Niemand zo zichtbaar als Ger Koopmans

Komt het CDA in Limburg de klap te boven die de PVV vier jaar terug uitdeelde? Op campagne met gedeputeerde Ger Koopmans. Hij wil blijven besturen, zonder PVV. „Dat was enkel ruzie, rommel en gerotzooi.”

CDA-gedeputeerde Ger Koopmans voert campagne in het winkelcentrum van Stein. Foto Chris Keulen

Het winkelcentrum van Stein, dat in 2009 tot de grond toe afbrandde, is nog steeds niet herbouwd. De bakker, de slager, de bloemenzaak, de supermarkt en de dierenwinkel van het krimpende Limburgse dorp bivakkeren in tijdelijke constructies, aan een doodlopende, grauwe steeg met een tentdoek erboven. Op zaterdagochtend staan bij de ingang zes man met groene gebreide CDA-sjaals te flyeren voor een groot spandoek waar de kleinste van de mannen op staat afgebeeld: stem 18 maart op Ger Koopmans.

Lachen, handen schudden, een praatje maken, afgewezen worden, en opnieuw beginnen. Koopmans lijkt het met plezier te doen. Zoals hij – wanneer je een paar dagen met hem optrekt in Limburg – overal lol aan lijkt te beleven: of het nu als lijsttrekker tussen partijgenoten is, of wanneer hij als gedeputeerde vrije doorgang voor carnavalswagens op de provinciale weg probeert te organiseren.

„Maar eigenlijk vind ik dit helemaal niet leuk”, bekent hij in Stein. „Als ik zelf op straat loop, houd ik er ook niet van als mensen me van alles in de handen duwen.”

Campagnevoeren, hij doet het sinds 1986. Toen rolde hij als 24-jarige melkveehouder in Noord-Limburg de lokale politiek in. Het was de tijd dat het CDA 54 Tweede Kamerzetels behaalde en bijna de helft van de Statenleden in Limburg leverde. Daarvan zijn er vandaag in Den Haag nog dertien over, en in Limburg tien (van de 47 Statenzetels). Ger Koopmans is terug op de oude boerderij in Velden, waar hij voor zijn bejaarde moeder zorgt.

Bij de laatste landelijke verkiezingen mocht Koopmans na tien jaar als Kamerlid, tegen zijn zin, niet meer op de lijst. Hij was even consultant, burgemeester – en toen vertrok er in zijn Limburg een gedeputeerde. Het voelde als „mijn beurt”, zegt Koopmans. Voor een plek als bestuurder had hij „altijd plaats moeten maken – terecht – voor Camiel, of voor Maria”. Prominentere Limburgers Camiel Eurlings en Maria van der Hoeven die wél minister werden. CDA’ers met een enorm gevolg in Limburg.

Tot de vorige provinciale verkiezingen bleef het CDA ook in slechte tijden sterk in het katholieke zuiden. Maar vier jaar geleden verscheen daar opeens de PVV, van Geert Wilders uit Venlo, die in Limburg in één klap de grootste partij werd. Het CDA halveerde bijna. Het verlies van Limburg werd symbool voor de malaise van de partij. Nu is de provincie meer een battleground dan een bakermat.

Elke dag bij een opening

Het is een spannende strijd, want volgens verschillende peilingen gaan PVV en CDA hier nek aan nek. De provinciale afdeling van het CDA zet zwaar in. Er is een ton aan campagnegeld beschikbaar, grotendeels betaald door de kandidaten. Uit elke gemeente staat wel iemand op de lijst. „Als die ieder zelf honderd stemmen halen, hebben we toch weer een zetel extra”, rekent Koopmans. Zijn gezicht prijkt op posters langs de weg en op de flyers die hij in Stein en elders uitdeelt. Hij heeft de mazzel dat hij als gedeputeerde voor sport en cultuur elke dag wel bij een opening of een ander evenement aanwezig is. Geen politicus in Limburg is zo zichtbaar als Ger Koopmans, blijkt uit een onderzoekje dat hij zelf heeft laten doen. „Mensen zien je als provinciaal bestuurder liever komen dan als Kamerlid, want wij hebben centen te verdelen”, zegt Koopmans met een grijns.

De vraag is of al die zichtbaarheid genoeg is. Is het CDA met ouderwetse middelen opgewassen tegen een onzichtbare vijand? Geert Wilders verscheen afgelopen zaterdag met Michael Heemels, lijsttrekker in Limburg en PVV-woordvoerder in Den Haag, in Roermond. Maar verder staan nergens PVV’ers te flyeren, er hangen nauwelijks posters van de kandidaten en ze komen niet opdagen bij debatten.

