Gevangen in eeuwige onschuld

Ze zijn overal: films, boeken, bands die onschuld en de kindertijd op een voetstuk plaatsen. Journalist Marc Spitz plakte er het etiket ‘twee’ op: ‘zijig’. Een geuzennaam.

Jonge liefde volgens Wes Anderson in The Grand Budapest Hotel

‘Twee is overal. Als je erop let duiken voortdurend films, boeken en bands op waarop het etiket van toepassing is dat muziekjournalist Marc Spitz bedacht voor zijn boek Twee. The Gentle Revolution in Music, Books, Television, Fashion and Film. Twee betekent zoiets als ‘zijig’, of ‘zoetelijk’, maar Spitz bedoelt dat niet laatdunkend of negatief. Hij doelt simpelweg op al die kunst die welbewust een zekere naïviteit en onschuld cultiveert, die niet afstandelijk, hard en cool wil zijn, maar juist warm, zacht en fuzzy.

Spitz lijft een aantal artiesten in bij zijn ‘beweging’ die er feitelijk weinig te zoeken hebben (Kurt Cobain) en ziet juist andere belangrijke figuren over het hoofd (Neil Young). Maar dat neemt niet weg dat hij iets op het spoor is. Een filmmaker als kindvrouw Miranda July – die in haar film The Future huiskat Paw Paw inzette als verteller – heeft een esthetiek die vergelijkbaar is met de films van Noah Baumbach waaronder Greenberg en While We’re Young waarin personages in hun midlifecrisis ongemakkelijk dralen rond hun jongere, hippe stadsgenoten. De 32-jarige held van Aanmodderfakker, Thijs, die zijn bestaan laat versloffen, is verwant aan de naïeve stijl van het Utrechtse animatietrio Job, Joris & Marieke, die met A Single Life een Oscarnominatie verdienden.

Maar wat is dat verband precies? Spitz somt de elementen op die volgens hem „typisch twee” zijn: een duidelijke voorkeur voor schoonheid boven lelijkheid; besef van de duistere kanten van het bestaan zonder daarbij het geloof in de goedheid van de mens te verliezen; hardnekkig vasthouden aan de onschuld van de kindertijd; veel verlegenheid en onhandigheid als het gaat om seks; diepe belangstelling voor obscure uithoeken van het popculturele verleden (‘curator culture’), en complete desinteresse in het oude ideaal om ‘cool’ te zijn.

Premature nostalgie

Van al die kenmerken is hardnekkig vasthouden aan de kindertijd – in een soort premature nostalgie – de meest in het oog springende: niet zozeer als eeuwige adolescent, meer als een eeuwige adolescent die eeuwig kind wil blijven. Dat maakt niet zanger Morrissey tot ‘godfather van twee’ zoals Spitz schrijft – daarvoor is zijn werk te direct, realistisch en geëngageerd. Nee, filmmaker Wes Anderson is de ware koning van twee. Zijn hypergestileerde, geraffineerde én kinderlijke filmuniversum verovert momenteel een groot, nieuw publiek. Anderson werkt sinds zijn debuutfilm Bottle Rocket (1996) gestaag en in coherente stijl aan zijn oeuvre, maar pas zijn laatste films bereikten een groot publiek. Moonrise Kingdom (2012, recette 70 miljoen dollar) en The Grand Budapest Hotel (2014, recette 174 miljoen dollar) waren voor zijn doen ongekende successen.

Met het vervagen van het onderscheid tussen kind, adolescent en volwassene – een soort drietrapsraket – vervaagt ook het onderscheid tussen films bedoeld voor kinderen en voor volwassenen. De grens tussen animatiefilm en ‘live action’-film is ook dun. Filmmakers stappen met vanzelfsprekendheid over tussen disciplines. Kindman Anderson verfilmde Roald Dahls kinderboek Fantastic Mr. Fox, zijn kompaan Spike Jonze deed hetzelfde met de Amerikaanse jeugdklassieker Where the Wild Things Are van Maurice Sendak. Jonze creëerde ook een archetype van het twee-personage met Theodor Twombly, de held van zijn computer-romcom Her: een man die voortdurend lijzige en omzichtige bespiegelingen ten beste geeft over zijn gevoelsleven, en aan de kost komt door handgeschreven liefdesbrieven te verzinnen.

Zo bezien is de zo succesvolle Lena Dunham met haar comedyserie Girls helemaal niet zo twee. Uitgestelde volwassenheid en neurotisch navelstaren zijn weliswaar haar niche, maar ze bekijkt zichzelf met zoveel directheid en met een gebrek aan gêne dat ze juist verre van zijig is. Dunham vervalt zelden in het zelfmedelijden die slechte twee zo onuitstaanbaar kan maken.

Talloze Lena Dunhams

Lena Dunham is maar een van de vele Lena Dunhams die momenteel van zich doen spreken: komiek Desiree Akhavan, wier debuutfilm Appropriate Behavior op het Sundance Festival in première ging, is al onthaald als ‘de Perzische, biseksuele Lena Dunham’. Actrice Zooey Deschanel, die doorbrak met (500) Days of Summer en nu te zien is in de comedyserie New Girl, is een commerciële, gelikte versie van Lena Dunham. Scenarioschrijver en actrice Greta Gerwig, die van indiestroming mumblecore overstapte naar de films van haar vriend Noah Baumbach, is meer een Lena Dunham voor het denkend deel der natie.

Twee schept een eigen, afgesloten, betrekkelijk conflictloze wereld. J.D. Salinger leverde met The Catcher in the Rye het prototype van de soort: Holden Caulfield, de telg van New Yorkse elite, die de volwassen wereld afwijst als ‘phoney’ en zich vastklampt aan de puurheid van de kinderen die hij ontmoet. De schaduwkant daarvan was Salingers dubieuze belangstelling voor heel jonge meisjes. Een film als Aanmodderfakker is in dat opzicht directer: de hang naar onvolwassenheid van held Thijs mondt uit in een misplaatste verhouding met een te jonge scholiere, Lisa. Ook Miranda July ziet de schaduwkant van een obsessie met onschuld en onbevangenheid, als ze in haar nieuwe roman The First Bad Man een personage opvoert met pedofiele neigingen.

Alleen in een beschermde en afgeschermde wereld kan de twee-cultuur floreren: ook in dat opzicht is het werk van Anderson typisch. Zijn films spelen zich altijd af in zijn hoogstpersoonlijke, eigen wereld, tamelijk ver van de boze buitenwereld. Om zo kwetsbaar en aandoenlijk te kunnen zijn, is zo’n afgeschermde hoek van de wereld om in te schuilen wel een voorwaarde. Geen wonder dat popcultuur die in de minder rijk bedeelde lagen van de samenleving wortelt meestal bar weinig aansluiting heeft bij twee.