En waarom stemmen we eigenlijk met een potlood?

Tot 2007 stemde Nederland op de computer. Maar die bleken te hacken, waarna het potlood weer terugkwam. Veel zijn er vernietigd, maar in Groningen staan er nog computers, opgeslagen in een container.

De zoektocht leidt naar een loods op een bedrijventerrein in Groningen. Daar, helemaal achterin de opslagruimte van een verhuisbedrijf, staat de container met ruim honderd zwart-grijze koffers. Jan Smit (58) pakt er een van de stapel. De 35 kilo voelt zwaarder aan dan hij zich herinnert. Samen met collega Jan van Dijken (58) zet hij de koffer op een tafel, ontgrendelt hij de vier sluitingen en klapt hij de koffer uit. Het is even gepruts met het ingebouwde tl-lampje maar binnen een minuut staat hij klaar voor gebruik: de ES3, een stemcomputer gemaakt door de Nederlandsche Apparatenfabriek (Nedap) uit Groenlo.

Je stem breng je uit door op het knopje met de naam van een kandidaat te drukken. Ter controle verschijnt de gekozen naam op een LCD-scherm, waarna je met een druk op een grote rode knop je stem bevestigt. Op het einde van een stemdag komt er dan uit de ingebouwde printer een lange kassabon rollen met de resultaten. In de koffer ligt nog een verzegelde envelop met de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen uit 2007. De tekst op het thermische papier is bijna niet meer leesbaar. „Zo’n apparaat is eigenlijk ook echt niet meer van deze tijd”, mompelt Smit. Zijn collega knikt.

In 1991 werd 20 procent van de stemmen via zo’n stemcomputer uitgebracht. Op het hoogtepunt in 2006 ging het om 97,7 procent van de stemmen, vrijwel allemaal via de machines van Nedap. En in dat jaar begon ook Rop Gonggrijp, fameus hacker en medeoprichter van internetprovider XS4ALL, lawaai te maken. Met zijn stichting Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet schreeuwde hij van de daken dat stemcomputers het democratisch kiesproces ondermijnden.

Hij had gewoon gelijk

Gonggrijp toonde aan hoe stemcomputers van afstand waren ‘af te luisteren’, waardoor het stemgeheim zou kunnen worden geschonden. In een spraakmakende uitzending van EenVandaag liet hij zien hoe de apparaten te manipuleren waren door de besturingschips te vervangen. Een controle achteraf was niet mogelijk. Debatten, rechtszaken en onderzoeken volgden en een jaar later werd de stemcomputer door het kabinet afgeschreven.

Fabrikant Nedap vocht het kabinetsbesluit aan, maar Gonggrijp had al die tijd gewoon gelijk, zegt Nedap-directeur Ruben Wegman nu. Wij waren natuurlijk zeer gekwetst door zijn kritiek dat onze stemmachine het niet goed deed. Dat tastte ons aan in onze professionele trots.”

In 2009 werd het stemmen via het grote papieren stembiljet en het rode potlood weer ingevoerd. De 7.200 stemcomputers die Nedap in de loop van de tijd aan Nederlandse gemeenten had verkocht waren in één klap waardeloos. Ze haalden er 6.300 op om ze – nadat de gemeenten de verwijderingsbijdrage hadden betaald – te vernietigen. De overige machines hebben gemeenten zelf vernietigd of liggen te verstoffen in opslagruimtes. Zoals de stemcomputers van Groningen. „Ik heb een paar keer voorgesteld om ze weg te doen, maar omdat het destijds een investering van ruim 800.000 gulden was, heeft nog niemand dat besluit durven te nemen”, zegt Smit.

Samen met Van Dijken is hij al sinds 1994 verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezingen in Groningen. Voor de dubbele verkiezing van vandaag begonnen de voorbereidingen in september. Elk stembureau heeft ongeveer tien medewerkers, tegen een stuk of vijf toen de stemcomputers nog werden gebruikt. Dat is een van de redenen waarom Smit en Van Dijken met weemoed naar de ES3 kijken die ze zojuist hebben opgezet: het maakte hun werk een stuk makkelijker.

Ook het potlood is niet perfect

De roep om de herinvoering van elektronisch stemmen blijft dan ook bestaan, vooral vanuit de gemeenten. Er ligt al een paar jaar een advies op tafel om voortaan gebruik te gaan maken van stemprinters en elektronische stemmentellers. „Ook de huidige methode is niet perfect. Fouten worden gemaakt”, vertelt Willibrord van Beek, de commissaris van de koning in Utrecht en voorzitter van de commissie die onderzoek doet naar elektronisch stemmen. „Als iedereen zijn eigen stem print, kun je zelf controleren of dat juist gebeurt. Vervolgens stop je het papiertje in de stembus. Het tellen vindt na het sluiten van de stembussen automatisch plaats, maar doordat het papier beschikbaar blijft, is een handmatige hertelling mogelijk. Zo is het reproduceerbaar en controleerbaar.”

Op het ministerie van Binnenlandse Zaken worden nu de specificaties uitgewerkt, zodat de kosten nauwkeuriger geraamd kunnen worden. Die liggen volgens de commissie-Van Beek sowieso op 150 à 250 miljoen euro voor de investering en 6 à 10 miljoen euro per verkiezing. Die kosten zitten vooral in het beveiligen van het systeem tegen hackers. Van Beek: Je kan zeggen dat er iets naïefs zat in de vorige generatie stemcomputers, maar we leefden ook in een andere wereld op dat moment. De maatschappij is veranderd, we kennen de risico’s. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan.”

Juist door die risico’s en de bijbehorende kosten is Rop Gonggrijp niet overtuigd van de plannen van de commissie-Van Beek. Is het uitgesloten dat de printer de keuze opslaat, zodat alsnog het stemgeheim kan worden geschonden? Kan de scanner foutloos lezen en optellen? En wat als blijkt dat er tóch een foutje is gemaakt, gooien we het systeem dan weer op straat? Zijn advies: blijf bij het potlood. „Computers zijn gewoon niet te vertrouwen. Het ICT-paradijs waar ze bij de overheid van dromen bestaat gewoon niet. Kijk alleen maar Snowden en de NSA.”

Gonggrijp denkt niet dat het zo ver gaat komen, maar als er toch wordt besloten om elektronisch stemmen opnieuw in te voeren, zal hij deze keer „met een bak popcorn op schoot” toekijken. „Genieten van de soap die volgt: een over een decennium uitgesmeerd ICT-drama.”

Ook Smit en Van Dijken zien een terugkeer van een variant op de stemcomputer niet voor zich, vertellen ze in de stemloods van de gemeente Groningen. Waar de stemcomputers in één opslagbox staan, heeft de gemeente nu een hele bedrijfshal voor de opslag van de honderden stemhokjes en stemkliko’s. Smit: Het is nu iedere keer veel werk, maar dat blijft het sowieso wel. En die investering is gigantisch, dat besluit gaan niemand nemen.” 

Wordt het niet eens tijd dat Groningen ook zijn laatste stemcomputers wegdoet? Smit: „Ik zal het binnenkort maar weer eens voorstellen.”