Akkoord met Iran zo gek nog niet

Iran provoceerde de ‘wolven uit het Westen’ telkenmale, toch is er nooit sprake geweest van een diepgewortelde animositeit tussen de shi’itische islam en de westerse levensstijl, meent Leo Kwarten.

illustratie Luojie

Op 31 maart moet het er liggen: een nucleair akkoord op hoofdlijnen tussen Iran en de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland. In ruil voor inperking van het Iraanse atoomprogramma zullen de sancties tegen Teheran worden opgeheven. Een deal lijkt binnen handbereik. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en zijn Iraanse collega Javad Zarif hebben elkaar in 2015 al acht keer ontmoet. Zó hartelijk is de relatie inmiddels dat boze Iraanse parlementariërs riepen dat het ongepast is dat een minister van de Islamitische Republiek koutend met de Grote Satan langs de Rhône wandelt.

Dat er een deal komt is ook doorgedrongen tot de Arabische vijanden van Iran, Saoedi-Arabië voorop. Toen eind 2013 uitlekte dat de VS en Iran al maanden in het geheim met elkaar spraken, waren de Saoedische leiders furieus. Jarenlang hadden ze het Westen gewaarschuwd voor de shi’itische halve maan die opdoemde aan hun noordgrens. Die liep van Khomeini’s mausoleum in Teheran tot de zuidelijke wijken van Beiroet met 20 miljoen Iraakse shi’ieten, de Libanese Hezbollah en Assads regime in Damascus als verbindende schakels.

Levensgevaarlijke alliantie, zeiden Saoediërs. Niet alleen voor onze sunnitische bondgenoten, maar ook voor het Westen. Dat laatste raakte een gevoelige snaar. Niemand was vergeten hoe de ayatollahs in 1979 schijnbaar uit het niets in Iran de macht hadden gegrepen. Amerikaanse diplomaten werden 444 dagen gegijzeld in hun ambassade. Islamitische scherprechters reisden van stad tot stad doodvonnissen wijzend alsof het parkeerbekeuringen betrof. Ongehoord was Khomeini’s fatwa in 1989 waarin hij opriep de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie te doden omdat hij de profeet zou hebben beledigd.

Dat laatste doet denken aan de aanslag op Charlie Hebdo. De broertjes Kouachi handelden 26 jaar later op basis van een soortgelijke fatwa. Khomeini had als shi’iet een trend gezet die later werd gekopieerd door sunnitische sjeiks. Hetzelfde geldt voor zelfmoordaanslagen. In 1983 zette het shi’itische Hezbollah voor het eerst bestuurde bomauto’s in. Tegenwoordig zijn die het handelsmerk geworden van sunnitische terreurgroepen als IS en al-Qaeda. Ik vind het dus niet vreemd als ik tijdens lezingen de vraag krijg of IS nu eigenlijk sunnitisch of shi’itisch is. Iran heeft in het Westen nu eenmaal een slecht imago.

Toch bestaat er een groot verschil tussen de shi’itische terreur van toen en die van IS nu. In feite was de omwenteling in Iran een oriëntaalse versie van de Franse Revolutie. Het ancien régime van de sjah met zijn CIA-vriendjes en goddeloze elite werd omvergeworpen. Het maakte plaats voor een radicaal nieuwe orde waarin de islam de staatsideologie werd, de vertrapten werden gemobiliseerd en de „wolven uit het Westen” een lesje werd geleerd. Toch is er nooit sprake geweest van een diepgewortelde animositeit tussen de shi’itische islam en de westerse levensstijl.

Hoe anders is de strijd die sunnitische extremisten thans voeren. Zij sturen aan op een ware botsing van beschavingen waarbij elk aspect van onze seculiere samenleving moet worden vernietigd: democratie, vrouwenrechten, ons rechtsstelsel, ja zelfs de muziek waarop we dansen. De strijd beperkt zich niet tot de islamitische modelstaat van IS, maar vindt wereldwijd plaats – in Franse banlieues waar Joden worden weggepest, in Nigeria waar schoolmeisjes met bomvesten op pad worden gestuurd, in chatrooms waar de jihad wordt verheerlijkt. Dit is geen revolutie zoals in Iran, dat indertijd vooral met zichzelf bezig was, maar een godsdienstoorlog met apocalyptische dimensies.

