Column

De stad kan best wat minder groen. Maar nu nog niet

Waarom willen we altijd bomen zien? Een stad is geen natuurmonument, vindt Egbert Schuttert.

Voor een nieuwe boom of struik is in elke stad het bedje gespreid. Iedereen is voor groen: politieke partijen, gemeenteraden, bewoners. De wethouder plant een boom, hij wordt geroemd en geprezen. Als landschapsarchitect werk ik vaak mee aan de vergroening van de stad. Ook ik ben voor groen, maar niet altijd, niet overal. Groen en bomen zijn elementen in de openbare ruimte waarover je op basis van ontwerpen kunt beslissen: wel of niet. Soms zijn bomen en groen juist niet gewenst. Maar voorlopig is minder groen in de stad geen optie. Het kappen van een boom wordt in Nederland opgevat als een barbaarse daad, tegen het rooien van een struik loopt een hele buurt te hoop. En moet er dan toch gekapt dan verplicht de herplantplicht tot een nieuwe.

Maar een stad kan natuurlijk best wat minder groen. Een stad is geen natuurmonument, maar een uiting van cultuur. Op vakantie in Italië bewonderen we de pleinen in Siena en Rome: geen boom te zien; in Venetië vergapen we ons aan de paleisgevels langs een boomloze Canal Grande, in Apulië bezoeken we goudkleurige steden van louter steen. Rond de Middellandse Zee zijn de steden oud en woont men al sinds mensenheugenis in een stad. Groen en bomen zijn er wel, maar ze zijn ingekaderd in compacte proporties: een park, een promenade, een plantsoen.

Waarom houden we eigenlijk zo van groen? Waarom willen we al dat groen in onze steden? Er zijn meer redenen te noemen, maar de belangrijkste is denk ik omdat wij nog geen echte stedelingen zijn. Net gearriveerd uit de provincie, amper het platteland ontgroeid, projecteren we onze agrarische referentiekaders op onze nieuwe woonplek. We zijn nog te veel boer, te weinig burger. Daarom willen we ook in de stad gras en bomen zien en zijn we zonder ongelukkig. Met als gevolg dat de zonaanbidders op het Haagse Plein en het Amsterdamse Leidseplein in de schaduw zitten in plaats van lekker in de zon; en de Amsterdamse grachtengevels door een dichte bomenrij aan onze ogen worden onttrokken. Daarom ligt er op het Rembrandtplein nog een raar klein stukje gras en zijn er zelfs op de Dam bomen geplant. Daarom wil men stadslandbouw!

Nee, voorlopig ligt een minder groene stad hier nog niet in het verschiet. Eerst maar eens die agrarische veren afschudden. Dat heeft tijd nodig, veel tijd; dat duurt generaties.

Af en toe wandel ik langs de Amsterdamse grachten, op zoek naar een plek waar de kade wordt vernieuwd. Zo’n ingreep kan meestal niet met behoud van bomen. Ze worden gekapt. Als ik geluk heb, ligt er aan de andere kant van de gracht een terrasje. Met riant uitzicht op een grachtengevel: een glimp van de toekomst. Ik hoop dan altijd dat het nog even zo blijft. Maar nee, de kade is nog niet af of de nieuwe boompjes staan er alweer. Kan dat misschien niet wat uitgesteld? Een keer een plantseizoen overslaan? Het liefst zie ik natuurlijk een groter stuk te vernieuwen kade. Een tijdelijk stuk boomloze gracht! Gewoon om te kijken of het bevalt. Om te genieten van de architectuur en het ruimtelijke profiel. Een jaar of twee. Daarna mogen de bomen terug.