De realiteit is dat het CDA zich met al zijn campagneactiviteiten ook in de voet kan schieten. Het is immers een wetmatigheid dat PVV-kiezers eerder geneigd zijn om thuis te blijven, terwijl trouwe CDA’ers altijd stemmen. Alle landelijke aandacht voor het belang van de Eerste Kamer heeft ook zijn nadelen.

De aandacht voor Limburg van de landelijke kopstukken is beperkt. Partijleider Sybrand van Haersma Buma bracht deze campagne één kort bezoek, aan Sittard. Volgens hem overigens niet omdat Limburg relatief weinig senaatszetels oplevert, maar omdat Koopmans het heel goed alleen af kan. Andersom wordt de toegevoegde waarde van de Friese burgemeesterszoon hier niet hoog ingeschat.

Buma is sowieso minder in het land dan bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, de focus in Den Haag ligt op de tv-debatten: met andere landelijke politici die morgen niet verkiesbaar zijn in discussie over onderwerpen waar de provincie niet over gaat.

De provinciale verkiezingen zijn best belangrijk, maar ze staan vooral in dienst van de macht in de senaat en de wederopstanding van de partij. Als het CDA bij deze getrapte verkiezingen de grootste wordt in de Eerste Kamer, is het „heel goed mogelijk” dat Buma de volgende premier wordt, zo zei hij vorige week in het debat bij Pauw.

Het CDA rekent landelijk op winst, mede omdat Koopmans en twee andere ex-Kamerleden – Eddy van Hijum in Overijssel en Sander de Rouwe in Friesland – zijn teruggekeerd naar hun provincie, niet alleen als lijsttrekker, maar om gedeputeerde te worden.

Blijven besturen is de logische ambitie in Limburg. Liefst in de huidige coalitie met VVD en PvdA, zegt Koopmans. Dat betekent dat hij hier niet keihard kan ageren tegen de partijen die het CDA landelijk zo naar het leven staat. „We zijn hier een beetje liever voor elkaar.”

Koopmans heeft vorig jaar al uitgesloten dat het CDA met de PVV in zee gaat, ongeacht de uitslag. „Ik heb dat één keer gedaan: het was enkel ruzie, rommel en gerotzooi”, zegt hij. Koopmans zat in de Tweede Kamer toen Wilders het kabinet-Rutte I liet vallen; een constructie waar het CDA bijna aan onderdoor ging. Toen in het Catshuis nog onderhandeld werd, viel in Limburg al binnen een jaar de coalitie met PVV en CDA. Het CDA kon een nieuwe coalitie vormen, van de tien PVV-Statenleden stapten er vijf vroegtijdig op; drie namen hun zetel mee. Ex-PVV-gedeputeerde Theo Krebber liep zelfs over naar het CDA.

Het belangrijkste wapen tegen de PVV is hameren op haar onbetrouwbaarheid. „Wil je banen of bonje”, is de slogan die Limburgs Tweede Kamerlid Martijn van Helvert gebruikt. Volgens Ger Koopmans biedt het CDA „rust, reinheid en regelmaat”. Hij wil – overigens net als premier Rutte – „geen experimenten”.

Thuiswedstrijd

Op de zonnige ochtend in Stein wordt niet duidelijk wat beter aanslaat. Ongeveer de helft van de voorbijgangers neemt Koopmans’ flyer aan. Dit is een thuiswedstrijd voor hem, want hij was er een half jaar interim-burgemeester. En het CDA wordt in ieder geval niet „gehaat zoals vier jaar geleden”, zegt een campagnemedewerker. „Toen durfden we bijna de straat niet op.”

Maar vooral jongere mannen lopen nors door, koptelefoon op, handen stijf in de zakken en niet bereid te praten over de verkiezingen of hun eigen stem. Vier jaar geleden stemde 27 procent er op de PVV. „De mensen hier hebben een geweldige dwarsheid ingebakken”, zegt Koopmans.

Hij relativeert de vraag of het CDA Limburg kan ‘terugwinnen’. „Wat wij hier in de Staten nu aan zetels hebben, zijn omgerekend 32 zetels in de Kamer. Zelfs als wij het minder goed doen, halen we nog steeds een percentage waar de partij landelijk van kan dromen.”