Spaanse exclave is epicentrum voor jihad

Jonge Spaanse moslims leven in Ceuta tussen twee werelden in. Ronselaars spelen er handig op in en bieden met de Islamitische Staat een alternatief.

De volkswijk El Príncipe in Ceuta, pal op de grens met Marokko. „Banen zijn hier vrijwel niet. Een ziekenhuis, een gevangenis en een begraafplaats. Dat zijn de keuzes die mensen hier hebben.” Foto’s Alfredo Caliz/Hollandse Hoogte

Eens in de zoveel tijd duikt hij op, steeds onder een nieuwe naam. Als Mohamed Hamdouch is hij in 2014 wereldnieuws met een foto waarop hij poseert met afgehakte hoofden van tegenstanders. Als Kokito Yuu kondigde hij vorige maand aanslagen aan in zijn geboorteland Marokko. En in zijn voormalige woonplaats blijft de jihadist gewoon ‘Kokito uit Fnideq’.

Voordat hij naar Syrië vertrok, handelde Kokito op de markt van Fnideq in kleren, sleutelde wat aan auto’s, en was ook geregeld te vinden in de Spaanse exclave Ceuta, op nog geen vijf minuten rijden. Net als bij die andere Spaanse exclave, Melilla, lopen Noord-Afrika en de rand van de Europese Unie hier in elkaar over.

Jonge Spaanse moslims groeien er op tussen twee werelden in. Ze voelen zich vaak Spaans noch Marokkaans. De jihadisten spelen graag in op deze zoektocht naar identiteit en zien het gebied als een kraamkamer voor de Islamitische Staat (IS).

Vorige maand zijn in Melilla nog twee ronselaars gearresteerd. Van daaruit werkte ook de man die Kokito overhaalde voor de jihad te kiezen: Mustafá Maya Amaya, die in zijn rolstoel vanachter een computer mensen radicaliseerde. De afgelopen jaren zijn tientallen ronselaars in en rond de twee Spaanse exclaves gearresteerd. Hun doelgroep was doorgaans de grote groep Spaanse moslims in de beruchte volkswijk El Príncipe Alfonso, in Ceuta. In het labyrint van straatjes is de jeugdwerkloosheid het hoogste van Spanje. Drugsbendes strijden om de macht. De politie staat vaak machteloos.

„Banen zijn hier vrijwel niet”, vertelt Kamal Mohamed, voorzitter van de buurtvereniging. „Jongeren maken vaak hun school niet af. Ze spreken dariya, een mix van Arabisch en Spaans en zijn daardoor gemarginaliseerd. Onze vaders hebben in het Spaanse leger gediend, maar wij worden als tweederangs burgers behandeld. Net buiten deze wijk vind je een ziekenhuis, een gevangenis en een begraafplaats. Dat geeft precies aan welke keuzes de mensen hier hebben.”

Kokito, nu 28 jaar, heeft hier bij velen een luisterend oor gevonden. Hij is al in 2013 naar Syrië vertrokken, maar heeft ook zijn bruid uit Ceuta gehaald: de Spaanse Asia Ahmed Mohamed, wier broer als strijder in Syrië was omgekomen. Nadat ze op afstand waren getrouwd, is ook Asia naar Syrië vertrokken. Een Spaanse onderzoeker die de gangen van Kokito volgt, heeft vastgesteld dat hij zijn vrouw als huwelijkscadeau een bomgordel heeft gegeven. Ze is nu in verwachting.

Voor Aderrahaman Jaghloul is het jihadkoppel geen voorbeeld. Ook deze 21-jarige Spanjaard gaat vaak van Fnideq naar Ceuta, maar met een totaal andere instelling. Jaghloul serveert in een cafetaria in het centrum Spaanse vleesballetjes en schenkt Rioja. „Natuurlijk ken ik de verhalen van ronselaars. Maar daar blijf ik verre van. Het doden van mensen is nooit goed te praten. Ik ben geboren als Spanjaard en woonde tot mijn vijfde in Ceuta. Vlakbij El Príncipe. Er was altijd ellende. Veel schietpartijen. Mijn vader kon geen werk vinden. Toen besloten mijn ouders naar Fnideq te verhuizen. Marokko is mijn thuis, Spanje het land waar ik werk. Met Syrië heb ik niets. Anderen die totaal niets te verliezen hebben denken daar misschien iets moois te vinden. Ze gaan slechts de dood tegemoet.”

