Voorvechter van postmodernisme

Michael Graves (1934-2015)

Architect

Begonnen als extreme neomodernist werd Michael Graves in de jaren zeventig een postmodernist die de dwergen uit Sneeuwwitje als kariatiden gebruikte.

De verandering die het werk van de eind vorige week overleden Amerikaanse architect Michael Graves (1934-2015) halverwege de jaren zeventig doormaakte, had veel weg van een Saulus-Paulusbekering. In de jaren zestig begon de in Princeton, New Jersey woonachtige Graves als lid van The New York Five, een groep neomodernistische architecten waartoe ook Richard Meier, de ontwerper van het Haagse stadhuis, behoorde. Maar terwijl Meier trouw bleef aan het door het vroege werk van Le Corbusier geïnspireerde neomodernisme, ontwikkelde Graves zich na enkele hypercomplexe villa’s in de VS in korte tijd tot een bekende postmodernist.

Zijn Portland Building, een met veel grote ornamenten in pasteltinten versierde doos voor ambtenaren van Portland uit 1982, wordt nu beschouwd als een van de gebouwen die het postmodernisme op de kaart zetten.

Aan het postmodernisme bleef Graves wel trouw. Sterker nog, alsof hij de critici die hem populisme verweten wilde jennen, gaf hij het nieuwe hoofdkwartier van Disney in het Californische Burbank een groteske wending. Het meest beeldbepalende bouwdeel hiervan is gebaseerd op de barrière de la Villette, een van de tolhuizen in Parijs van de Franse neoclassicist Claude-Nicolas Ledoux uit 1775. Maar in plaats van pilasters zijn het reuzenbeelden van de dwergen uit Sneeuwwitje die het timpaan van dit kantoorgebouw ondersteunen.

Behalve gebouwen ontwierp Graves ook meubels en gebruiksvoorwerpen. Hiervan is de fluitketel uit 1985 met een vogeltje als fluit, die hij voor Alessi ontwierp, de bekendste.

In Nederland, het land waar het postmodernisme in de jaren tachtig goeddeels aan voorbijging, baarde Graves opzien met zijn verbouwing van het Transitorium bij het Centraal Station in Den Haag. Deze modernistische kantoorkolos uit 1967 gaf hij in 1998 twee gigantische puntdaken en rood bakstenen gevels met verticale ramen, die zelf waren geïnspireerd door de oude grachtenhuizen in Nederlandse steden. Castalia, zoals het verbouwde kantoor nu officieel heet, staat in Den Haag bekend als ‘de tieten’.

Sinds Graves zich omstreeks 1975 bekeerde tot het postmodernisme, is het al verschillende keren doodverklaard. Maar ook nadat hij in 2003 door een infectie van het ruggenmerg vanaf zijn middel verlamd was geraakt, bleef hij stug doorwerken aan een groot, over de hele wereld verspreid oeuvre in zijn persoonlijke stijl, die wordt gekenmerkt door zware, ‘classicistische’ volumes. Ook in Nederland liet hij zien dat het postmodernisme in het begin van de 21ste eeuw nog altijd springlevend is. In Den Haag bouwde hij het in 2010 voltooide Louwman Museum waar de historische auto’s staan opgesteld in een lange zaal met een bakstenen tongewelf die aan kerk doet denken. Ook ontwierp Graves Holterveste uit 2004, een van de negen woonkastelen in de Bossche vinexwijk Haverleij.