatiecomité van de Overwinningsparade op 9 mei, de dag van de zeventigste verjaardag van de zege op de nazi’s die volgens Poetin „in onze genen en ons bloed zit”, zocht hij naar woorden om iedereen die „de waarheid over de oorlog wil vervalsen” de wacht aan te zeggen. Aan de Krim, die hij vorig jaar naar eigen zeggen met strikte hand uit de klauwen van de nieuwe vijanden van vandaag had gered, besteedde hij geen woord. Ook de journaals hadden gisteren over het schiereiland niet meer te melden dan dat het er sneeuwde terwijl in Moskou de zon scheen.

Wie wint heeft gelijk

In Moskou zelf is het niet anders. De Krim is geen onderwerp van openbaar debat. „Bijna niemand keert zich tegen de hereniging. Maar die consensus is decoratief, een ritueel”, meent de sociologe Olga Zdravosmyslova die al sinds jaar en dag is verbonden aan het Gorbatsjov Fonds in Moskou. „Krim Nasj is vergelijkbaar met de Sovjettijd of met een voetbalwedstrijd: wie wint, heeft gelijk. Maar dat weerspiegelt niet de kern van de stemming. Het enthousiasme is afgelopen jaar zelfs verminderd. Op dit moment is volgens mij misschien 50 procent overtuigd van de noodzaak van de hereniging maar niet meer. Het is niet zo monolithisch. De macht in het Kremlin weet dat en appelleert nu aan het meer actieve deel van de samenleving”, zegt Zdravosmyslova op basis van onderzoek dat ze voor het Gorbatsjov Fonds doet.

Dat bleek gisteravond ook in de buitenwijk Izmailovo. Terwijl het journaal Vremja (De Tijd) van negen uur driekwartier onafgebroken berichtte over de komende Overwinningsdag, de nog levende helden van de voor Rusland heel kort durende oorlog met Japan, over een straatoproer in het Oekraïense deel van de Donbass en over een hypotheeksubsidie voor huizenkopers, las de 91-jarige Tatjana Gratsjova, die vorige maand nog een oorlogsmedaille had gekregen, gewoon de krant. Alleen voor de herdenking van de Siberische dorpsschrijver Valentin Raspoetin in de Christus de Verlosser Kathedraal, waar ook president Poetin was, had ze aandacht.

Is de Krim als mobilisatiewapen van het Kremlin aan het wegebben? Volgens Sjevtsova is alles mogelijk. Het Kremlin opereert volgens haar volgens het motto: „vanavond maar weer eens kijken wat we gaan doen”. De gepensioneerde socioloog Leonid Blecher, die tot voor kort bij het staatsgetrouwe onderzoeksbureau Fonds Publieke Opinie (FOM) werkte, is het met haar eens en juist daarom bezorgd. „In de openbare meningsvorming spelen drie factoren een rol: logos, ethos en pathos. De Krimpolitiek is een typisch geval van pathos”, zegt Blecher. „Maar hoe dat afloopt? In Rusland gebeurt óf niets óf alles. Nu gaan de veranderingen heel snel. Er kan van alles gebeuren. Ik hoop het zelf niet meer mee te maken.”