Met een coach op zoek naar wat extra hulp thuis

Utrecht gaat mensen helpen met problemen door minder huishoudelijke hulp. „Hadden we meer aandacht aan moeten besteden”, zegt de wethouder.

Foto Ton Toemen/HH

Wie in Utrecht woont en gekort is op de huishoudelijke hulp, kan binnenkort voor ondersteuning terecht bij de huishoudcoach. De coaches maken niet zelf schoon, maar helpen zoeken naar manieren om de bezuinigingen op te vangen.

Voor zo’n 5.000 Utrechters is de huishoudelijke hulp sinds dit jaar flink verminderd. De gemeente voerde een collectieve norm in die de huishoudelijke hulp terugbracht naar maximaal 78 uur per jaar per huishouden: anderhalf uur per week.

De afgelopen maanden kwamen over die invoering zo’n 800 bezwaarschriften bij de gemeente binnen van mensen die anderhalf uur te weinig vinden. Voor velen zijn de nieuwe regelingen te onduidelijk of te abrupt en onzorgvuldig ingevoerd.

Vorige week bepaalde de bestuursrechter dat Utrecht meer onderzoek moet doen naar de gekorte hulp van twee echtparen die een zaak hadden aangespannen. De NOS meldde gisteren dat er volgens advocaten landelijk nog tientallen rechtszaken aankomen.

Uitkomen met anderhalf uur hulp per week blijkt voor veel mensen toch moeilijker dan verwacht, zegt wethouder Margriet Jongerius (welzijn, zorg en Wmo, GroenLinks). „Daar hadden we met de invoering misschien meer tijd en aandacht aan moeten besteden.”

De aanbieders van hulp maken nu samen met de klanten nieuwe schoonmaakplannen, die uitgaan van anderhalf uur per week. Komen zij er niet uit, dan komt de coach erbij. De coaches moeten klanten helpen zoeken naar goede oplossingen om de vervallen uren op te vangen. Zo onderzoeken ze de mogelijkheden het sociaal netwerk of vrijwilligers in te zetten, of extra uren in te kopen.

Onderzoeken of mensen met minder hulp toe kunnen, had eigenlijk al in een eerder stadium moeten gebeuren: voor invoering van de maatregel. Dit onderzoek – de zogenoemde ‘keukentafelgesprekken’ – moest ook uitwijzen of mensen hun hulp op een andere manier kunnen realiseren. Bijvoorbeeld door hulp van hun omgeving of door extra uren in te kopen. Dat is in lang niet alle gevallen gebeurd.

Dat merkte ook de Utrechtse gehandicaptenorganisatie Solgu. Directeur Annelies de Jong: „Het onderzoek dat vooraf gedaan had moeten worden, is niet gedegen genoeg geweest. In veel gevallen was er geen sprake van een gesprek, maar van een mededeling. Mensen werden gebeld met de boodschap: u krijgt voortaan minder hulp.”

Rolf Smid van Ieder(in), een landelijke belangenorganisatie voor chronisch zieken en gehandicapten, is blij dat de gemeente klanten alsnog tegemoetkomt. Tegelijk betreurt hij het dat gemeenten de onvolkomenheden van de bezuinigingen pas achteraf repareren. „Als de procedures niet goed of onduidelijk blijken, zoals nu bij de keukentafelgesprekken, worden gemeenten teruggefloten. Dan moeten ze aanpassingen doen. Of opnieuw brieven sturen waarin alles nog eens uitgelegd wordt. Dat kost dan weer een hoop geld.”

Voor de inzet van de Utrechtse coaches is vijf ton beschikbaar gemaakt uit een ‘sociaal potje’, legt Jongerius uit. De gemeente had al geld opzij gelegd om de overgang in de zorg gemakkelijker te maken.

De wethouder vindt de inzet van de coaches noodzakelijk. „Het is onze taak de hulp te organiseren. We signaleren dat het niet goed gaat en dus willen we dat oplossen. En het is voorlopig voor een half jaar. Mocht het team langer nodig zijn, dan houden we het langer.”

In de andere drie grote steden zijn extra maatregelen om de bezuinigingen in goede banen te leiden nog niet nodig. In Amsterdam en Den Haag geldt 2015 nog als een overgangsjaar. Ouderen en gehandicapten in die steden behouden voorlopig hun hulp. Rotterdam begon twee jaar geleden al met het stapsgewijs doorvoeren van de bezuinigingen. „Doordat het geleidelijk ging, leverde het weinig problemen op”, zegt een woordvoerder.