Column

Toen ik uitgelachen was, miste ik Theo Bos nog meer

Ik sprak tekenaar Peter van Straaten die binnenkort tachtig wordt en die net als ik uit Arnhem komt. Hij vertelde me dat hij uit de vijver tegenover mijn oude middelbare school aan de Thomas a Kempislaan op veertienjarige leeftijd een klein kind had gered. Hij voegde eraan toe dat het hier geen heldendaad betrof, omdat er tegelijkertijd met hem meer in het water waren gesprongen. Wat hem het meest was bijgebleven was de reactie van de toegesnelde moeder die hij en ik typisch Arnhems vonden. Ze nam haar kind in ontvangst, hield het ondersteboven tot het al het slootwater had uitgebraakt en zei daarna: „Die doet het nog.”

Denkend aan Arnhem verzuchtte Peter: „Oo, die geweldige taal.”

Een zin die spontaan bij hem opkwam: „Kom hier, dan zal ik je een klap in de nek geven zodat je petroleum pist en een week nadruppelt.”

Daar dacht ik aan toen ik zaterdagochtend op Sportcentrum Papendal stond waar een borstbeeld voor ‘mister Vitesse’ Theo Bos werd onthuld die twee jaar geleden overleed. Arnhemser dan Arnhems, behept met een zwart gevoel voor humor dat soms niet werd begrepen, maar waar ik heel hard om moest lachen.

Zijn vriend en oud-collega Marc van Hintum vertelde dat Theo, toen hij hoofdcoach was, stickertjes voor de spelers had laten maken met de spreuk ‘Heb hert voor de club, want de club is ook hert voor jou’, waarbij het eerste ‘hert’ stond voor hart en de tweede voor ‘hard’.

Zijn vrouw Marieke onthulde het borstbeeld door een geel-zwart doek weg te trekken en zei: „Het beeld is heel mooi geworden, ik kan niet anders zeggen.”

Vooral het tweede gedeelte van de zin had Theo mooi gevonden, zoals hij ook zou hebben gelachen om het feit dat de tegenstander – PEC Zwolle in dit geval – twee weken geleden juist scoorde in de minuut waarin het publiek in stadion Gelredome hem massaal herdacht.

Na afloop van de festiviteiten sprak ik kort met Rob de Leede, de nieuwe, bijna drie meter hoge parttime persvoorlichter van Vitesse die niet uit Arnhem komt en die je dus niet kunt uitleggen wat Theo Bos van een dundoek met de tekst ‘evenement Theo Bos’ zou hebben gevonden. Hij zei over zijn werk: „Vitesse is als een prachtig oud schilderij, dat restaureer je ook niet in een middag. Dat moet met een penseeltje. Je moet er de tijd voor nemen om de beeldvorming rondom de club bij te stellen.”

Toen ik uitgelachen was, miste ik Theo Bos nog meer.