Hij werd gehaat, maar werd hij ook vermoord?

In 1961 stortte het vliegtuig neer van de Zweed Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de VN. Was het een aanslag? Deze week besloot de VN zijn dood alsnog te onderzoeken. Hieronder het artikel dat nrc.next eerder publiceerde over de zaak.

Dag Hammarskjöld, baas van de VN, zou in 1961 omgekomen zijn bij een vliegtuigongeluk. Maar wat waren die lichtflitsen? En die ontploffing?

Het nieuws van zijn dood trok 52 jaar geleden als een schokgolf over de wereld. Het hoofd van de Verenigde Naties was verongelukt. Dag Hammarskjöld. Een man die net zo gehaat werd als vereerd.

Op weg naar vredesbesprekingen was zijn toestel neergestort op Brits koloniaal grondgebied, vlakbij het vliegveld van Ndola, in het tegenwoordige Zambia. Van de Albertina, zo heette de Zweedse DC-6, werden alleen verkoolde brokstukken gevonden. Er was één overlevende. De andere vijftien waren dood.

Een jammerlijk ongeluk, zeiden de VN en echoden regeringsleiders. Maar was het wel een ongeluk? Er bestonden van meet af aan twijfels. Er waren te veel ongerijmdheden die niet verklaard konden worden.

Hoe zat het met de ontploffing van het vliegtuig voordat het de grond had geraakt, waarover de enige overlevende had verklaard? Wat betekenden al die getuigenverklaringen van plaatselijke bewoners dat ze die nacht lichtflitsen hadden gezien en een tweede, kleiner vliegtuig dat het Zweedse toestel aanviel? Hoe was het mogelijk dat het wrak pas 15 uur na het ongeluk werd gevonden, terwijl het nog geen 13 km van het vliegveld lag? En hoe bestond het dat plaatselijke bewoners kort na het ongeluk al wel twee Landrovers op weg naar het wrak hadden gezien. Tegen de tijd dat die wagens terugkwamen, brandde het wrak pas goed.

Het was een van de ijzigste perioden in de Koude Oorlog. Een ideale voedingsbodem voor complottheorieën. Begin 1961 was de eerste premier van Congo, Patrice Lumumba, vermoord, naar later bleek met steun van België en de VS.

Elke grootmacht was boos op hem

Het was de tijd van de Afrikaanse dekolonisatie. Congo had zich net bevrijd van België. Nog geen maand later begonnen rebellen in de mineraalrijke provincie Katanga een afscheidingsoorlog, met hulp van buitenlandse huurlingen en gesteund door de Belgische regering en Belgische mijnbedrijven. Hammarskjöld had de kant van Congo gekozen, tot ergernis van België, de VS en Groot-Brittannië. Alle grootmachten had hij al weleens tegen zich in het harnas gejaagd. Moest de dwarsligger dood? Een VN-onderzoek kwam begin 1962 tot de slotsom dat de oorzaak van het ongeluk niet vast te stellen was.

Maar de vraag vond nooit rust. Steeds dook er nieuw bewijsmateriaal op, zoals in 1998 door onderzoek van de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. Een schat aan nieuwe feiten verzamelde de Britse wetenschapper Susan Williams in haar boek Who Killed Hammarskjöld, dat in 2011 groot opzien baarde in Groot-Brittannië. Er zijn sterke aanwijzingen, zei Williams, dat het vliegtuig van Hammarskjöld is neergeschoten door huurlingen, die werkten voor de afscheidingsbeweging in Katanga. Britse koloniale bestuurders zouden de aanslag in de doofpot hebben gestopt.

Een onderzoek van het Britse dagblad The Guardian wees in dezelfde richting en riep nieuwe vragen op. Waarom hadden autoriteiten zo weinig moeite gedaan om de enige overlevende van het ongeluk in leven te houden? Hoe was het mogelijk dat de diplomatenkoffer van Hammarskjöld geen spoor van brand vertoonde? En waarom was er gerommeld met de foto’s van Hammarskjölds lijk?

200 getuigenverklaringen

De onthullingen van Susan Williams en The Guardian voerden in 2012 tot instelling van een internationale commissie van gerenommeerde juristen. Die moest beoordelen of er genoeg reden was om het VN-onderzoek van 1962 te heropenen. Dat is deze week gebeurd. De commissie toetste niet alleen het bewijsmateriaal dat zich de laatste vijftig jaar had opgestapeld, ze hoorde ook tientallen getuigen en ze doorzocht archieven, zoals in België en Zweden. Sommige archieven bleven gesloten, zoals van de CIA.

Ze schakelde ook onbezoldigde deskundigen in, onder wie een patholoog-anatoom en een luchtvaartexpert. Ook kwamen er analyses van alle getuigenverklaringen die bij eerdere onderzoeken in 1961 en 1962 waren afgelegd: in totaal zo’n 200. De onderzoekers van het eerste uur zouden niet diep genoeg gespit hebben. Ze hadden een vooropgezet idee van de uitkomst. Getuigenissen die op sabotage of een aanslag wezen, werden weggewuifd in diskrediet gebracht. Zeker als ze afkomstig waren van Afrikanen. Cruciale vragen werden nooit gesteld, veel getuigen zijn nooit gehoord.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat 9 september 2013 in nrc.next stond.