Een premier die zelf het vuilnis buiten zet

Op zijn veertiende sloot Alexis Tsipras zich aan bij de communisten. Niemand had verwacht dat hij vanuit de marges van de politiek de Griekse premier zou worden. Hij lijkt zijn partij ontgroeid.

(Hoop komt)

De laatste keer dat de familie Tsipras gezamenlijk kerst vierde in het familiehuis in bergdorp Athamanio (700 inwoners in de winter) werd Alexis Tsipras ineens overal uitgenodigd. En in zijn kielzog de hele familie. Het was december 2013 en de Tsiprassen schoven iedere avond in een ander huis aan. „We aten heel goed”, grijnst zijn neef Giorgos Tsipras. „Wild zwijn, hert. Iedereen was benieuwd naar hem. Alexis was opeens een beroemdheid.”

Alexis Tsipras (40), de nieuwe Griekse premier, is al zijn hele leven politiek actief. Maar tot voor kort altijd in de marge. Niemand had gedacht dat de verontwaardigde scholier met de dikke donkere paardenstaart die Che Guevara bewondert en ‘de ideeën van Mao’ verdedigde (maar niet de uitvoering ervan), ooit een regering zou gaan leiden. Laat staan dat hij een baken van hoop zou worden voor protestbewegingen in heel Europa. Bij de verkiezingen in januari stootte zijn partij Syriza de gevestigde partijen in Griekenland van de troon.

De scholier

Alexis Tsipras koos op zijn veertiende voor de communisten omdat „het idee van meer georganiseerde actie me aan stond”, zegt hij in een interview in 2008 met Schooligans, een Grieks tijdschrift voor middelbare scholieren. „Om het ‘ik’ te verlaten en voor het ‘wij’ te gaan.” De scholieren hadden eindeloze discussies over hoe ze de wereld konden verbeteren. Ze lazen Marx, Lenin en Hegel en plakten de stad vol posters met politieke teksten. Omdat hij zoveel van huis was dachten zijn ouders dat hij drugs gebruikte.

De vader van Tsipras had een klein bouwbedrijf. Zijn oom ook. Opa was bouwopzichter. Zijn oudere broer en zus zijn net als zijn neven en hijzelf ingenieur. Het was een ‘links, progressief’ milieu, omschrijft neef Giorgos Tspiras, die een paar weken geleden is aangesteld op het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Jongeren zijn altijd een slag radicaler dan hun ouders.” Zelf sloot hij zich aan bij de maoïsten. „In de jaren zeventig en tachtig in Griekenland was iedereen met politiek bezig.”

Begin 1991 was middelbare school van Tsipras in de wijk Ambelokipi een van de coördinatiecentra van het scholierenprotest tegen onderwijshervormingen door de rechts-conservatieve regering. Zo’n 1.500 scholen werden maanden bezet. Tsipras voerde het woord, op radio en nationale tv. Zijn familie keek trots naar de buis. „We konden zien dat hij goed was in wat hij deed”, zegt Giorgos Tsipras.

De scholierenbezettingen golden als een succes. Onderwijshervormingen werden uitgesteld en de minister van Onderwijs trad af. „Alexis was in die tijd nog heel militant”, vertelt Stamatis Karagiannopoulos, die samen met Tsipras in de coördinatieraad zat. „Eigenlijk vaart hij al sinds die tijd een links reformistische koers.” Karagiannopoulos is een trotskist binnen Syriza en maker van het blad Epanastasi (Revolutie). Hij verdenkt zijn generatiegenoot ervan al sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in kapitalisme te geloven. Nu Tsipras om een verlenging van het steunakkoord van de eurozone heeft gevraagd noemt hij hem „nog rechtser dan Tony Blair”.

