Wie zit er nog te wachten op een nieuwe kerk?

In aanloop naar de Statenverkiezingen van 18 maart bezoeken twee verslaggevers de twaalf provincies en tekenen alledaagse zorgen van de kiezer op. In het aartsbisdom Utrecht lopen de kerken leeg.

In de gewelven van de Sint-Bonaventurakerk kun je het water door de verwarmingsbuizen horen lopen. Het stroomt niet, het klotst, het klettert. Geluid, hoe zacht ook, rolt hier als een golf tegen het gepleisterd natuursteen op, eindigend als een vloedgolf in het oor. Nagalmtijd: 7,2 seconde.

Perfect voor orgelmuziek. Zangkoren, ook prima. En mits de kerkbanken goed zijn gevuld, is ook het gesproken woord geen punt.

Maar genoeg volk om het geluid te dempen trekt de zondagse viering in Woerden al lang niet meer. Er zijn kerkbanken weggehaald, vieringen samengevoegd. Voldoende is het niet. Bezoeken honderd katholieken de kruisbasiliek uit 1892, dan zijn nog altijd ruim zeshonderd plaatsen leeg. Vooral midden en achteraan in het schip en bij de zijbeuken is de dienst door de nagalm slecht of helemaal niet te verstaan.

Ontkerkelijking heeft Gods woord hier letterlijk doen verstommen.

Zelf reikt pastoor Huub Spaan, gezegend met een stevige radiostem, best een eind. Hij kent de akoestiek van de ruimte, houdt het spreektempo laag, haalt op de juiste momenten adem. Spaan is daardoor, met microfoon, nog enigszins verstaanbaar.

Maar neem een avondwake of een uitvaart, bijeenkomsten waarin bezoekers, soms emotioneel, het woord nemen en de spreektechniek niet kennen. Geluidsgolven botsen en klotsen, het is één grote brij.

De hoop dat kerken vanzelf weer volstromen heeft plaatsgemaakt voor praktisch besef. Wat te doen met de leegloop? Alleen al het aartsbisdom Utrecht, dat ook Flevoland, Gelderland en Overijssel bestrijkt, telt ruim driehonderd katholieke kerken. In december voorspelde bisschop Wim Eijk dat daar over vijftien jaar nog zo’n twintig van over zijn. Dat wordt vroeg opstaan op zondagochtend.

Het meest rigoureuze voorstel komt uit eigen geledingen. ChristenUnie in Utrecht pleit in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen voor een bouwstop van kerken in de provincie. Het levert gemengde reacties op, beaamt fractievoorzitter Arne Schaddelee. Een christelijke partij die een stop op kerken voorstelt, dat verwachten mensen niet.

Maar het is nodig, zegt hij, want nieuwe kerken worden nog altijd gebouwd. Soms omdat een oude niet meer voldoet, of omdat een nieuwe woonwijk een nieuwe kerk behoeft. In die gevallen is de bouw van een nieuwe kerk nog te begrijpen, zegt Schaddelee. Meer moeite heeft hij met kerkgangers die na een scheuring een nieuw gebouw neerzetten. Zoals op de kantorenmarkt, waar je ziet dat bedrijven omwille van de uitstraling niet graag in het afgedankte pand van een ander trekken.

Nu gaat het provinciaal budget voor cultureel erfgoed in de ogen van Schaddelee net iets te vaak naar het opknappen van theehuisjes en schoorsteenmantels in Utrecht. Hij vindt het tijd om te kijken naar de kerken. Welke moeten hun functie behouden, welke niet?

In de Sint-Bonaventurakerk in Woerden staat bij de ingang een collectebus met „Gift geluidsinstallatie”. Eierdozen aan het plafond vond de pastoor geen goed idee. Het spaargeld is bestemd voor een hypermodern audiosysteem met tientallen luidsprekertjes dat geluidsgolven creëert die eerst de bezoekers bereiken en dan pas de wanden. De Dom van Keulen heeft ’t ook.

Zolang het audiosysteem ontbreekt, blijft het behelpen. „Kom dan vooraan zitten”, heeft Huub Spaan tegen een volgeling achteraan weleens gezegd. Die kon het niet verstaan. „Ik zit hier al mijn hele leven”, was de repliek. Spaan begrijpt het. De achterste bank verlaten, ook als alle buren in de loop der jaren zijn afgevallen, is een grote stap. Sommigen zaten er al als kind.