Zwartspaarders zijn weinig sexy, maar leveren wél wat op

Foto ANP

In de jacht op zwart geld heeft de Belastingdienst in de afgelopen dertien jaar 8 miljard euro weten te traceren bij ruim 28.000 ‘zwartspaarders’. Het opsporen van zwart geld bracht in die periode bij elkaar aan naheffingen en boetes ruim 1,6 miljard euro op, blijkt uit een inventarisatie van NRC.

Is dat veel? Vergelijk het bedrag met de totale Rijksbelastingopbrengsten in één jaar (2014): 234 miljard euro.

De zogeheten ‘inkeerregeling’ bestaat sinds 2002 en geeft zwartspaarders de mogelijkheid hun verzwegen vermogen aan te geven. Deze regeling heeft tot nu toe verreweg de meeste opbrengsten voor het Rijk gegenereerd:

Eenderde stond op Zwitserse rekeningen

Maar het opsporen van zwart geld nam pas echt een grote vlucht sinds Nederland in 2010 een bilateraal verdrag sloot om toegang te krijgen tot bankgegevens van Nederlandse spaarders en depositohouders bij Zwitserse banken. Tegelijkertijd hoefden inkeerders tot juli vorig jaar door een tijdelijke verlichting van de inkeerregeling geen boete te betalen, en ging de Belastingdienst meer gebruik maken van anonieme tipgevers. Of die laatste methode stand houdt, moet nog blijken, nu de fiscus hierover verschillende rechtszaken heeft verloren. In de loop van dit jaar wordt een definitief oordeel van de Hoge Raad verwacht.

Bijna eenderde van het opgespoorde geld is afkomstig uit Zwitserland. Maar ook in andere landen vond de Belastingdienst zwartspaarders:

Geen prioriteit

Zwart geld opsporen was lange tijd politiek niet zo relevant en had geen prioriteit. Ambtenaren van de Belastingdienst liepen jarenlang tegen een muur op bij hun bazen op het ministerie van Financiën als zij in het buitenlandse verborgen vermogens van rijke Nederlanders wilden opsporen.

Een woordvoerder van de Belastingdienst beaamt het aanvankelijk gebrekkige animo om zwarte spaartegoeden in het buitenland op te sporen en te belasten.

“Bewindslieden vonden belastinginning destijds al vervelend genoeg. Je wordt er niet populair van.”

De Jager maakte er wél werk van

Pas onder staatssecretaris Jan-Kees de Jager (CDA) kwam de jacht op zwart geld hoog op de agenda van de fiscus te staan. Dat had alles te maken met de wereldwijde financiële crisis die in 2008 was uitgebroken. De Jager legde ook in Nederland beslag op miljarden aan belastinggeld om de financiële sector overeind te houden. Het besef groeide dat een grote groep vermogende Nederlanders daar totaal niet aan bijdroeg. Daarnaast groeide de internationale druk op belastingparadijzen. De OESO, het samenwerkingsverband van geïndustrialiseerde landen, en de G20 van grootste economieën drongen vanaf eind vorig decennium aan om het bankgeheim voor buitenlandse cliënten wereldwijd op te heffen.

De Jager sloot het verdrag met Zwitserland en verruimde de inkeerregeling, die al in 2002 was ingevoerd. Na 2010 werd de inkeerregeling herhaaldelijk verlengd en verlicht.

Fiscus laat nog veel geld liggen

In een rapport uit 2011 betoogde adviesbureau Strategy& dat de vrijwillige inkeerregeling van de Belastingdienst weliswaar miljarden heeft opgehaald, maar ook nog heel veel geld laat liggen. Er zou volgens de studie alleen al bij Zwitserse banken immers 20 miljard euro aan Nederlands vermogen liggen, bijna acht keer zoveel als de fiscus nu actief in Zwitserland heeft opgespoord. Een woordvoerder van de Belastingdienst nuanceert dat beeld.

“Niet al het vermogen in Zwitserland is zwart. Veel Nederlandse rekenhouders gaven hun Zwitserse geld altijd al netjes op.”