Going postal

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De vele sneeuwstormen van de afgelopen maanden legden het leven volledig lam. Kinderen thuis van school, de vliegvelden potdicht, alle straten gesloten. Geen kip op de weg. Behalve Jim de postbode. Door het besneeuwde landschap kwam hij elke dag mijn oprit oprijden in zijn gammele witte wagentje, waarop naast de nationale adelaar over de hele lengte een rood-wit-blauw lint geschilderd is. Zelfs op die ene donderdag waarop voor de gehele Oostkust de noodtoestand werd uitgeroepen en iedereen streng werd verzocht onder geen beding zijn huis te verlaten, schuifelde Jim door de lege stad.

Soms was het wagentje nauwelijks te zien tot het vanuit de dichte mist ineens voor mijn neus opdook en Jim, gekleed in muts, laarzen en blauwe parka, eruit stapte en aanbelde. Naast hem zijn hond, Cliff, eveneens in een jasje. Jim weet hoe hij de honden in zijn wijk van zijn broekspijpen moet afhouden. Elke dag gooit hij een hondensnoepje door de brievenbus.

Jim belichaamt het credo van Herodotus: noch sneeuw, noch regen, noch hitte, noch de duisternis van de nacht zal de koeriers afhouden van de snelle afhandeling van de hun toekende routes. Deze tekst staat in monumentale letters geschreven op het James A. Farley Post Office in New York, op de hoek van de 33rd Street en 8th Avenue, dat de perfecte postcode 10001 heeft. Herodotus beschreef met deze bewonderende woorden in zijn Historiën de koeriers in het Perzische rijk anno 500 voor Christus.

De officiële missie van de Amerikaanse postdienst luidt: het land bijeenhouden door persoonlijke, onderwijskundige, literaire en zakelijke correspondentie tussen mensen. Om snelle en betrouwbare en efficiënte service te verlenen, overal en aan iedereen. Misschien is daar dat geschilderde lintje op het wagentje voor bedoeld: om de boel een beetje bij elkaar te houden.

Niettemin heeft de U.S. Mail een slechte reputatie en de bijnaam „U.S. snail” – de slak. Dat heeft alles te maken met de postsorteerders die van alles weten kwijt te raken. Going postal is een uitdrukking die refereert naar de regelmatige uitbarstingen van geweld op de postkantoren. Sinds 1986 zijn er al 40 doden gevallen.

Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Zelf heb ik laatst uren vruchteloos staan wachten op een doos boeken uit Nederland. Met een hand vol codes, nummertjes en bewijzen lukte het me toch niet het pakket te bemachtigen, ook al zag ik de doos in het schap voor me staan lonken. Gelukkig was ik niet gewapend die dag.

Jim daarentegen, een zestiger met een baardje die in zijn vrije tijd jazzgitaar speelt op feesten en partijen, is de rust zelve. Onlangs belde hij aan. Of hij even binnen mocht komen.

„Waar is Cliff?”, vroeg ik, terwijl mijn hond hem uitbundig begroette.

De tranen stonden in zijn ogen. Cliff was niet meer. Na 16 jaar trouwe dienst was hij nu vredig ingeslapen. Daar zat hij dan, de stoere postbode, hevig te snotteren, terwijl mijn hond hem onbeschaamd besnuffelde op zoek naar de bron van alle hondenbrokjes. Ik beloofde hem spontaan een nieuwe hond, maar dat wees hij resoluut af. Hoe zou hij ooit nog van een andere hond kunnen houden? Nooit, nooit meer. Cliff was onvervangbaar.

Gisteren meldde zich voorzichtig de lente. Een pril zonnetje deed de laatste restjes sneeuw met het uur wegsmelten. Door de kabbelende stroompjes smeltwater kwam Jim aanrijden, de deur van zijn witte autootje wijd open. En wat zat er naast hem, met een veel te groot jasje aan?

Jawel, een puppy.