Column

Zwaardmacht

Kunnen we met Jeanine Hennis-Plasschaert de oorlog winnen? Met die vraag ging ik gisteravond naar het Scheepvaart- en Transport College in de Rotterdamse haven, waar de minister van Defensie met studenten in debat zou gaan. Onderwerp van de avond was: hoe biedt de koopvaardij de piraterij in de Golf van Aden het hoofd?

Mijn tienerdochters hadden van tevoren gezegd wat zij dachten van Hennis. Ze vonden haar cool. „Zij is da Boss”, zei de een en ze stak twee vingers horizontaal in de lucht.

De maritiem officieren die zich ’s avonds bij de grootste collegezaal hebben verzameld, zijn nuchterder. Ze voeren tijdens hun stage op grote vrachtschepen met 23 knopen – „dat is snel” – langs Somalië, de vingers gekruist. „Hoe langzamer hoe gevaarlijker”, zegt officier Jitske Pronk. Dat lijkt me wel logisch.

Een student scheepsbouw pleit voor een dekkanon aan boord. De vraag die hun allemaal op de lippen ligt: „Hoe staat de minister tegenover particuliere beveiliging aan boord?” Ze hebben vorig jaar allemaal de petitie van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders ondertekend om de Tweede Kamer van gewapende privébeveiliging op de koopvaardijschepen te overtuigen. Heeft de overheid niet het geweldsmonopolie, vraag ik. „Dan gebeurt er dus niets”, zegt een maritiem officier.

De voorzitter van de redersvereniging blijkt er vanavond ook te zijn. Een oude bekende: Tineke Netelenbos, ooit staatssecretaris en minister in de kabinetten-Kok. Een PvdA’ster in hart en nieren, die altijd de publieke zaak heeft gediend. Nu in de rol van behartiger van werkgeversbelangen op zee – 400 reders en ruim 1.900 schepen. Ze wordt hartelijk door Hennis begroet.

„Wauw”, zegt Netelenbos en ze wijst naar de kade buiten. „Van Oord lag hier met een plaatje van een schip.”

De 350 Nederlandse koopvaardijschepen die jaarlijks langs Somalië varen, kunnen zich laten beveiligen door mariniers. Nadeel is dat dat niet alleen de staat, maar ook de reder veel geld kost, 5.000 euro per dag. „Als het niet met militairen kan, zorg er dan voor dat het met private armed guards kan”, betoogt Netelenbos. Maar dat mag wettelijk weer niet.

PvdA-Kamerleden waarschuwden voor ‘Blackwater-praktijken’, verwijzend naar het Amerikaanse beveiligingsbedrijf dat in de tweede Golfoorlog in Irak op eigen houtje executies zou hebben voltrokken. In plaats van Blackwater zegt Netelenbos per ongeluk Clearwater. „Haha, dat is mijn favoriete witte wijn.” Ze ligt krom over het katheder van het lachen.

En dan staat ze weer recht overeind in haar koningsblauwe mantelpak. „Ik ben ooit lid geworden van de Partij van de Arbeid omdat ik voor de bescherming van kwetsbare mensen ben”, zegt ze. „Bijvoorbeeld tegen gedrogeerde kapers. Maar er is bij de PvdA iets tussen de oren gekropen.”

Hennis knikt. „De zwaardmacht van de overheid is een principieel iets, volgens de Kamer. Daar heb ik me ook over verbaasd.” Daar is ze VVD’er voor. Haar departement, dat nog steeds bezuinigt, heeft geen geld voor meer mariniersbescherming. „De vaart in die regio neemt af”, zegt Netelenbos. „De wereld wordt er niet veiliger op.”

Hennis geeft Netelenbos een kus op het achterhoofd. „Dag lieve schat”, zegt ze bij vertrek, de VVD-minister in oorlogstijd met 60.000 werknemers en te weinig geld. En de oud-PvdA-minister die zich moeiteloos voor weer een ander karretje heeft laten spannen.

„Is iemand nog iemand in de zaal tegen private beveiligers”, vraagt de presentator. „Niemand”, constateert hij.