‘Feyenoord-top moet vertrekken’

Voormalige voorzitter vindt dat het Kuipdossier onnodig lang voortsleept.

Jorien van den Herik

Na tien jaar met vele plannen, blinkende brochures en honderden vergaderingen is het genoeg geweest. Geen zichtbaar resultaat, dus opstappen. De directe betrokkenen rond het slepende Kuipdossier moeten vertrekken. Dat zegt Jorien van den Herik (71), de roemruchte voormalige voorzitter van Feyenoord.

Vorige week volgde de zoveelste tegenvaller in de Kuipsoap: het renovatieplan van bouwbedrijf BAM gaat niet door na maandenlang overleg. Feyenoord is terug bij af, alles ligt weer open: renovatie of volledige nieuwbouw. Maar in een goede afloop onder de huidige beleidsbepalers heeft Van den Herik geen vertrouwen.

„Ik ben een supporter die teleurgesteld vaststelt dat men niet uitblinkt in koersduidelijkheid”, schrijft hij in een e-mail in reactie op vragen. „Ik lees alleen de trieste verwachting dat de aansluiting met Ajax en PSV nog jaren zal duren. Afgewisseld met af en toe zo’n onverstandig tsjakka-kreetje dat bij de bouw van een stadion de spelerssalarissen verdubbeld gaan worden, zonder enige cijfermatige onderbouwing.” Het huidige spelersbudget bedraagt zo’n twaalf miljoen euro, Feyenoord wil richting de 25 miljoen.

Worsteling

De afgelopen dagen klinkt in Rotterdam steeds meer kritiek op de clubleiding. Van den Herik is de eerste prominente Feyenoorder die zich openlijk uitspreekt over de positie van de betrokkenen rond het Kuipdossier. Niet alleen de directie van de profclub Feyenoord en het stadion moeten vertrekken, ook de raden van commissarissen. Dit „gezien het feit dat juist ook zij zich nadrukkelijk bij dit besluit manifesteren.” René van Ierschot, president-commissaris van het stadion, zei onlangs dat de betrokkenen zich beraden op hun eigen positie.

Van den Herik kijkt vanaf de zijlijn toe hoe zijn club worstelt met de toekomst van de 78 jaar oude Kuip. Contact met Feyenoord heeft hij niet meer. Maar als Van den Herik spreekt, wordt er in Rotterdam-Zuid geluisterd. De oud-voorzitter is voorstander van nieuwbouw, schrijft hij. „Maar dan moet het wel een landmark worden zoals bijvoorbeeld het Opera House in Sydney. Ik vind ook dat de stad Rotterdam – dat zich terecht profileert als een van de grootste havens in de wereld en als grootste van Europa – een dergelijk stadion zou moeten realiseren.”

Mocht dit financieel niet haalbaar zijn voor de gemeente, voer dan een ingrijpende renovatie door, zegt hij. „Een vernieuwbouw met behoud van alles wat de Kuip zo bijzonder maakt. Maar wat je ook doet, de hamvraag blijft: wordt de club er financieel beter van? Die kansen schat ik met de huidige rentestanden hoger in dan een paar jaar geleden.”

Als voorzitter was hij midden jaren negentig zelf betrokken bij een grote verbouwing van de Kuip, die minder complex was dan nu. Ruim een jaar voorbereiding en acht intensieve bouwmaanden, dat was destijds genoeg om de Kuip te renoveren. De opknapbeurt verliep geslaagd, vertelt hij. Wel waren er problemen met de overkapping: door bezuinigingen werd de kap van het stadion ingekort met zeven meter, waardoor veel fans bij neerslag niet droog konden zitten.

Van den Herik vindt dat de gemeente Rotterdam meer de leiding moet nemen als er een nieuw stadion komt dat onderdeel uitmaakt van een plan voor het gebied rondom de Kuip. „De binnenkomst van Rotterdam – vanuit het zuiden via de A16 – is onze stad onwaardig. Bij totale gebiedsontwikkeling kan het niet anders dan dat dit wordt verwezenlijkt door een consortium waarbij ook de gemeente een belangrijke partner is.”

Feyenoord zit muurvast in het Kuipdossier, er is veel interne verdeeldheid. Het aantal betrokkenen is enorm, er zijn bij Feyenoord acht partijen die zich bemoeien met het proces, alle met hun eigen belangen. In totaal gaat het om een groep van zo’n 35 mensen. „Van enige Feyenoord Family Governance is dan ook geen sprake”, zegt Van den Herik.

Belangenconflict

Tien jaar houdt de toekomst van de Kuip de club bezig, maar ondertussen is er nog geen steen gemetseld. Van den Herik, voorzitter van 1992 tot en met 2006: „De familiestructuur staat per definitie borg voor een belangen- en machtsconflict. Dat is nog nooit anders geweest en remt alle vooruitgang.” Hij pleit voor duidelijke zakelijke afspraken tussen alle partijen binnen Feyenoord. Maar dat is een utopie, weet hij. „Die zullen er niet komen, of de gemeente Rotterdam moet dat als voorwaarde stellen bij een financiering.”

Van den Herik is voorstander van een krachtigere bestuursstijl bij de club. „Ik weet dat ik in 1991 niet de handen op elkaar kreeg voor mijn opmerking dat ik voor een ‘autoritaire democratie’ ben. Maar ik blijf vinden dat, na iedereen te hebben gehoord, een beslissing moet worden genomen. Blijven vergaderen is voor talentlozen.”