Zonder plan bereikt Nederland niets op energieterrein

Het stuntelen in Groningen bewijst dat Nederland geen visie heeft op het energiebeleid, betoogt Christiaan Gevers Deynoot. Waar blijft het plan van aanpak?

Illustratie Anne van Wieren

Terwijl minister Kamp door het stof ging voor de Groningers en de Kamer debatteerde over ons gasbeleid bleef de olifant in de kamer onbenoemd: Nederland heeft geen langetermijnvisie op de energievoorziening. Het doet mij denken aan wat premier Rutte twee jaar geleden zei in de Rode Hoed in Amsterdam: „Visie is als de olifant die het uitzicht belemmert.” Ik dacht dat goed beleid juist uitgaat van een inspirerend idee gebaseerd op micro- en macrotrends – vooral uitgedragen door de politiek leider.

Het idee achter ons nationaal Energieakkoord is de omslag naar een duurzame samenleving met 80 tot 95 procent minder CO2 uitstoot in 2050, maar de planning van initiatieven stopt in 2023. Dat terwijl de ‘Energy Union Strategy’ voor toekomstig Europees energiebeleid nu wordt besproken – vorige week door de Europese ministers voor energie- en milieuzaken en op 19 en 20 maart door de Europese Raad. Hoe worden onze langetermijnbelangen daar verdedigd als er nog niets is geregeld voor na 2023? En waarom zouden private partijen investeren in grote energieprojecten als post-2023 onzeker is?

Nederland heeft niet alleen een visie nodig op de energievoorziening in 2050, maar ook een duidelijk plan om daar te komen. Ik denk dat daar drie elementen voor nodig zijn: betere samenwerking met andere landen, publieke en private langetermijninvesteringen in duurzame energie en steeds in gesprek blijven met de samenleving. Hierbij moet de overheid leidend zijn en de leider visionair.

1 Samenwerking met andere landen

Nederland kent een geschiedenis van wispelturig energiebeleid en matige communicatie naar de samenleving. De internationale samenwerking heeft zich, buiten onderzoeksprojecten en bijdragen aan EU-wetgeving, voornamelijk beperkt tot de olie- en gassector. Waarom zijn er niet meer grensoverschrijdende projecten, zoals bijvoorbeeld de gedeelde elektriciteitsmarkt in Scandinavië?

Het oliebeleid wordt gecoördineerd met 26 landen in het Internationaal Energieagentschap; het gasbeleid binnen de EU. Ook hebben we de Gasrotondestrategie, die van Nederland een knooppunt voor Europese gasstromen moet maken (inclusief investeringen in grensoverschrijdende pijpleidingeninfrastructuur). Maar Nederland zou zoveel meer kunnen.

Nederland moet juist bilateraal en multilateraal investeren in concrete initiatieven, zoals windmolenparken met de Noordzeelanden, een Nederlands-Duitse infrastructuur voor CO2-transport en opslag en een Nederlands-Belgisch subsidiemechanisme voor de bevordering van een grensoverschrijdende bio-economie. Bovenal zou Nederland gedeelde investeringen moeten doen in projecten rond de opslag van energie – de sleutel tot iedere duurzame economie.

2 Strategisch investeringsbeleid

Dit soort concrete strategische investeringen doet Nederland niet alleen weinig internationaal, maar ook nauwelijks nationaal. Vroeger hadden we het Fonds Economische Structuurversterking, wat voor een deel gevuld werd met de aardgasbaten. Maar dat fonds werd gebruikt voor uitgaven aan infrastructuur, onderwijs en innovatie, zoals de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn. Grootschalige investeringen in duurzame energieprojecten zaten er praktisch niet tussen.

Ongetwijfeld zijn er voorbeelden van succesvolle investeringen, zoals in energiebesparing voor nieuwe huizen, maar uit de praktijk blijkt dat het Nederlands energieverbruik in 2013 voor maar 4,5 procent bestond uit duurzame energie. Hiermee staan we op de EU-lijst net boven Luxemburg en Malta.

Sterker nog, het Planbureau voor de Leefomgeving zegt in haar Nationale Energieverkenning 2014 dat we onze doelstellingen voor 2020 (dat is al over 5 jaar!) voor duurzame energie en energiebesparing niet zullen halen met het huidige beleid. Maar zelfs als het akkoord wordt uitgevoerd, zal er geen omslag komen, omdat een beleidshorizon tot 2023 te weinig investeringszekerheid biedt.

Dat privaat kapitaal hebben we hard nodig. Helemaal omdat Nederland in 2025 waarschijnlijk netto-importeur wordt van gas. Een beleidsvisie om onze samenleving echt te veranderen, en dus duurzamer te maken, vraagt om een brede investerings- en stimuleringsstrategie voor de lange termijn.

3 Communicatie van een visie

Daarna is het van groot belang om deze visie te delen met ons, de Nederlandse burgers, zodat we begrijpen wat de bedoeling is. Denk aan campagnes op social media, nationale energiedagen en wedstrijden voor het meest innovatieve idee. Het akkoord pleit voor de verduurzaming van onze energievoorziening en samenleving. Maar wat betekent dat concreet, wat zijn de implicaties voor mij persoonlijk? Het idee is onduidelijk.

Een omslag in de samenleving is alleen succesvol als die van boven én van onderen komt. Ieder beleid heeft tenslotte publieke steun nodig om de grootschalige overheidsinvesteringen te legitimeren en politieke termijnen te overleven. De sleutel is constante communicatie van de visie en de initiatieven.

Dit is ook van belang om de gedragsverandering te stimuleren die nodig is voor deze omslag. Kostenverhogingen dwingen vaak tot nieuwe keuzes, maar bewustwording kan hetzelfde bereiken. Ik gebruik minder water, doe mijn lichten uit en koop een schonere auto als ik de visie en strategie voor de route naar een duurzame samenleving ken, begrijp en geloof.

Nu nog de visie

Het is niet met zekerheid te zeggen hoe de wereld er in 2050 uitziet; de resultaten van Europees en internationaal overleg zullen daar zeker op van invloed zijn. Hier moet Nederland natuurlijk actief aan meedoen. Maar dat doet niet af aan de noodzaak tot een visie en een plan van aanpak voor de gewenste nationale energievoorziening in 2050.