De student

„Tsipras had onmiddellijk ‘fysiek’ overwicht”, zegt vriend Andreas Karitzis. Ze leerden elkaar kennen tijdens een actieberaad in 1997 in een van de lokalen van de Polytechnische universiteit in Athene. „Hij had ook de meeste politieke ervaring.” Tsipras studeerde civiele techniek. Hij richtte daarnaast een studentenvakbond op en was actief binnen Synaspismos, een verbond van gematigdere communisten en groenen.

Karitzis trekt sindsdien op met Tsipras en zijn vriendin Peristera Batziana, met wie hij twee zoontjes heeft. Alexis en Peristera kennen elkaar al sinds de middelbare school. Zij was ook actief bij de communisten en is net als hij ingenieur.

Hun leven speelde zich af binnen een linkse subcultuur vol protest, geloof in politieke ideologie en afschuw van de consumptiesamenleving. Het was volgens Karitzis in de jaren negentig „bizar, absoluut niet sexy” om links te zijn. „Dat kon je niet gemakkelijk aan je vrienden uitleggen. Persoonlijke idiotie. Zoiets als in UFO’s geloven.”

De politieke vriendenclub organiseerde protesten tijdens de EU-top in 2003 in Thessaloniki, waarbij activisten met de politie botsten. Tsipras stond niet vooraan. Zijn rol was zoals vaker het onderhouden van contacten, met andere groepen activisten en met media.

Griekenland was in de ban van de Olympische Spelen van 2004. Het is een evenement waar veel Grieken fantastische herinneringen aan hebben, maar dat ook symbool is komen te staan voor geldverspilling en corruptie. Terwijl iedereen naar Athene trok, ontsnapten Tsipras en zijn vrienden juist aan de stad. Ze gingen naar het eiland Zakynthos om te kamperen en te zwemmen. Nog steeds brengt Tsipras zo het liefst zijn zomers door.

Syriza, waarin Synaspismos op ging, is een activistenclub. De leden zijn ervaren in het protesteren, niet in besturen. Deelname aan de macht leek voor het partijleiderschap van Tsipras (vanaf 2008) en voor de economische crisis de partij deed groeien nooit een serieuze optie. De sfeer op het partijkantoor is nog altijd die van een vriendenclub die een vrijwilligerscampagne voor een dierenasiel runt. Slordige, vrolijke, vaak rokende mensen die motor rijden. Mannen met oorringen en een stoppelbaard, zoals Andreas Karitzis.

Terwijl minister van Financiën Yanis Varoufakis, geen partijlid en persoonlijk geselecteerd door Tsipras, een groot deel van de Europese contacten doet, voert de jonge premier veldslagen met zijn eigen achterban.

Flauwgevallen

De vergaderingen achter gesloten deuren duren eindeloos. Toen tot vervroegde verkiezingen werd besloten sloot de partijtop zich zes dagen op om de kandidatenlijsten te maken. Over het compromis met de eurogroep werd door de fractie elf uur vergaderd. Daarna was het centraal comité nog aan de beurt voor een uitputtingsslag waarin Tsipras, die er net de zwaarste weken uit zijn leven op had zitten, uiteindelijk flauwviel. Het centraal comité is formeel het belangrijkste orgaan van de partij, met tweehonderd leden, waarvan een groot deel vindt dat Tsipras nu de principes van de partij verloochent.

Hoewel hij binnen Europa als radicaal wordt gezien, is Tsipras binnen zijn partij de belichaming van het compromis. Zijn techniek lijkt te zijn dat hij iedereen eerst laat uitrazen, waarna ze doodop genoegen nemen met het compromis dat hij voorstelt. Tsipras probeert niet voortdurend zijn gelijk te halen, maar richt zich op kleine realistische stappen. „Hij luistert zo goed”, zegt de een na de ander. „Hij blijft altijd kalm.” Bijna niemand heeft hem ooit echt kwaad gezien.

„Hij is een heel eenvoudig, alledaags persoon”, zegt Kostas Isichos, staatssecretaris voor Defensie. Hij bedoelt het als een compliment. Isichos is van de communistische vleugel in de partij en gebruikt woorden als ‘kameraad’. Ze zijn samen op reis geweest naar Latijns-Amerika, vertelt hij, „waar politiek in alles zit en nooit verveelt”. „Politiek zit in voetbal, in dans. Dat hebben we van Che geleerd.”

