Helden van ‘direct cinema’ waren niet zo simpel van geest

Niet veel documentaires hebben zo’n lang en rijk leven als Grey Gardens: de film uit 1975 van Albert Maysles, die vorige week overleed, en zijn broer David Maysles, die al in 1987 is overleden. De film is opgenomen in het Amerikaanse National Film Registry van films met eeuwigheidswaarde. Grey Gardens kreeg een heuse remake als televisiefilm voor HBO met Hollywoodsterren Jessica Lange en Drew Barrymore en haalde de top-10 van beste docu’s aller tijden in een poll van het Britse filmtijdschrift Sight & Sound. Toch was de film ooit hoogst omstreden. De recensent van The New York Times vond de handelswijze van de makers ‘walgelijk’. De machtige Pauline Kael verdacht de makers in The New Yorker van grove manipulatie.

Grey Gardens is een portret van twee excentrieke dames: ‘Big Edie’ Bouvier Beale en haar dochter ‘Little Edie’: een hoogbejaarde moeder en haar dochter die tegen zestig loopt. Ze zijn telgen van de Amerikaanse aristocratie, familie van Jackie Onassis, die aan de bedelstaf zijn geraakt, en in het nieuws kwamen omdat ze hun landhuis in The Hamptons kwijt dreigden te raken vanwege ongedierte en algehele vervuiling. Dochter droomde ooit van een carrière als danseres, moeder wilde zangeres worden. Maar ze zitten aan de grond en houden elkaar gevangen in een ijzeren greep.

De broers registreren de scènes tussen de dames liefdevol. Dat de film meer is dan een portret van twee excentriekelingen komt door de scherpe focus op de dynamiek tussen moeder en dochter. „Die verhouding is zo complex dat zelfs Freud er niets mee kon”, zei Albert Maysles. „Freud is niet verder gekomen dan de relatie tussen moeder en zoon, met het Oedipuscomplex en zo.”

De Maysles Brothers waren pioniers van wat ‘direct cinema’ heette: films die de werkelijkheid onverbloemd en direct wilden laten zien, zonder vertelstem of opgedrongen interpretatie. Dat is een term die nu naïef aandoet, in een tijd die zich hyperbewust is van de vervormende macht van de camera, om nog te zwijgen van editing. Hoezo directe cinema? Maar ook de Maysles waren zich er natuurlijk bewust van dat ze door hun aanwezigheid zelf een rol speelden in het verhaal. En in Grey Gardens laten ze dat ook zien: dochter flirt opzichtig met de camera, moeder heft weer eens een standaard aan uit het American Songbook van haar jeugd. Met hun camera verschaften de Maysles de dames eindelijk het grote podium waar ze hun hele leven lang van droomden. En de filmmakers beseften dat maar al te goed. ‘Direct cinema’ was veel geraffineerder en zelfbewuster dan die simpele benaming kan doen vermoeden.