Terwijl de Saoediërs ons waarschuwden voor de shi’itische halve maan, trokken ze stiekem hun eigen plan. Als tegengif voor het ontluikende shi’itisch bewustzijn dat na 1979 ontstond, begonnen zij radicale sunnieten te steunen. Ooit vertelde prins Bandar, voormalige hoofd Saoedische veiligheidsdienst, zijn evenknie bij de Britse MI6, Richard Dearlove: „Nog even, Richard, en dan geldt: ‘Moge God de shi’ieten bijstaan.’ Meer dan een miljard sunnieten zijn hen meer dan zat.” Bandar kreeg zijn zin. Shi’ieten die zich onverhoopt ophouden in door sunnitische rebellen bezet gebied in Syrië of Irak, worden tegenwoordig zonder omhaal vermoord.

Het Westen heeft zich onnodig bang laten maken door de Saoediërs. Die hebben shi’ieten altijd beschouwd als een dodelijke bedreiging. Het Westen zou daarentegen juist kunnen profiteren van een grotere invloed van de shi’itische islam. Zo hebben shi’ieten doorgaans geen tijd voor een heilige oorlog tegen het immorele Westen. Nizar Hamzeh, politicoloog aan de Amerikaanse Universiteit in Koeweit, zei ooit tegen me: „Shi’ieten geven geen f**k om het bekeren van anderen tot de islam. Ze zeggen alleen: stoor me niet in mijn geloofsbeleving.”

Daarnaast is de shi’itische clerus goed georganiseerd. Waar de sunnitische islam een haast protestants landschap van bekvechtende stromingen en sektes oplevert, oefenen de shi’itische groot-ayatollahs via een strakke hiërarchie grote invloed uit op de gelovigen. Dat kwam goed van pas toen groot-ayatollah Ali al-Sistani afgelopen juni de Iraakse shi’ieten opriep de wapens op te nemen tegen IS. Er werd massaal gehoor aan gegeven. Deze week hebben het Iraakse leger en shi’itische milities de aanval ingezet op Tikrit. Als ze er in slagen IS uit deze stad te verdrijven, is dat voor een belangrijk deel te danken aan leiders als al-Sistani.

De politieke emancipatie van de shi’ieten heeft op termijn niet geleid tot radicalisering, integendeel. Het postrevolutionaire Iran wil niets liever dan het verleden begraven en goede relaties aangaan met het Westen. In Libanon is Hezbollah begonnen als een revolutionaire terreurbeweging die westerlingen gijzelde en vermoordde. Nu is Hezbollah een politieke partij – toegegeven: met 40.000 raketten niet echt een CDA – en heeft men zijn islamitische idealen verruild voor pragmatisme. In Irak hebben de shi’ieten nu veel meer macht dan onder Saddam Hoessein. Ze kunnen zich echter prima vinden in een democratisch staatsbestel en wijzen een tweede Islamitische Republiek af.

Vergelijk dat eens met de sunnitische islamisten die na 2011 kwamen bovendrijven in Egypte, Syrië, Libië en Irak. Hun komst vertaalde zich direct in straatgeweld tegen vrouwen en andersdenkenden, islamitisch volksgericht en coulantie jegens jihadisten. Let wel, ook shi’ieten misdragen zich in oorlogstijd. Tijdens de herovering van Tikrit kwamen beelden naar buiten waarop te zien was hoe gevangengenomen jihadisten in IS-stijl werden onthoofd en van gebouwen geworpen. De daders waren de door shi’ieten gedomineerde Irakese Speciale Eenheden. Maar hoe walgelijk ook: wraakneming op het slagveld is iets anders dan geïnstitutionaliseerd geweld uit naam van God.

Dat is iets wat sceptici tot nadenken zou moeten stemmen als het Westen en Iran dadelijk een historisch akkoord sluiten.

    • Leo Kwarten