Het leven van Christina a-capella

Componist schrijft muziektheater over koningin Christina van Zweden met madrigalen.

De Zweedse componist Klas Tordtensson woont en werkt sinds 1973 in Nederland. Foto Floren van Olden Foto Floren van Olden

‘Ze stonk waarschijnlijk ontzettend”, zegt componist Klas Torstensson over Christina van Zweden, het onderwerp van zijn nieuwste werk, de madrigalencyclus Arcadia 1689. Bovendien was ze misvormd, doordat men haar als zuigeling op de grond had laten vallen. Maar Christina was bovenal een intelligente en vrijgevochten vrouw. Het Groot Omroepkoor brengt Arcadia 1689 in première in de NTR ZaterdagMatinee.

Christina (1626-1689) stierf in Rome en werd – uitzonderlijk, zeker voor een vrouw – begraven in het Vaticaan. Een halve eeuw geleden heeft men haar graf nog geopend; omringd door de met wijwater spetterende clerus stelden onderzoekers vast dat Christina daadwerkelijk een vrouw was geweest, en niet, zoals gefluisterd werd, een hermafrodiet.

Het is slechts een van vele anekdotes rond de laatste monarch van het Huis Wasa. Christina belandde als zesjarige op de Zweedse troon, waarvan ze in 1654 vrijwillig afstand deed om zich aan kunst en wetenschap te wijden. Ze liet zich onderwijzen door de Franse wijsgeer Descartes, die in het noordelijke klimaat echter binnen enkele maanden het loodje legde.

Tijdens een repetitie van Arcadia 1689 in het Hilversumse Muziekcentrum van de Omroep loopt dirigent Gijs Leenaars met feilloos oor moeilijke passages in de partituur door – en dat zijn er nogal wat. „Maar hier en daar hoor je de zon al doorbreken”, zegt Torstensson na afloop over het voor zijn doen behoorlijk tonale stuk. De weidse akkoorden in het dubbelkorige tweede madrigaal zijn schitterend.

Arcadia 1689 is Torstenssons eerste werk voor a-capellakoor. Hij sprong dus meteen in het diepe toen de ZaterdagMatinee hem vroeg om een omvangrijk werk – maar met graagte, benadrukt hij.

Torstensson componeerde behalve de monumentale opera Expeditionen (1998) verschillende prachtige liederen voor zijn echtgenote, sopraan Charlotte Riedijk, waar- onder In großer Sehnsucht (2004). Het derde deel van deze sterkevrouwencyclus is gewijd aan Christina.

„Ik wist dat ik nog niet klaar was met haar”, vertelt Torstensson. Christina was een fascinerende vrouw, een spin in het Europese web. Een machtspolitica ook, die als gewezen koningin naar Italië reisde, een grote hofhouding aanhield en op zeker moment vorst van Napels wenste te worden. Man en kind bliefde ze niet, ze had een affaire met een hofdame en onderhield een (al dan niet platonische) relatie met kardinaal Azzolino, waarover het derde madrigaal, Sempre mia, handelt.

In een chronologische levensbeschrijving was Torstensson niet geïnteresseerd. „Ik wist vrij snel dat ik wilde beginnen met haar dood. De proloog is een Lamento dat ik me onmiddellijk scenisch voorstelde, met de dode opgebaard in een hemelbed – ik wil mijn verschillende Christina-composities dan ook uitwerken tot een groot muziektheaterstuk.”

In de proloog klinkt een Zweedse herderslokroep die op verschillende momenten in het werk terugkeert. Er is een nauwe verwantschap tussen dit lokroepmotief en enkele maten uit Scarlatti’s madrigaal O morte die verderop voorbijkomen. Het is het eerste letterlijke citaat uit Torstenssons oeuvre: „Het paste zo mooi, ik kon het niet laten. Scarlatti was Christina’s hofcomponist. Vandaar dat mijn stuk óók uit madrigalen moest bestaan.”

De tekst voor Arcadia 1689 heeft Torstensson na uitgebreid literatuuronderzoek zelf gemonteerd uit een veeltalig scala van bronnen, waaronder gruwelijke gerechtsverslagen. Haar verlichte reputatie ten spijt deinsde Christina er niet voor terug uit de losse pols doodvonnissen te tekenen. In het laatste madrigaal, een furieus scherzo, riekt daarom een vleugje middeleeuwen – Trollkonan heet het: Zweeds voor heks.