Het ging alleen om Den Haag

Er waren op tv nauwelijks provinciale lijsttrekkers te zien. Haagse politici trokken alle aandacht vanwege de toekomstige verhoudingen in de Eerste Kamer. Zo werd het een surrealistische campagne.

Wie de verkiezingscampagne via tv of internet volgde begreep de afgelopen weken direct: over provinciaal beleid gaat dit niet. Partijleiders mengden zich zonder terughoudendheid of excuses in een strijd die formeel over de verdeling van de Provinciale Staten gaat. Het leverde een soms surrealistische campagne op.

Op deze verkiezingsdag is nog niets te zeggen over de toekomstige politieke verhoudingen in de Eerste Kamer – en is de vraag niet te beantwoorden welke campagnes succesvol waren en welke niet en wat het betekent voor de coalitie van VVD en PvdA. Toch kende de campagne momenten die hun schaduw nu al over verkiezingsdag heen werpen.

Het gespreksverslag

Voor regeringspartij VVD dreigde de campagne alleen nog maar te gaan over integriteit, na recente affaires met bonnetjes en strafrechtelijke onderzoeken.

Dat ‘frame’ moest zo snel mogelijk de wereld uit. Partijleider Mark Rutte verkocht het opstappen van Kamerlid Mark Verheijen als bewijs dat de VVD hard optreedt bij integriteitsproblemen. Het vertrek van minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie poogde hij ‘klein te houden’. Opstelten had slechts een formele fout gemaakt: hij had de Kamer per ongeluk verkeerd geïnformeerd over de hoogte van een financiële deal met crimineel Cees H. De minister werd zelf ook verrast toen later bleek zijn verhaal niet klopte.

Maar bronnen hebben intussen bevestigd dat Opstelten van Teeven (die als officier van Justitie ooit de deal sloot) wél het echte verhaal had gehoord. En dat daar een gespreksverslag van is. De uitleg van Rutte was toen: „Er is geen verslag, er is alleen maar een persoonlijke aantekening.” Zelf las de premier deze wel, de Kamer mocht hem niet zien. Als de aantekening uitlekt, en het blijkt dat Opstelten de Kamer bewúst niet alles heeft verteld, heeft Rutte nogal wat uit te leggen.

Het complot

De ultieme poging om het slechte nieuws over integriteitsincidenten bij de VVD van nieuw daglicht te voorzien, kwam van VVD-minister Edith Schippers. Ze gebruikte het woord complot niet, maar het scheelde weinig: „Het is geen toeval dat er nu incidenten naar boven komen.” Wie het was, wist ze niet, bewijzen had ze ook niet. Maar Schippers wist: „Er zit ergens een kracht achter.”

Het leek een ongelukkige verspreking, maar later schaarden ook Mark Rutte zich achter die analyse. Wat direct tot speculaties leidde dat hier sprake was van een uitgekiende campagnestrategie van de VVD om eigen kiezers te motiveren naar de stembus te gaan. Iets wat overigens binnen de top van de VVD werd tegengesproken. De enige reden dat Schippers niet door Rutte en andere campagnevoerende VVD’ers was tegengesproken was omdat de partij niet nog een relletje kon gebruiken. Uitgekiend of niet, e woorden van Schippers laten zien is wel dat bij VVD een slachtoffergevoel begint te ontstaan die bij de grootste regeringspartij tot een defensievere houding kan leiden.

Het echte gevaar

Dat het bestuur van de provincies in de hoofden van politici en journalisten een secundaire rol speelde, blijkt wel uit het opduiken van het jihadthema in elk debat – een nonprovincialer is er niet.

In de bijdragen van PVV-leider Geert Wilders aan dit thema werden de contouren van een nieuwe lange termijnstrategie zichtbaar. Nu hij tegen de (juridische) grenzen van zijn anti-islamitische uitspraken dreigt aan te lopen, verlegt hij zijn vizier.

Eerst was daar PvdA-leider Diederik Samsom die volgens Wilders in het debat bij Pauw „medeverantwoordelijk” zou zijn voor elke komende terroristische aanslag. En dat niet alleen. Samsom was ook „de importeur van het kwaad”, die door het pamperen van „de islam” had gezorgd voor „jihadisten, antisemitisme en homohaat”.

Later was D66-leider Alexander Pechtold aan de beurt. „Nog gevaarlijker dan terroristen zijn de wegkijkers.”

Gedaanten van Pechtold

In de aanloop naar verkiezingsdag bleek Pechtold – wiens partij vaak wordt verweten een licht elitaire inslag te hebben – brede groepen kiezers te willen aanspreken. In de Telegraaf, in verkiezingstijd meestal een campagnevehikel voor de VVD, liet hij zich met vrij evident genoegen aanleunen dat wraak op „vernederingen” van de linkse PvdA toch wel een drijfveer voor hem was. Hij ontkende het, natuurlijk. Maar hij zei ook: ‘Don’t get mad, get even.” En voor PvdA-leider Samsom had hij ook een sympathiek woord over: „Ik vind het bewonderenswaardig dat hij het bijltje er nog niet bij heeft neergegooid.”

De D66-leider had ook nog een rechtse boodschap: er moest belastingverlaging komen, desnoods door nog meer te bezuinigen. Anders zou hij het kabinet niet meer steunen.

Drie weken later sprak hij de wat linksere lezers van de Volkskrant. Daar wilde hij niet meer bezuinigen dan de coalitie, en riep hij op tot een einde aan de strijd tussen D66 en de PvdA. „Ik vind niet dat de komende jaren een verdere verwijdering moet ontstaan tussen PvdA en D66. Ik roep de PvdA op tot veel meer samenwerking op de progressieve standpunten.”

De zoektocht van Pechtold naar zijn nieuwe positie belooft de verhoudingen tussen coalitie en ‘constructieve oppositie te belasten.

De flanken

Zowel Mark Rutte als Diederik Samsom probeerden kiezers van hun ideologische geestverwanten CDA en SP af te pakken. Stem niet op die lui, want ze hebben nul invloed op het kabinetsbeleid, was de boodschap.

Die stemoproep werd ook bij het slotdebat gisteren verpakt in verzoeken aan de leiders van deze flankpartijen om „verantwoordelijkheid te nemen”. Zo vroeg PvdA-leider Samsom aan SP-leider Emile Roemer waarom de SP de PvdA in de steek liet, bij het voeren van onderhandelingen met de rechtse coalitiepartner VVD. Roemer moest er natuurlijk weinig van hebben. „Uw wilt mij medeplichtig maken aan rechts beleid.”

Rutte, die CDA-leider Sybrand Buma had verweten op „verantwoordelijkheidsvakantie” te zijn zei gisteren. „U staat daar met schone handen, maar ook met lege handen.” Ook Buma maakte duidelijk geen enkele interesse te hebben in een wat vastere gedoogrol.

Maar wie weet, staan VVD en Pvda na de verkiezingen morgen weer snel op de stoep bij de flankpartijen.