Eerst was ik bang dat niemand iets zou geven

De komende weken interviewt nrc.next zeven weldoeners. Judith Manshanden belichaamt het voeden van de hongerigen. In haar restaurant bepalen bezoekers zelf wat ze betalen. Wie geen geld heeft voor een maaltijd, kan vrijwilligerswerk doen.

Foto Lars van den Brink

Wat zou er gebeuren als geld niet meer uitmaakt? Als het niet gaat om hoe rijk je bent, maar om hoeveel je als persoon te geven hebt? Wat als we elkaar zouden waarderen als mens?

Judith Manshanden (35) doet haar best om niet zweverig te klinken als ze vertelt over de vragen die haar nu al ruim drie jaar bezighouden. Ze spreekt zacht, maar opgewekt. Het is nog vroeg en rustig in het café aan de Staalstraat, een plek die ooit een soa-kliniek was, maar nu is gevuld met design, lentezon en koffiedrinkende Amsterdammers.

„Kijk”, zegt ze stellig na een slok van haar appel-wortel-gembersap, „ik geloof in de kracht van iets terugdoen. Als je heel weinig geld hebt en je krijgt van alles, dan is dat niet goed voor je zelfbeeld, dan ga je jezelf zien als iemand die afhankelijk is.” Even later: „Ik heb het gevoel dat we als mensheid de verbinding kwijt zijn. Met elkaar, maar ook met de aarde. Die vervuilen we omdat we het gevoel hebben dat het iets buiten onszelf is. Als je jezelf ziet als onderdeel van een groter geheel, dan ga je automatisch andere keuzes maken.”

Manshanden is de oprichter van GEEF, een restaurant waar geen prijzen op het menu staan, maar iedereen zelf mag bepalen wat hij betaalt. Op het gebied van andere keuzes maken, zou je haar een ervaringsdeskundige kunnen noemen: ze studeerde psychologie, maar besloot na haar afstuderen om te gaan reizen en ontwikkelingswerk te doen in Thailand en Kenia. De afgelopen vijf jaar werkte ze bij adviesbureau Boer & Croon. Manshanden was er de vreemde eend in de bijt, belandde van ontwikkelingswerk ineens in een corporate omgeving. Lange dagen achter een laptop, alleen in een glazen hok. Zoveel mogelijk uren draaien, zoveel mogelijk geld binnenhalen. Daar werd je uiteindelijk op afgerekend, aldus Manshanden. „Ik miste er waardering en vertrouwen”, zegt ze fronsend. „Het idee dat we allemaal voor hetzelfde doel aan het werk zijn.”

In 2012 besloot ze dat het tijd was daar iets aan te doen. Het broeide al een tijdje, maar toch was het een bizar moment. „Ik was op mijn werk, zat weer eens in mijn hok en had helemaal geen zin. Ik zat op StumbleUpon, een soort zoekmachine die je helpt websites te ontdekken die voor jou interessant zijn.” Daar zag ze een filmpje over een Amerikaans ‘pay as you can’-restaurant: een businessmodel dat helemaal over vertrouwen, eerlijkheid en saamhorigheid ging. „Ik kreeg overal kippenvel. Meteen wist ik: ja, dít ga ik doen. Die avond heb ik thuis met een brok in mijn keel, huilend bijna, een mail gestuurd naar Amerika.”

Kreeg je meteen een enthousiaste reactie?

„Nee, het was nogal een anticlimax. Ik kreeg een ongeïnteresseerd mailtje terug: ‘Oké, we sturen je mail wel door naar iemand die je verder kan helpen’. Gelukkig kwam ik al snel in contact met Denise Cerreta, degene die de boel in Amerika heeft opgezet. Ze was superenthousiast, stuurde me meteen twintig businessplannen toe.”

In juni opende Manshanden samen met Laura Schön (33) en Rogier Charles (37) een pop-up- restaurant in de Rotterdamse wijk Katendrecht. Zes maanden werd het concept getest: geen prijzen op het menu, iedereen mag betalen wat hij kan missen. Mensen met minder geld kunnen in ruil voor een maaltijd vrijwilligerswerk doen in het restaurant. Tegelijkertijd wordt er op een bewuste manier met eten omgegaan: de gerechten op de kaart worden zoveel mogelijk bereid met lokale, biologische seizoensproducten en afgekeurde partijen groenten en fruit. De eerste twee weken waren misschien wel de meest afschuwelijke van haar leven, zegt Manshanden. „We stonden daar, hadden dat pand gehuurd. Ik dacht: waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Wat gaan mensen doen?”

Waar was je bang voor?

„Nou, dat ze bijvoorbeeld heel weinig zouden geven, of dat er geen vrijwilligers zouden komen. Ik denk dat ik vooral bang was om mensen echt te vertrouwen. Maar juist dat is heel belangrijk in dit businessmodel. Het is precies waarom die switch van een oude economie naar een nieuwe economie zo moeilijk is. Het gaat heel diep, het tornt een beetje aan je basisopvattingen over… Tja, over de mensheid, eigenlijk. Ik was al twee jaar bezig met het concept, maar op dat moment dacht ik: ik vertrouw ze niet. Niet echt.

„Op een gegeven moment dacht ik: ik ga er gewoon vol voor. Als dit een ramp wordt, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd. Ik merkte dat het hielp dat ik me kwetsbaar durfde op te stellen. Mensen wilden helemaal niet oneerlijk zijn, ze vinden het juist mooi dat je je nek uitsteekt.”

Het kan dus, een businessmodel op basis van eerlijkheid en vertrouwen?

„Ja, dat durf ik nu wel te zeggen. De meeste mensen – ongeveer 60 procent – geven een bedrag dat hoog genoeg is om de kosten te dekken. 20 procent geeft zelfs nog iets meer. Het grappige is dat hier de wet van de grote getallen geldt: de gemiddelde donatie is elke maand hetzelfde, het scheelt misschien een paar cent. Een veelgehoorde reactie is: ‘Maar wat als iemand maar één euro geeft?’ Hierop antwoorden wij altijd met een wedervraag: ‘Zou je dat zelf doen?’ Nee, natuurlijk niet, zeggen mensen dan. Zeker, er is ook weleens iemand die minder geeft, maar wij gaan er dan vanuit dat dat is omdat-ie minder heeft – niet omdat hij er misbruik van wil maken.”

Er zijn ook vrijwilligers die werken in ruil voor een maaltijd. Komen die bij jullie omdat ze anders niets te eten hebben?

„Sommigen wel. Die hebben moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Anderen vinden het gewoon heel gezellig. Als je alleen thuis zit op vrijdagavond is het leuker om ergens naartoe te gaan waar je gewenst bent, waar het gezellig is.”

Is GEEF anders dan andere restaurants?

„De sfeer is anders. Of we het nu op locatie doen of op onze eigen vaste plek: mensen komen, stellen zich open. Ze zijn veel dankbaarder, er wordt nooit geklaagd. Mensen gaan spontaan met elkaar in gesprek, delen drankjes en brengen soms zelf hun bord naar de keuken.”

Als het aan Manshanden ligt, is er over vijf jaar in elke stad in Nederland een GEEF-café. Maar voor het zover is, moet er nog een hoop gebeuren. „We zijn nu op zoek naar een vaste locatie in de Randstad. Het lastige is dat we een sociale onderneming zijn, maar behandeld worden als een commercieel bedrijf. We hopen bijvoorbeeld dat vastgoedeigenaren ons willen steunen door de huurprijs iets te verlagen. Hoe minder kosten we maken, hoe meer maaltijden we kunnen weggeven.”