Het vervolg op de Chinese Droom

Elke Chinese leider komt met een politiek vergezicht. President Xi Jinping komt nu al met zijn tweede. De nieuwe vooruitblik is wat vaag, maar gaat dan ook over alles.

Souvenir met de beeltenis van president Xi Jinping en enkele van Mao Zedong op de achtergrond in een winkel in Beijing. Foto Adam Dean/The New York Times

Voor liefhebbers van handig genummerde politieke slogans en politieke theorieën over het utopisch marxisme is China een walhalla. Het is een ijzeren wet dat de hoogste leider, vroeg of laat, een allesomvattende, historisch verantwoorde en verstrekkende visie presenteert om zijn beleid te verkopen en te legitimeren. Nog maar aan het begin van zijn tienjarige ambtstermijn heeft Xi Jinping – partijleider, voorzitter van de Militaire Commissie én president – alweer zijn tweede, „op diep denken” gebaseerde strategie ontvouwd.

Eerst was er de prettig klinkende ‘Chinese Droom’, die overigens weinig overeenkomsten heeft met de Amerikaanse versie, en nu is er de theorie van de ‘Vier Allesomvattende Principes’. In december begon Xi daarover op het platteland speeches te houden. Eind februari openden de staatsmedia een reusachtig mediaoffensief en vorige week heeft ‘Voorzitter Xi’ aan de 3.000 volksvertegenwoordigers in de Grote Hal van het Volk uitleg gegeven over zijn ‘Vier Allesomvattende Principes’ en ‘de weg voorwaarts’.

De briljante denkbeelden van Xi

Voor de kameraden uit de provincie was het een bijna magisch moment dat diepe indruk op hen maakte, toen Xi – zoals altijd goedmoedig lachend en voor de verandering dasloos – langs de delegaties ging om zijn volgens het Volksdagblad „briljante denkbeelden” te bespreken. In Xi’s eigen woorden gaat het om een strategie om „de Chinese Droom te realiseren en de grote wedergeboorte van het Chinese Volk” te bevorderen. Dat is nog eens andere koek dan een zakelijke Nederlandse troonrede. Menig volksvertegenwoordiger ging afgelopen weekend dan ook diep geroerd naar huis, met het vaste voornemen de ‘Vier Allesomvattende Principes’ grondig te bestuderen.

In klassiek Chinees klinkt Xi’s ‘strategische visie’ vloeiender en eleganter dan in het Nederlands of het Engels. Het komt erop neer dat onder zijn leiding in China „op allesomvattende wijze een gematigd welvarende natie opgebouwd wordt; op allesomvattende wijze de hervormingen worden doorgezet; op allesomvattende wijze de rechtsstaat wordt uitgebouwd; en op allesomvattende wijze de partij wordt versterkt en gedisciplineerd”. Samengevat zijn dat de ‘Vier Allesomvattende Principes’, die nu de hoogste politieke wijsheid vormen en de komende jaren altijd zullen terugkeren in zijn redevoeringen.

Van alle ophef ontdaan zouden de slogans vertaald kunnen worden als Xi’s vier hoofdprioriteiten tot 2022, het jaar dat hij aftreedt. Hoofdprioriteiten die heel algemeen zijn geformuleerd en weinig concrete details bevatten. Xi wil, vrij vertaald, net als zijn voorgangers China economisch en politiek welvarend en machtig maken en de machtspositie van de partij in een veranderende wereld zeker stellen. Dat suggereert ‘business as usual’, maar zo gewoon is het niet.

Want hoewel sinds het verscheiden van de Grote Roerganger Mao Zedong er officieel niet meer aan persoonsverheerlijking gedaan mag worden, wordt er rondom de hoogste partijleider een aura van onaantastbaarheid en onoverwinnelijkheid gecreëerd. En bij Xi is dat opvallend veel meer dan bij zijn onmiddellijke voorganger Hu Jintao, de stijve, saaie leider die de geschiedenisboeken ingaat als de man van de ‘Wetenschappelijke Kijk op Ontwikkeling’ en ‘De Acht Eerbaarheden en de Acht Schaamtes’.

En een exactere betekenis?

Hooggeleerde politieke wetenschappers van de partijscholen putten zich uit in lof voor Xi’s vermogen tot nieuwe politieke theorievorming. De partijpers produceert de ene na de andere gelikte multimediabijlage en de hoofdcommentator van het Volksdagblad schrijft bijna elke dag een commentaar van 2.000 woorden over de „met elkaar verbonden systemen die achter ieder van de Vier Allesomvattende Principes schuilgaan”.

Wie op zoek gaat naar een exactere, praktische betekenis, bijvoorbeeld als het gaat om de hervormingen van de economie en het justitiële apparaat, raakt verdwaald in een doolhof van cryptisch partij-jargon. De vaagheid van de slogans biedt volgens politiek commentator Zhang Ming van de Renmin University de leiders voldoende ruimte om pragmatisch te opereren en te reageren op veranderende omstandigheden. „Het zijn in feite bekende ideeën in een nieuwe verpakking”, zegt Zhang.

Opvallend vindt hij wel dat Xi Jinping en de partijpers veelvuldig verwijzen naar Deng Xiaoping, de leider die in de jaren tachtig en negentig het roer omgooide en de markthervormingen in gang zette. Over Mao (‘Vernietig de Vier Ouden’ en ‘Laat Honderd Bloemen Bloeien’) of Jiang Zemin (‘De Drie Representatieven’) spreekt hij nauwelijks.

Ook Deng Xiaoping bediende zich vanzelfsprekend van slogans, misschien wel de meest concrete van allemaal. Hij begon na Mao’s dood met de ‘Vier Moderniseringen’, om die later te veranderen in de ‘Vier Kardinale Principes’. Leg Xi’s ‘Vier Allesomvattende Principes’ ernaast en de overeenkomsten vallen meteen op: doorgaan met economische hervormingen met behoud van de suprematie van de partij, kortom: ‘marxisme met Chinese kenmerken’.