Wanneer is deze column niet meer nodig?

‘Mama, ze zeggen dat ik vies ben omdat ik door de poep gerold ben”, snikte de donkere vierjarige dochter van een vriendin toen ze van school kwam. Schokkend en onacceptabel en dit anno 2015, zou je denken. Wat wij dachten: ah, het begint.

Het is een soort rite de passage. Ieder ‘gekleurd’ persoon herinnert zich zijn eerste ik-ben-anders-moment wel en het gaat dieper dan een buitenbeentje zijn. Het werd mij op jonge leeftijd duidelijk toen er constant met verbazing gereageerd werd op kwaliteiten die ik had die men verwacht bij mensen met een witte huid: ‘wat goed dat je zo foutloos Nederlands spreekt’. Complimenteus bedoeld, maar ik voel me niet gevleid wanneer ik het beter doe dan de lage verwachtingen die er van me zijn, door mijn huidskleur.

Het geadviseerde ‘van je afschudden’ blijkt lastig wanneer die hardnekkige teneur je overal achtervolgt. Op de journalistieke opleiding waar de superhelden van de pers opgeleid worden – zo zag ik dat toentertijd – leer je over ‘allochtonen’ schrijven. Hoe je een groep mensen benadert wier landen wellicht verder van elkaar liggen dan van Nederland, maar die vanwege hun anders-zijn toch bij elkaar horen. In het journalistieke basisboek wordt geconstateerd dat hoofdredacteuren journalisten aannemen van wie zij denken dat het de beste mensen zijn en dat waren ‘veruit blanke journalisten’. Op de werkvloer twijfelen ze aan jouw journalistieke objectiviteit vanwege je achtergrond. Alsof witte objectiviteit per definitie zuiverder is en jouw zwart-zijn je ervan weerhoudt beschouwend naar de werkelijkheid te kijken. Dat wit goed is en zwart minder werd eeuwenlang als voldongen feit verkocht. Nu niet meer, maar geschiedenis verdwijnt niet in het luchtledige. Het nestelt zich in het onderbewustzijn en heeft invloed op het heden.

Veel witte Nederlanders geloven niet in die impliciete vorm van racisme, ondanks rapporten, zoals die van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie. Of de miljarden gekleurde mensen die zonder elkaar te kennen dezelfde ervaringen delen als het op uitsluiting aankomt. Door alle weerstand lijkt het alsof er sprake is van een complot met geheime bijeenkomsten waarin besproken wordt hoe we het de witte medemens zo onbehaaglijk mogelijk kunnen maken. Ook mij maakt het ongemakkelijk om hierover te schrijven, want ik lijk mezelf te reduceren tot mijn huidskleur. Maar het aanpakken van ongelijkwaardigheid gaat boven individueel comfort. Dus hopelijk maakt deze kleine ludieke actie van ons je enigszins oncomfortabel, voel dat en bespreek het. Want uiteindelijk vertel ik niets nieuws, velen hebben dit al eerder aangekaart. De vraag is: wanneer zorgen we ervoor dat het niet meer nodig is? Clarice Gargard