Column

Het wordt ons allemaal fataal, vergeet dat niet

Het leven is een kippenhokkentrappetje, zegt mijn vriendin. Ze zegt het in het Duits, want die neiging heeft ze.

Ze zegt het in antwoord op mijn mededeling dat ik weliswaar een deadline heb, maar dat ik vergeten ben wat mijn boodschap aan de wereld ook weer was. Volgens mij iets dieps over het leven, zeg ik. Het leven is een kippentrapje, vult ze oneerbiedig aan, je komt door alle shit niet ver. ‘Das Leben ist ’ne Hühnerleiter. Man kommt vor lauter Dreck nicht weiter.’ Ze heeft duidelijk geen hoge pet op van mijn boodschap aan de wereld.

We zijn weer in het ziekenhuis, mijn vriendin en ik. De afgelopen tijden heb ik geleerd het lichaam te zien als een maatschappij in het klein. In het hare zijn al jaren terreurcellen actief die sinds de zomer oprukken naar alle windrichtingen en aanslagen plegen op voorname knooppunten in de infrastructuur; ze blazen bruggen op, vernielen pijpleidingen, slaan hier en daar wat oude heiligdommen stuk en eigenlijk kun je wel zeggen dat ze alles kapot maken. Behalve cultuur en geloof.

Daar zitten we dus weer, in het ziekenhuis. Deze keer was de terreuraanslag ingrijpend en moest er een ambulance aan te pas komen. We schamen ons nergens meer voor, wij twee. We laten om de haverklap ambulances en brandweerauto’s aanrukken, branden blussen, ruïnes heropbouwen, bruggen en pijpleidingen herstellen. Wat kost dat wel niet? Als Europa aan tekorten ten onder gaat is het onze schuld, en zelfs dat doet ons geen toontje lager zingen. Nee hoor, ik ben zelfs zo brutaal dat ik nog een boodschap aan de wereld denk te hebben. Al ben ik nu dus even vergeten welke.

Ik zit aan het ziekenhuisbed en denk na. Ze zeggen wel eens dat je pas weet wat ertoe doet wanneer je wordt geconfronteerd met de ernst van het leven. Mocht ik ooit kans hebben echt iets zinnigs te zeggen, dan is het nu, realiseer ik me, en ik laat voor mijn geestesoog alle instituties voorbij trekken die ik middels mijn boodschap zou kunnen redden. De rechtsstaat, de integriteit van het bestuur, de zuster- en broederschap van mensen onderling. Zelfs de datief komt voorbij.

Zojuist vertelde iemand me immers tevreden dat ‘hij’ niets mankeerde, waar hij bedoelde dat ‘hem’ niets mankeerde. Moet ik niet iets ondernemen tegen dit jammerlijke verdwijnen van de derde naamval? Maar nee, in mijn gevoelige stemming van het moment bedenk ik al gauw dat taalverloedering een mooi ding is. En bovendien moet je ook deze kwestie in Europees verband zien. Bij de Duitsers wint de derde naamval juist terrein, ten koste van de tweede. ‘Der Dativ ist dem Genitiv sein Tod’, zou mijn vriendin vast hebben gezegd, als ze niet net in slaap was gevallen.

In de tas die ik in allerijl heb ingepakt zit een tandenborstel. En een boek. ‘De kat’ van Takashi Hiraide. Ik blader er wat in. De mensen zijn niet erg gezond in dit boek. De Japanse keizer hoest bloed op, wat zorgt voor een nationaal gevoel van ingetogenheid. De huisbaas gaat dood. Een dichter heeft volgens een dokter nog twee weken. ‘Het wordt ons allemaal fataal’, zegt de verteller. ‘Vergeet dat niet.’

Dan stuit ik in het boek van Takashi Hiraide op een passage over Machiavelli, politiek ideoloog en strateeg, die iets over het noodlot heeft gezegd. Het mensenleven wordt voor iets meer dan de helft beheerst door fortuna, heeft hij geschreven. Het andere deel van het leven is overgeleverd aan de virtù, ‘het menselijk vermogen om zich daartegen te verzetten’. Aan de ene kant de toestand in de wereld, aan de andere kant de manier waarop je die tegemoet treedt.

Het is iets dieps over het leven, en het kan me niet schelen dat het van Machiavelli is, ik kan het goed gebruiken hier aan het ziekenhuisbed. Het wordt ons allemaal fataal, vergeet dat niet. Als je een boodschap zoekt om voor die tijd nog iets te redden, de rechtsstaat bijvoorbeeld of de integriteit van het bestuur, is dit begrippenpaar van fortuna en virtù zo nuttig als ieder ander. Nuttiger zelfs. Dat het van Machiavelli stamt, geeft er zelfs de nodige strategische dreiging aan.

Meer dan de helft van het leven wordt beheerst door het lot. Alleen wie beschikt over virtù di necessità, heeft Machiavelli gezegd, alleen wie beschikt over deugd in geval van nood, kan aan het lot weerstand bieden. Er valt in de wereld niets te redden als je niet zelf beschikt over heldhaftigheid, pit, moed, gedrevenheid.

Buiten is het voor de tweede keer ochtend en avond geworden wanneer de artsen komen vertellen dat de toestand in de wereld voorlopig weer onder controle is. Ik noteer als boodschap, op zijn minst aan onszelf, dat we nu als de donder moeten gaan oefenen in virtù di necessità. Want het kwaad in de wereld kan alles kapot maken, behalve de manier waarop je reageert.