Het belangrijkste conflict in Tsipras’ carrière was in 2009 met Alekos Alavanos, de vroegere leider van Synaspismos en een van zijn politieke mentoren. Een econome die lid is van het centrale comité herinnert zich de leiderschapsstrijd tussen de socialistische coryfee en de jongeling. De concurrentiestrijd maakte Alavanos onrustig, „op het hysterische af”. Tsipras bleef kalm. Alsof hij achterover leunde en observeerde wat anderen deden. „Een beetje zoals nu met Europa”, zegt ze.

Tsipras is, binnen zijn politieke familie, een pragmaticus die zijn tijd nooit stak in het schrijven van verhandelingen over het marxisme. „Voor de oude generatie voldoet Alexis niet aan hun ideologische normen”, analyseert neef Giorgos Tsipras. Ze zien hem als inhoudsloos – een knap gezicht dat kiezers trekt. „Maar juist doordat hij niet stug vasthield aan de puur ideologische benadering kon hij nieuwe wegen openen voor de partij en partijleider blijven.” In 2013 koos het partijcongres ervoor van de losse coalitie Syriza een echte partij te maken.

De nieuwe premier omringt zich met vertrouwelingen. De belangrijkste daarvan is zijn vriend en inmiddels minister van staat Nikos Papas. Ook hij geldt meer als strateeg dan ideoloog. De principiële vleugel binnen de partij wantrouwt hem daardoor haast net zo sterk als de ongrijpbare Yanis Varoufakis.

Symbool van de breuk met het verleden

Terwijl zijn partij het Tsipras moeilijk maakt omdat hij heeft gebroken met verkiezingsbeloften, loopt het publiek met hem weg. Ze waarderen zijn gematigde kant – hij kan internationaal compromissen sluiten. Tsipras kreeg hun stem omdat hij op allerlei manieren de breuk met de vorige generaties politici symboliseert. Hij is jong en komt niet uit een invloedrijke politieke familie. Hij heeft niet in het buitenland gestudeerd. Sinds de verkiezingswinst van Syriza in 2012 heeft hij zijn Engels flink bijgespijkerd, om internationaal mee te kunnen komen.

Grieken vinden dat een verademing na de elitaire machthebbers met hun verdacht nauwe banden met rijke industriëlen. Zelfs kwaliteitskrant Kathimerini is naar zijn multiculturele woonwijk Kypseli in het centrum van Athene gegaan om daar de buren te interviewen. Een premier die zelf zijn vuilnis buiten zet, noteerde de verslaggeefster.

„Thuis heeft Peristera de broek aan”, zegt Alekos Flampouraris een veteraan in de Griekse politiek en het verzet tegen de dictatuur. Hij adviseert Tsipras als kabinetslid over de omgang met de fractie. De vrouw van Flampouraris past geregeld op de zoontjes van Tsipras. „Zij bepaalt waar ze heen gaan, wat ze eten, wat hij draagt”, lacht hij tijdens een interview in het parlement.

Koud twee maanden aan de macht is het steeds moeilijker in Tsipras nog de communist van vroeger te zien. De nieuwe premier geeft er sinds de verkiezingen meer en meer blijk van zijn partij te ontgroeien.

Hij beseft dat slechts een fractie van de Grieken uit puur ideologische redenen op hem zou stemmen. De overlap tussen de Syriza-kiezers en de partij is gering. De verzevenvoudiging van de steun voor Syriza komt grotendeels door wanhoop en woede over de economische crisis en de wens zittende machthebbers af te straffen. Tijdens de laatste lange vergadering met het centraal comité voegde hij de gestaalde partijkaders toe dat hij er niet meer alleen voor hen stond. „Ik ben nu de voorzitter van alle Grieken.”