Net als Kokito zijn meer dan 2.000 Marokkanen naar Syrië gegaan. Volgens het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken hebben ruim 70 Spanjaarden zich aangesloten bij IS; zeker 12 van hen komen uit Ceuta. Ook de eerste Spanjaard die als jihadstrijder in Syrië stierf, komt uit Ceuta: Rachid Wahbi, voormalig taxichauffeur, die in 2012 met een zelfmoordaanslag naar verluidt 130 anderen mee de dood in nam.

Een jaar geleden sloegen de Spaanse en Marokkaanse autoriteiten bij de terrorismebestrijding de handen ineen. Beide landen hebben geleden onder terreuraanslagen door fundamentalisten. Bij zelfmoordaanslagen in Casablanca vielen in 2003 55 doden. Een jaar later werd Madrid opgeschrikt door bomaanslagen op treinen waarbij 191 mensen om kwamen. Vorig jaar leidde de samenwerking tot het oprollen van vijf actieve jihadistische cellen in Ceuta en Melilla. Ook de Spaanse ronselaar Maya Amaya werd ontmaskerd.

Volgens terrorisme-expert Fernando Reinares moet Spanje het jihadisme zeer serieus nemen, ook al om te voorkomen dat het zich uitbreidt onder nieuwe generaties Spanjaarden van Marokkaanse komaf. Vrijdag werden bij een grootscheepse actie in meerdere Spaanse steden zes mannen en twee vrouwen aangehouden op verdenking van jihadisme. „In tegenstelling tot veel andere Europese landen kent Spanje niet veel Marokkanen van de tweede of derde generatie”, zegt Reinares. „Maar in Ceuta wonen die wel. Je zou de exclave het epicentrum van het jihadisme in Spanje kunnen noemen. Jongeren identificeren zich vaak niet met het land van hun ouders. Marokko is voor hen een exotisch vakantieland, maar ze voelen zich er niet thuis. Spanjaard voelen ze zich ook niet. IS kan opeens een alternatief worden. Een nieuw land waar ze welkom worden geheten. Een moslimstaat die van alles biedt. Niet alleen bescherming, maar ook een goede opleiding.”

Vanaf de heuvels van El Príncipe zie je Marokko: links het strand van Tarajal, waar vorig jaar zeker veertien vluchtelingen verdronken, en vlak ernaast de zwaar bewaakte grensovergang die als een muur tussen de EU en Afrika is opgetrokken. De grenshandel is de voornaamste bron van inkomsten voor de kleine negenduizend inwoners van de wijk. Deze handel is er in alle soorten en maten. Van de onschuldige verkoop van douanepapiertjes en handel in valse paspoorten voor Syriërs tot grootschalige hasjtransporten.

„Voor velen is de verleiding groot van het rechte pad te raken”, zegt buurtvoorzitter Mohamed. „De kortste weg naar het grote geld ligt hier vlakbij. Voor anderen is jihadisme een mogelijke uitweg. Zeker voor jongeren met een identiteitsprobleem.”

In januari pakte de politie in Ceuta twee paar broers op die op het punt zouden hebben gestaan een aanslag te plegen op Spaans grondgebied. Begin deze maand werden nog twee mannen van dezelfde groep gearresteerd. De ontmantelde terreurcel zou lijken op die van de aanslag op het Franse blad Charlie Hebdo. De politie was de groep op het spoor gekomen toen een van hen een filmpje op Facebook plaatste met militaire trainingen waarin opgeroepen werd tot een heilige oorlog.

Spanje heeft zich in het verleden vooral gericht op terreur door de Baskische afscheidingsbeweging ETA. De wetgeving om terrorisme te kunnen bestrijden wordt aangepast en de opsporingsbevoegdheden van de politie vergroot. Spanje wil zo ook beter optreden tegen de financiering van het jihadisme, die via een netwerk van kleine winkeltjes plaats zou vinden. Jihadisten die anderen doden kunnen levenslange celstraffen tegemoetzien.

Kokito, de jihadist uit Fnideq die in Ceuta probeerde zieltjes te winnen voor de jihad, heeft in zijn jongste boodschap aangekondigd dat hij wil terugkeren. Hij wil aanvallen in de Marokkaanse hoofdstad Rabat om er het kalifaat te stichten. En hij wil ook Spanje – „het land van onze grootouders” – „heroveren”. Het zet hem in Spanje en Marokko nog vaster bovenaan de lijst van meest gezochte personen.